Hete zomers schudden Vlaams tuinvlinderbestand door elkaar

Bron © BELGA

Foto: Getty Images

Meer dan 15.000 tellers hebben de voorbije maand 116.851 vlinders geteld in Vlaanderen. Opvallende vaststelling: de top tien vertoont heel wat verschuivingen. Volgens Natuurpunt kunnen veel van deze verschuivingen toegewezen worden aan de extreme weersomstandigheden van dit en de voorbije jaren. Droogtegevoelige soorten nemen af, warmteminnende soorten breiden uit.

Voor het eerst werd gedurende een langere periode in juli (van 6 tot 28) geteld in plaats van één weekend. De reden daarvoor is dat men beter wil kunnen inspelen op het erg onvoorspelbare weer.

Wanneer de cijfers van de voorbije dagen worden vergeleken met de voorbije telweekends, wordt duidelijk dat het klein koolwitje opnieuw de eerste plaats bekleedt, net als in 2018. Maar de rest van de top 10 vertoont grote veranderingen.

“Uit de eerste resultaten blijken grote verschuivingen in de top 10 na de extreem droge en warme zomer van 2018: netelvlinders als de dagpauwoog verliezen terrein, zuiderse soorten als de kleine parelmoervlinder doen het opvallend goed”, klinkt het bij Natuurpunt.

Ook regionaal zijn er verschillen, die in de lijn liggen met eerdere edities van de vlindertellingen. Zo ligt het zwaartepunt van de verspreiding van de citroenvlinder in de oostelijke helft van Vlaanderen. In Antwerpen en Limburg scoort deze soort hoog, met in beide provincies een plaats in de top vijf. In Oost- en West-Vlaanderen staat dan weer het oranje zandoogje in de top drie.

De top 3 over heel Vlaanderen bestaat uit het Klein koolwitje (20.887 geteld), het Bruin zandoogje (15.653) en de Atalanta (12.527).

VOOR ABONNEES