Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee

Abonnee worden? Kies je leesformule

COLUMN. “Ik ga hen aankijken, recht in het gezicht, en neerbliksemen met mijn ogen. Maar ik ben te slap om iets te zeggen”

Bo luistert af

COLUMN. “Ik ga hen aankijken, recht in het gezicht, en neerbliksemen met mijn ogen. Maar ik ben te slap om iets te zeggen”

Locatie: een stukje weg geprangd tussen een park en de drukke straat. Ik heb al zes uur niks meer van mijn lief gehoord, en ik loop daarover op een krankzinnige manier te tobben. Dat gaat zo: ik beeld me in hoe ze me opbelt en het ­uit­maakt, en hoe ik de komende maanden van mijn leven compleet herschik, verre soloreizen boek, trieste ­gedichten schrijf, de liefde voor eeuwig afzweer, en sterf op mijn 80ste met één dichtbundel en zes graven van katten in mijn tuin.

De zevende mag me opeten. Zoiets.

Stemmen achter mij schrikken me op uit mijn gedachten.

-“Dat slaan moet gewoon stoppen”, zegt een man. “De volgende keer, ik zweer het, dan sla ik gewoon terug.”

De haartjes ...