Zoo zamelt lavendel in voor pinguïns: niet om de geur, maar wel om nesten te beschermen tegen vogelmalaria

Het verblijf van de zwartvoetpinguïns in de Zoo van Antwerpen. Foto: padr

Opvallende oproep deze week van de verzorgers in de Antwerpse Zoo: ze zamelen lavendelsnoeisel in voor de nesten van de zwartvoetpinguïns. Niet omdat het lekker ruikt, wel omdat het de pinguïns beschermt tegen muggen die vogelmalaria verspreiden.

Een enorm muskietennet over het pinguïnperk hangen tegen de muggen? “Het zou allicht helpen, maar ik denk niet dat bezoekers dat leuk zouden vinden”, zegt Jan Dams, coördinator dierenzorg in de Antwerpse Zoo. Dus gaan de pinguïnverzorgers op zoek naar andere middelen om muggenbeten bij hun dertig dieren te voorkomen. Begin deze week lanceerden ze op sociale media een oproep voor lavendelsnoeisel. De respons was immens. Meteen haalden ze genoeg bijeen om de nesten van de pinguïns te bevoorraden – een experiment.

“Tot nu gaven we de pinguïns berkentakjes als nestmateriaal”, vertelt Dams. “We vermoeden dat lavendelsnoeisel voor hen even goed is, en het kan maar helpen om de muggen weg te houden.” Wie in huis met natuurlijke middeltjes muggen probeert te verjagen, kent de lavendeltruc vast ook.

“We hebben ook lavendel in het pinguïnperk geplant”, zegt Dams. “En ook goudbloem, citroenmelisse en citroengras. Daarnaast zorgen we voor een constante stroming in de vijver van de pinguïns (muggen leggen hun eitjes in stilstaand water, nvdr.). En er hangen ook muggenvallen.”

Zoo zamelt lavendel in voor pinguïns: niet om de geur, maar wel om nesten te beschermen tegen vogelmalaria
In de Antwerpse Zoo zitten zwartvoetpinguïns, die onder andere in Zuid-Afrika leven. Foto: padr

Het past allemaal in de strijd tegen aviaire malaria of vogelmalaria, een ziekte die door muggen wordt overgedragen op vogels. Pinguïns zijn er gevoelig voor, omdat ze weinig weerstand hebben ontwikkeld tegen vogelmalaria. Ze komen van nature vooral voor in streken waar het te koud of te droog is voor steekmuggen. De zwartvoetpinguïn, die we in de Antwerpse Zoo zien, leeft in Namibië en Zuid-Afrika.

Kortademig en koortsig

“Binnen de dierentuingemeenschap is vogelmalaria een probleem”, legt Dams uit. Vooral in Groot-Brittannië zijn al veel pinguïns aan de ziekte gestorven. “Het safaripark Longleat is dit jaar bijvoorbeeld gestopt met het houden van pinguïns.” In dat Engelse park waren een vijfentwintigtal humboldtpinguïns gestorven, de Zuid-Amerikaanse soort die ook in de Mechelse dierentuin Planckendael zit.

“In het verleden zijn bij ons ook pinguïns aan vogelmalaria overleden, maar recentelijk is dat niet meer gebeurd. Er zijn ook geen zieken meer geweest.” Zieke vogels kunnen kortademig worden, drogen uit, krijgen koorts en kunnen in één dag sterven. “Het is een kwestie van hen goed in het oog te houden en snel te behandelen met medicatie.”

Kolonies dunnen uit

“In de natuur gaat het enorm slecht met de zwartvoetpinguïn”, zegt Dams. “De kolonies dunnen zienderogen uit. Een belangrijke reden is dat vis, door de veranderende warmtestromen in de oceaan, verder van de kust zwemt en dat pinguïns die dus ook verder moeten gaan zoeken – wat meer risico inhoudt. Er is ook minder vis te vinden door de commerciële visvangst.”

Door Sylvia Mariën
VOOR ABONNEES