Moslima’s praten over hun geloof in ‘Durf te vragen’: “Het is niet de islam die ons onderdrukt, maar de mensen”

Drinken jullie soms alcohol? Mag je een relatie hebben met een niet-moslim? Of: waarom draag je een hoofddoek? Op die gevoelige vragen geven tien moslimvrouwen een antwoord in Durf te vragen op Eén.

Een van de moslima’s die aan bod komen, is Fatiha (55, Antwerpen). Zij heeft het in het dagelijkse leven niet altijd makkelijk. Ze wil graag deelnemen aan de samenleving, maar de arbeidsmarkt en de verschillende instellingen maken haar het leven moeilijk. “Het is niet de islam die ons onderdrukt, het zijn de mensen”, zegt ze. Fatiha bestudeert de Koran al meer dan vijftien jaar. Volgens haar moeten vrouwen meer hun plek opeisen en zich meer laten gelden in de islamscholen.

De Koerdische zussen Rojda (23), Rozerin (26) en Berivan (26) uit Oostende zijn geboren in België en hebben alle drie hun eigen opvatting over de islam. Berivan zou kunnen trouwen met een niet-moslim. Rozerin dan weer niet; zij verloofde zich onlangs met een man van dezelfde Koerdische cultuur. Rojda heeft het moeilijk met haar identiteit: ze is wel hier geboren, maar sinds de aanslagen voelt ze zich toch bekeken en uitgesloten.

Zahira (23, Hemiksem) werd eigenlijk geboren als Ruby. Maar toen ze zich in 2014 bekeerde tot de islam, koos ze voor Zahira,wat “schittering” betekent in het Arabisch. Ze is altijd geïnteresseerd geweest in religies, maar voor haar paste de islam het meest bij haar persoon vanwege de normen en waarden daar. Op school draagt ze altijd een hoofddoek, daarbuiten niet altijd. “Geloof zit in je hart, niet in wat je doet.”

‘Durf te vragen’, Eén, 20.40 uur