Rohan Dennis: “Ik kan niet bevestigen dat ik volgend jaar nog bij Bahrain-Merida zal fietsen”

Foto: BELGA

Van rotjaar naar regenboogtrui op één dag. Rohan Dennis was net als in Innsbruck een maat te sterk voor de rest. Hij, zijn gezin en Australië vierden feest, zijn ploeg Bahrain-Merida niet. “Of ik kan bevestigen dat ik in 2020 nog bij Bahrain-Merida zal fietsen? Neen.”

Het beloofde niet veel goeds. Een renner die net voor de start van de WK-tijdrit een foto post van hem en zijn zoontje op bed met de boodschap: What actually matters. Hallo, focus en motivatie? Hij is nog geen vader, maar we zien het Victor Campenaerts nog niet meteen doen.

Tijdrijders zijn rare jongens, Rohan Dennis is daarin nog een uiterste. “Het was ook echt alles wat telde voor mij. Ik heb sportief geen leuk jaar achter de rug, maar kon altijd rekenen op mijn familie. Deze regenboogtrui is mooi, maar als ik 65 jaar ben en zal mijmeren over de tien mooiste momenten uit mijn leven, zal deze dag er geen deel van uitmaken.”

Ook zijn andere uitslagen van 2019 zullen die top tien niet halen. Eén keer won hij: de proloog van de Ronde van Zwitserland. Voor het overige zagen we een schim van Dennis. Het dieptepunt was de Tour: opgave daags voor de tijdrit. Tot gisteren zijn laatste wedstrijddag. Erger dan die opgave was het dispuut met zijn ploeg Bahrain-Merida, dat na gisteren zeker niet gesust is. Een heel jaar klaagt Dennis steen en been over zijn tijdritfiets van Merida. Gisteren reed hij op zijn – zwartgelakte – BMC-fiets van vorig jaar en zette hij iedereen op meer dan een minuut. Een straf statement.

De vraag is hoe het verder moet. “Ik weet niet of ik volgend jaar veel in deze regenboogtrui zal rijden. Mijn grote doel zijn de Spelen van Tokio. Of ik kan bevestigen dat ik volgend jaar nog voor Bahrain-Merida rijd? Dat kan ik niet.”

Door bvc
AANGERADEN