Nobelprijs voor Economie voor trio met “experimentele benadering om wereldwijde armoede te verlichten”

Bron © BELGA

Foto: AFP

Abhijit Banerjee, Esther Duflo en Michael Kremer zijn dit jaar de laureaten van de Nobelprijs voor de Economie. Dat heeft de Zweedse Academie maandag bekendgemaakt. Ze krijgen de onderscheiding, voor “hun experimentele benadering om wereldwijde armoede te verlichten.”

Hun baanbrekende onderzoek heeft “ons vermogen om wereldwijde armoede te bestrijden aanzienlijk verbeterd. In nauwelijks twee decennia heeft hun nieuwe op experiment gebaseerde benadering de ontwikkelingseconomie getransformeerd, en dat is nu een bloeiende onderzoekstak”, aldus de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen.

Tweede vrouw, jongste ooit

De Frans-Amerikaanse Esther Duflo is de tweede vrouw die de Nobelprijs voor de Economie krijgt (na Elinor Ostrom in 2009), en met haar 46 jaar de jongste laureaat van de onderscheiding. De Indiase Amerikaan Abhijit Banerjee is 58, de Amerikaanse ontwikkelingseconoom Michael Kremer 54. Alle drie doceren ze aan Amerikaanse universiteiten. Duflo en Banerjee zijn verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT), én ook man en vrouw. Kremer is actief aan Harvard.

De drie “hebben een nieuwe (experimentele) benadering geïntroduceerd om betrouwbare antwoorden te krijgen over de beste manieren om globale armoede te bestrijden”, aldus de Zweedse Academie. Midden jaren 90 toonden Kremer en zijn collega’s “hoe krachtig zo’n benadering kan zijn, door veldexperimenten te gebruiken om een waaier interventies te testen die de schoolresultaten in het westen van Kenia konden verbeteren.”

Banerjee en Duflo deden daarna, vaak met Kremer, gelijkaardig onderzoek naar andere thema’s en in andere landen. Hun experimentele onderzoeksmethodes domineren nu volledig de ontwikkelingseconomie, luidt het. Door één van hun onderzoeken konden meer dan 5 miljoen Indiase kinderen genieten van programma’s van remediërend onderwijs.

Duflo is sowieso één van de bekendste economistes ter wereld, zeker in de Verenigde Staten. In 2013 maakte ze deel uit van het team raadgevers dat de toenmalige Amerikaanse president Barack Obama moest bijstaan in zijn beleid inzake globale ontwikkeling. Duflo had naar eigen zeggen er geen rekening mee gehouden om nu al de Nobelprijs Economie te krijgen. Ze dacht dat je veel ouder moest zijn. Ze hoopt vrouwen te inspireren om hun onderzoek voort te zetten. Mannen moet het inspireren om vrouwen het respect te betuigen dat ze verdienen, aldus Duflo maandag.

Vorig jaar ging de Nobelprijs voor de Economie naar de Amerikanen William D. Nordhaus en Paul M. Romer. Zij kregen de bekroning voor hun onderzoek naar de integratie van klimaatverandering en technologische innovatie in de economische wetenschap.

Officieel geldt de bekroning voor Economie niet als een Nobelprijs. De prijs gaat dus niet terug tot het testament van dynamietbedenker Alfred Nobel, maar werd door de Zweedse centrale bank voor het eerst toegekend in 1969. Vandaar de officiële naam: “Prijs van de Zweedse centrale bank (Sveriges Riksbank) voor economische wetenschappen ter nagedachtenis van Alfred Nobel”.

830.000 euro

De onderscheiding is dit jaar aan haar 50ste editie toe. Aan de Nobelprijs Economie hangt een prijzengeld vast van 9 miljoen Zweedse kronen, omgerekend zowat 830.000 euro.

Hun onderzoek heeft “ons vermogen om wereldwijde armoede te bestrijden aanzienlijk verbeterd. In nauwelijks twee decennia heeft hun nieuwe op experiment gebaseerde benadering de ontwikkelingseconomie getransformeerd, en dat is nu een bloeiende onderzoekstak”, aldus de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen.

De Frans-Amerikaanse Esther Duflo is de tweede vrouw die de Nobelprijs voor de Economie krijgt, en de jongste laureaat van de onderscheiding.