Belgische ambassadeur op matje geroepen: Unesco vraagt uitleg aan België over omstreden carnavalslintjes Aalst

Bron © BELGA

Foto: carlo coppejans

Aalst -

“Unesco wat een klucht.” Dat stond er op carnavalslintjes in Aalst, samen met spotprenten van een jood met haakneus. Unesco, de VN-organisatie voor Cultuur, heeft de Belgische ambassadeur uitgenodigd om uitleg te geven bij de ophefmakende tekst en beelden.

Een carnavalswagen in de stoet van dit jaar zorgde voor een polemiek. Op de wagen van de groep Vismooil’n stonden een aantal karikaturale poppen, die joden met een haakneus en pijpenkrullen moesten verbeelden.

Joodse organisaties dienden een klacht in. Aalst Carnaval staat op de werelderfgoedlijst van Unesco. De VN-organisatie onderzoekt of Aalst Carnaval nog op die lijst thuishoort. De kwestie wordt behandeld tijdens een conventie die in december in Colombia wordt gehouden.

De lintjes die nu zijn opgedoken, steken volgens de maker ervan de draak met Unesco. Op de lintjes staan slogans als “weir lachten mé iederiejn” (we lachen met iedereen). Een ander lintje zet de slogan “zé emmen me ons oeik gelachen” (ze hebben met ons ook gelachen) boven een prentje van een moslim.

Satire

Christoph D’Haese (N-VA) vindt de timing van de voorstelling ongelukkig. De Aalsterse burgemeester wierp zich in het debat op als consequente verdediger van het recht op vrije meningsuiting, spot en satire. Al stelde hij wel de context van Aalst Carnaval centraal in zijn betoog. “Je kan daar soepel in zijn, maar niet maanden op voorhand. Dit is niet goed en voegt geen meerwaarde toe”, klinkt het vrijdag.

D’Haese is niet gelukkig met de carnavalslintjes maar ziet het als een geïsoleerd geval. “Men gaat hiermee niet de prijs van fijnzinnigheid winnen”, geeft D’Haese toe. Toch ziet de burgemeester opnieuw geen kwade intenties. De vraag die Unesco over de nieuwe controverse aan ons land heeft gericht, werd nog niet aan D’Haese gesteld. Maar die twijfelt eraan dat het incident een rol zal spelen in de procedure die loopt over de erkenning van Aalst Carnaval.

Assistent directeur-generaal Ernesto Ottone Ramirez liet eerder optekenen dat de geest van satire bij Aalst Carnival en de vrijheid van meningsuiting niet kan dienen als excuus voor “dergelijke manifestaties van haat.” Gelijkekansencentrum Unia verdedigde donderdag Aalst Carnaval dan weer wel, omdat er niet bewust is opgeroepen tot haat tegenover joden.