Turkije beticht van “onverbiddelijke vervolging voor kritiek op Syrië-offensief”

Bron © BELGA

Foto: AP

In Turkije zijn honderden mensen opgesloten omdat ze het Turkse militaire offensief van 9 oktober in het noorden van Syrië becommentarieerden of erover rapporteerden. “Er lopen absurde aanklachten tegen hen, in een poging van de overheid om kritische stemmen het zwijgen op te leggen”, klaagt mensenrechtenorganisatie Amnesty International aan. Intussen beticht het Syrisch observatorium voor de mensenrechten door Turkije gesteunde rebellen ook van inbreuken bij de uitlevering van Syrische soldaten aan Rusland.

“Terwijl de tanks over de Syrische grens reden, lanceerde de Turkse overheid een onverbiddelijke campagne in eigen land tegen afwijkende stemmen in de pers, op sociale media en op straat”, zegt Marie Struthers, directeur van Amnesty International Europe, in een persbericht. “Discussies over bepaalde onderwerpen, zoals de rechten van Koerden, zijn nu nog moeilijker geworden.”

Uitspraken over de militaire inval worden scherp in de gaten gehouden. “Honderden mensen die een afwijkende mening geuit hebben over de militaire operatie werden al opgepakt en worden nu vervolgd onder antiterreurwetgeving”, aldus Amnesty International.

Het militaire offensief ging gepaard met een repressiegolf in Turkije die het gemunt heeft op iedereen die afwijkt van het overheidsdiscours. Journalisten, gebruikers van sociale media en demonstranten worden beschuldigd van ‘terrorisme’ en onderworpen aan strafrechtelijk onderzoek, arbitraire detentie en reisverboden. Als ze veroordeeld worden, riskeren ze lange gevangenisstraffen.

Alleen al in de eerste week van het offensief werden 839 accounts op sociale media tegen het licht gehouden voor het “delen van criminele inhoud” en werden 186 personen in hechtenis genomen door de politie. Op 22 oktober zaten minstens 24 personen in de gevangenis in voorhechtenis voor berechting, haalt Amnesty officiële cijfers aan.

“De Turkse autoriteiten moeten stoppen met het kokhalzen van meningen die zij niet leuk vinden en een einde maken aan het voortdurende harde optreden. Alle aanklachten en vervolgingen van diegenen die het doelwit zijn na vreedzame uitdrukking van hun verzet tegen de militaire operaties van Turkije, moeten onmiddellijk worden ingetrokken”, besluit AI.

Soldaten overhandigd

Ondertussen meldt het Syrisch observatorium voor de mensenrechten (SOHR) dat Turkije donderdagavond laat achttien soldaten van het Syrische regeringsleger overhandigd heeft aan Russische troepen. De soldaten waren eerder deze week opgepakt in de Syrische grensstad Ras al-Ain.

Volgens het SOHR waren de soldaten gevangengenomen door rebellengroepen die door Turkije gesteund worden en waren ze onmenselijk behandeld. Op beelden die de organisatie verspreidde, is te zien hoe de mannen geblinddoekt in een kleine wagen zitten. Sommigen krijgen de opdracht om te blaffen zoals honden. Dit gaat in tegen de mensenrechten, stelt het hoofd van de ngo, Rami Abdel Rahman.

De overhandiging van de soldaten was aangekondigd door de Turkse minister van Defensie, Hulusi Akar. Twee van de soldaten zijn gewond en werden volgens de minister verzorgd in het ziekenhuis.

Bomauto

Donderdag kwamen ook tien mensen om bij de ontploffing van een bomauto aan een markt in de noordelijke Syrische stad Afrin, die in handen is van de rebellen. Volgens het SOHR raakten dertig mensen gewond bij de explosie, waarbij ook een benzinestation in brand vloog.

Het Turkse leger trok op 9 oktober met geallieerde rebellen het noorden van Syrië binnen en begon er een offensief tegen de Koerdische militie YPG, in de ogen van Ankara een terreurorganisatie. Rusland en Turkije kwamen later overeen het grensgebied samen te controleren. Ze gaven YPG 150 uur de tijd om zich uit het gebied terug te trekken. Binnen die termijn was een staakt-het-vuren van kracht.

VOOR ABONNEES