“Gent, kop en hart, gij zijt een schoone stad”: een streepje poëzie in de Overpoort

  • Het gedicht van Richard Minne (kleine foto) is te zien op een lichtkrant in de Overpoortstraat.
Gent -

Het grauwe decor van de Overpoortstraat is sinds kort voorzien van een poëtisch lichtpunt: een gedicht met een kritische ode aan Gent.

Daar zit ge Gent, onder die dwaze winden. Wie dieper delft zal ‘t erts wel vinden. Zo eindigt het gedicht van Richard Minne (1891-1965) dat sinds kort in de Overpoort is te zien. De regels van het gedicht worden afgespeeld op een lichtkrant die de Stad in de straat heeft laten ophangen.

Richard Minne was een schrijver die lang voor de socialistische krant Vooruit heeft geschreven. Vanuit zijn woonst in Sint-Martens-Latem publiceerde hij ook dichtbundels. De Stad gaf een van zijn gedichten een plaats in de Overpoort, zoals ze ook al andere gedichten liet aanbrengen in de Veldstraat en op andere opvallende plaatsen.

“Het gedicht komt in de Overpoort zeker tot zijn recht”, zegt Sami Souguir (Open VLD), schepen van Cultuur. “Ironie, humor en opstandigheid zijn de kenmerken van Minnes oeuvre. Zijn kritische ode aan Gent is daar een prachtig voorbeeld van.”

Richard Minne – ‘Gent’

Gent, kop en hart, gij zijt een schoone stad, van uwe torens nog niet eens gesproken, noch van de vaandels die men uitgestoken heeft naar men het vet of mager had.

Gij hebt het een en ‘t ander meegemaakt; alleen het wit en ‘t zwart behield zijn toover: ‘t is wit en zwart dat over u nog waakt. Maar kom, dat is historie. Zand erover.

De dag van heden is het grootste wonder. Uw maagdekens maken geen verdriet. Uw dichters zijn ook van de slechtste niet al loopen er veel wiskesvliegers onder,

maar dat is galerij, facade, krans, lijk ‘t puiksken uit (’t leest de gazette in ‘t Fransch). Daar zit ge Gent, onder die dwaze winden: Wie dieper delft zal ‘t erts wel vinden.

Door Bert Staes