Duo volgens procureur schuldig aan moord op Stéphane Geens

  • Volgens de procureur-generaal hadden J. en V.V. de duidelijke intentie om Stéphane Geens met voorbedachtheid te doden.
Dilbeek -

Het Openbaar Ministerie acht Stephanie J. en Davy V.V. schuldig aan de moord op Stéphane Geens. Zowel de procureur als de burgerlijke partij weerlegden maandag voor het hof van assisen in Leuven de wettige zelfverdediging en uitlokking. Volgens de verdediging gaat Geens niet vrijuit.

Stephanie J. (30) en Davy V.V. (42) worden beschuldigd van moord op Stéphane Geens in het appartement boven zijn zaak The Pond in Dilbeek op 22 september 2015. De 42-jarige restauranthouder kwam om het leven door vijf schoten met twee wapens.

Volgens procureur-generaal Laurens Dumont hadden J. en V.V. de duidelijke intentie om Geens met voorbedachtheid te doden. “J. beweert dat ze het eerste schot loste omdat ze geschrokken was. Toen ze hoorden dat Geens het appartement wilde binnendringen, hebben J. en V.V. beiden wapens klaargelegd. Daar was geen acute reden voor.”

Boos, niet buitengewoon woedend

De procureur lichtte de jury in over rechtvaardigheids- en verschoningsgronden, die respectievelijk inhouden dat er geen misdrijf is of tot mildere straffen leiden. Het eerste leidt tot de vrijspraak, het tweede tot een maximale straf van vijf jaar.

“Het binnendringen in het appartement kan de daden niet rechtvaardigen. Zelf geweld gebruiken mag alleen onder strikte voorwaarden. De reactie van de beschuldigden was niet proportioneel: het ging niet om een ernstige aanval op personen. Geens was boos maar niet buitengewoon woedend”, aldus het Openbaar Ministerie.

Ook Sven Mary, de advocaat van de burgerlijke partij, meent dat er geen sprake kan zijn van wettige zelfverdediging of uitlokking. “Uitlokking moet gepaard gaan met een al gepleegde aanranding. Geens brulde en klopte en stampte op de deur, maar dat zijn geen zware gewelddaden. Bij wettige zelfverdediging moet er sprake zijn van onmiddellijke dreiging en onafwendbare aanranding en die voorwaarden zijn hier niet vervuld. Het zogenaamde waarschuwingsschot is er in realiteit nooit geweest”, aldus Mary.

Anna Van der Maelen, de advocate van J.: “Dit is een ingewikkeld dossier, maar we maken het moeilijker dan het is”, aldus Van der Maelen.

Dag of nacht?

De advocate verwees naar artikel 417 van het strafwetboek. Dat gaat over braak met inklimming in een bewoond huis bij nacht. Het begrip “nacht” ligt moeilijker omdat de wetgever het niet duidelijk omschreven heeft. Het verschil tussen dag en nacht ligt in de graad van donkerte. Bij schemering gaat de zon onder maar geeft toch nog licht af. “De wet spreekt van eerste, tweede en derde schemering. Behalve in september en oktober: dan is er geen derde schemering. De feiten vonden plaats na 20.30 uur. Dat was tijdens de tweede schemering, met andere woorden het donkerste moment van de dag. Het was dus nacht”, zei Van der Maelen. “De inbraak bij nacht is bewezen.”

In paniek

Als de jury toch zou oordelen dat het nog dag was, wil Van der Maelen naar artikel 412 grijpen. “Inbraak bij dag met vrees voor aanranding houdt eveneens een automatische vermindering van de straf in. Die vrees is bewezen. J. was al eens aangevallen door Geens. Ze zag dat hij iets in zijn handen had en raakte in paniek. In die omstandigheden kon ze niet meer nadenken”, luidt het.

Van der Maelen schudde nog een derde artikel uit het strafwetboek uit haar mouw. Artikel 411 over uitlokking bepaalt dat het uiten van dreigementen volstaat als verschoningsgrond en dus tot strafvermindering leidt. “Ik ben vier jaar bezig met dit dossier. Geens mocht het appartement niet binnendringen. Mocht J. schieten? We zijn geneigd neen te antwoorden. Maar daartegenover staat de wetgeving over inbraak bij nacht of dag. Dit is een uit de hand gelopen situatie met een dramatisch einde dat J. nooit gewild heeft.”

Door atb blg
AANGERADEN