Jan Bakelants (33) nog altijd op zoek naar een ploeg voor 2020: “Ik hoop dat er toch nog iemand de gok wilt wagen”

Foto: Marc Van Hecke

Jan Bakelants (33) heeft nog steeds geen ploeg voor 2020, maar wil niet stoppen met koersen. De Ronde van Lombardije, de race die hem “vier zorgeloze wielerjaren” heeft gekost, mag niet zijn laatste koers zijn geweest. “Ik hoop op een echte kans”, zegt hij. “De ‘return on investment’ zal heel groot zijn.”

Jan Bakelants (33) is dezer dagen niet happig op interviews. Niet omdat het Kerstmis is, wel omdat hij niet wil overkomen als “bedelaar in de krant”. Dinsdag sprak hij bij Sporza, uiteindelijk wilde hij na wat aandringen nog eens zijn verhaal doen. “Op dit moment train ik alsof ik straks in januari aan een normaal seizoen begin”, klinkt het. “Ik ben net terug van een stage van negen dagen in Italië. In Lucca verbleef ik bij Ullrich Schoberer, de producent van SRM (merk van wattagemeter, nvdr.). In dat opzicht is mijn situatie wel bevrijdend: ik heb geen verplichtingen, moet aan niemand verantwoording afleggen. Ik kan precies trainen zoals ik het zelf wil. Ik doe wat ik graag doe: fietsen zonder de negatieve kanten.”

Maar voorlopig dus ook zonder uitzicht op een nieuw profcontract. “Ik sta uiteraard voortdurend in contact met mijn management en probeer hen aan te zetten tot daadkracht, iets wat er de voorbije maanden misschien te weinig is geweest. Natuurlijk is het frustrerend, vooral omdat ik het zelf niet in de hand heb. Op dit moment ligt de markt in zijn plooi. Soms deblokkeert je situatie door een andere transfer of door een fusie of overname, maar dat zal nu niet meer gebeuren. Ik moet hopen op iemand die alsnog zegt: Jan Bakelants? Ik waag de gok.”

Jan Bakelants (33) nog altijd op zoek naar een ploeg voor 2020: “Ik hoop dat er toch nog iemand de gok wilt wagen”
Foto: Photo News

Kans op mooi afscheid

Bakelants vindt dat hij een team best nog veel te bieden heeft: “De voorbije twee jaar reed ik in een rol waarin het niet simpel was om mezelf te tonen. Maar dan nog mag ik zeggen dat ik veel beter was dan veel andere renners die wél makkelijk onderdak vonden. Dat is geen grootspraak, denk ik. Ik ben ervan overtuigd dat ik voor veel teams een ontbrekende schakel kan zijn.”

Je kan je afvragen waarom Bakelants niet gewoon de eer aan zichzelf houdt: hij heeft er twaalf seizoenen opzitten als prof, won een rit in de Tour en een rit in de Dauphiné. In het najaar van 2015 lukte hij de dubbelslag Giro del Piemonte en Giro dell’Emilia. Waarom dan nu nog compromissen sluiten om per se een verlengstuk te breien aan die mooie carrière?

Het antwoord op die vraag gaat terug naar 7 oktober 2017, toen Bakelants bij een val in de Ronde van Lombardije zeven ribben en vier ruggenwervels brak. “Een heel zware blessure, natuurlijk”, zegt hij. “De teneur was meteen dat ik daarvan niet zou terugkomen. Terwijl ik dat naar mijn gevoel net wel heb gedaan. Ik heb de voorbije jaren vaak gevoeld dat ik op zijn minst heel dicht tegen mijn beste niveau aanzat. Alleen heeft zich dat niet vertaald naar uitslagen. Dat is nu mijn grote drijfveer: ik wil nog een keer uitpakken.”

Jan Bakelants (33) nog altijd op zoek naar een ploeg voor 2020: “Ik hoop dat er toch nog iemand de gok wilt wagen”
Foto: Photo News

Bakelants wil de sport verlaten op zijn voorwaarden. Een gevoel dat alleen versterkt werd door de editie van Lombardije van afgelopen seizoen. Het was opnieuw een klotekoers, met opnieuw een valpartij. Met een barst in zijn sleutelbeen reed Bakelants naar een anonieme 109de plaats. Ware het niet dat zijn vrouw Daphne met de kinderen op hem wachtte, hij had nooit de finish gehaald. “Sowieso was dat een afscheid in mineur geweest”, geeft hij aan. “En daarom wil ik nu graag nog een nieuwe kans op een mooi afscheid. Nog één keer vol kunnen koersen, met het idee van: Vlieg er maar in. Niet zoals het dit jaar was.”

Bakelants zal niet verhullen dat de crash van 2017 ook financieel een groot verschil heeft gemaakt. “Zonder die val had ik sowieso nog minstens vier zorgeloze carrièrejaren gehad, aan een zeer degelijk loon. Dat geld heb ik nu niet. Ik ben niet binnen als ik nu stop met wielrennen.”

Toch is het zeker niet voor het geld dat hij nog zo hardnekkig een nieuw contract zoekt. “Voorlopig is nog met geen enkel team zelfs maar over het financiële gepraat”, geeft hij aan. “Ik kan alleen zeggen dat ik heel inschikkelijk ben. Het financiële is op dit moment van de tweede orde. Ik weet dat mijn stijl misschien niet de meest conventionele is in het wielrennen, maar ik hoop dat er alsnog iemand is die in mij gelooft. De return on investment zal heel groot zijn.”

Door Jan-Pieter de Vlieger
AANGERADEN
Meest recent