Dit verandert op 1 januari: duurdere pintjes, autokeuring, postzegels en huisartsen en hoger minimumloon voor gedetineerden

Bron © BELGA

Er gaan heel wat veranderingen in, nu we de agenda van 2019 dumpen voor die van 2020. De pintjes worden duurder, net als postzegels en een bezoek aan de huisarts. Een overzicht.

Nieuwe huurprijzen voor sociale woningen

Wie een sociale woning huurt, kan de huurprijs vanaf het nieuwe jaar zien veranderen. “We krijgen nu een objectievere en eerlijkere berekening”, aldus Vlaams minister van Wonen Matthias Diependaele (N-VA).

De nieuwe huurprijzen gaan uit van drie criteria: de energiezuinigheid, het inkomen van de huurders en de marktwaarde van de woning. Ze kunnen lager liggen dan de huidige huurprijs, maar ook hoger.

Als sommige huurders meer moeten betalen, heeft dat volgens de minister meestal te maken met hun inkomen. “Als het inkomen van de huurders stijgt, is het logisch dat ook de sociale huurprijs stijgt”, zegt hij. Maar “sowieso blijft een sociale huurwoning nog altijd een pak goedkoper dan een woning op de privémarkt”.

De aanpassing van de sociale huurprijzen is een beslissing van de vorige Vlaamse regering, op vraag van de socialehuisvestingsmaatschappijen.

Meer betalen voor dienstencheques

Wie dienstencheques gebruikt, zal daar vanaf 1 januari meer voor moeten betalen. Het tarief zelf wordt niet verhoogd, maar Vlaamse gebruikers zullen minder kunnen aftrekken van de belastingen. De fiscale aftrekbaarheid is nu 30 procent, en dat wordt verlaagd naar 20 procent. Voor een dienstencheque van 9 euro betaalt u daardoor uiteindelijk 7,2 euro, in plaats van 6,3 euro op dit moment.

De maatregel past binnen het Vlaams regeerakkoord dat in september werd afgesloten.

Autokeuring duurder

Ook de prijzen voor de autokeuring worden opgetrokken, aangepast aan de index, zo meldt de bevoegde federatie Goca. Voor het rijexamen zijn er slechts enkele categorieën waar de prijzen worden aangepast. De nieuwe tarieven staan op de website www.gocavlaanderen.be.

Voor een basis autokeuring bijvoorbeeld betaalt men vanaf 1 januari 32,70 euro in plaats van 32,5 nu. De prijs voor de keuring van een lichte vracht- of kampeerauto stijgt van 36,7 naar 36,8 euro. Een technische herkeuring kost voortaan 13,10 euro (in plaats van 13 nu). De toeslag voor een laattijdige keuring blijft in de eerste maand onveranderd op 8,30 euro.

Voor het rijexamen zijn er slechts enkele categorieën waar de prijzen worden aangepast. Voor het theoretische en het praktijkexamen voor een personenwagen of motorrijbewijs verandert er bijvoorbeeld niets. Maar het praktijkexamen voor categorie C (vrachtwagen) of D (bus) wordt wel een euro duurder, tot 55 euro. Ook voor categorie G (landbouwvoertuigen) wordt de prijs van het praktijkexamen geïndexeerd, van 46 tot 47 euro.

Huisarts duurder

De honoraria voor raadplegingen, bezoeken en toezicht van artsen stijgen op 1 januari met 1,95 pct. Patiënten zullen die stijging echter niet in hun portefeuille voelen, omdat het deel dat de patiënt terugkrijgt met hetzelfde percentage stijgt - het remgeld blijft dus hetzelfde.

Een raadpleging door een niet-geaccrediteerde huisarts zal vanaf 1 januari 22,22 euro kosten, tegenover 21,79 euro tot en met eind december. Bij een geaccrediteerde huisarts wordt dat 26,80 euro, in plaats van 26,27 euro. Een huisbezoek door de huisarts kost 39,63 euro vanaf 1 januari, tegenover 38,88 euro.

De nieuwe tarieven maken deel uit van het midden december gesloten conventieakkoord tussen artsen en ziekenfondsen voor 2020. Het gaat om een overgangsakkoord voor één jaar.

Lagere prijzen voor taxi’s

Een nieuw taxidecreet, dat op 1 januari in werking treedt, moet leiden tot meer taxi’s tegen lagere prijzen. De vaste tarieven verdwijnen en er worden een aantal regeltjes geschrapt. Er wordt tegelijk ook een nieuwe regel ingevoerd: elke chauffeur zal Nederlands moeten kunnen spreken met zijn klanten. Het decreet moet ook ruimte bieden voor nieuwe concepten als Uber.

In Vlaanderen rijden vandaag relatief weinig taxi’s rond. Dat heeft te maken met de vaste tarieven, de beperking tot het grondgebied van de gemeente waar de taxi een vergunning heeft, de waslijst van regeltjes en de quota die het aantal taxi’s beperken tot 1 taxi per 1.000 inwoners.

Voormalig minister van Mobiliteit Ben Weyts wilde met het nieuwe decreet de taxi’s in Vlaanderen “democratiseren”. In de plaats van de bestaande vaste tarieven zullen exploitanten in de toekomst zelf hun prijs kunnen bepalen. Ook het quotum van 1 taxi per 1.000 inwoners verdwijnt, net als de beperking van het werkingsgebied tot het grondgebied van een gemeente. “Nu kan een taxi die van Antwerpen naar Gent rijdt geen nieuwe klanten oppikken in Gent. Zo betaal je als klant ook voor de lege terugrit”, aldus Weyts destijds. Voortaan zullen exploitanten dus over heel Vlaanderen kunnen werken.

Lokale besturen zullen bijkomende vergunningen kunnen geven voor een standplaats: een geprivilegieerde plaats voor een taxi ter hoogte van een attractiepool of een mobiliteitsknooppunt, zoals een treinstation of een luchthaven.

Hybride bedrijfswagens zwaarder belast

De CO2-uitstoot zal vanaf 1 januari nog meer doorwegen in de fiscale behandeling van de bedrijfswagens. Zogenaamde valse hybrides, waarvan de elektrische aandrijving zo zwak is dat er vaak nauwelijks of geen gebruik van gemaakt wordt, zullen fiscaal afgestraft worden.

De aftrekbaarheid van een bedrijfswagen zal vanaf 1 januari toenemen naarmate de CO2-uitstoot lager is. De aftrekbaarheid zal wel begrensd worden tot maximaal 100 procent. Voor vervuilende wagens wordt de aftrekbaarheid teruggeschroefd naar 40 procent.

Ook nieuw is dat de aftrekbaarheid van de brandstofkosten, die nu 75 procent bedraagt, gelijkgeschakeld wordt met het percentage dat voor de autokosten geldt.

Tanken tikkeltje duurder

Het aandeel van biobrandstoffen in diesel en benzine stijgt vanaf 1 januari licht. De prijs aan de pomp stijgt daardoor ook licht, met ongeveer 2 cent per liter. Een Europese richtlijn verplichtte de lidstaten om het aandeel biobrandstof in diesel en benzine te verhogen tot 8,5 pct. België gaat nog een stap verder: in ons land zullen diesel en benzine voor 9,6 pct aan biobrandstoffen moeten bevatten. Daarnaast speelt ook een tweede Europese richtlijn mee, die de lidstaten verplicht om de CO2-uitstoot door brandstoffen met 6 pct te doen dalen in 2020.

Katten verplicht gesteriliseerd

Alle katten die na 31 augustus 2014 in Vlaanderen zijn geboren, moeten tegen 1 januari 2020 gesteriliseerd zijn. Dat moet ten laatste op de leeftijd van 5 maanden gebeurd zijn, ook al worden de diertjes niet verkocht of weggegeven.

Al sinds 1 april 2018 moeten alle katten binnen de vijf maanden na geboorte gesteriliseerd worden. Eigenaars hadden nog tot eind 2019 de tijd om ook de katten te steriliseren die voor april 2018, maar na augustus 2014 geboren zijn.

Ook katten die geboren zijn voor 31 augustus 2014 moeten een sterilisatie ondergaan, maar enkel als ze worden verkocht of weggegeven.

De bevoegde Vlaamse overheidsdienst wijst er op zijn site op dat sommige Vlaamse steden en gemeenten een subsidie geven voor sterilisatie of castratie van een kat.

Bij de aankondiging van de maatregel zei minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA) dat Vlaanderen op deze manier vat wil krijgen op de kattenpopulatie, in het belang van de dieren zelf. “Er worden nu gewoon te veel katten geboren en veel te veel dieren eindigen op de straat of in het asiel.”

De controle op de nieuwe regels zal gebeuren via de kattendatabank. De dierenarts moet er de kat registeren en aangeven of de ingreep gebeurd is. Boetes zijn mogelijk voor wie zich niet aan de regels houdt.

Geen wegwerpbekers meer

Op alle evenementen in Vlaanderen, van schoolfeesten tot massafestivals, zal het vanaf 1 januari verboden zijn om drank te serveren in wegwerpbekertjes, blikjes of petflesjes. Als een organisator toch “wegwerprecipiënten” aanbiedt, dan moet hij die materialenstroom voor 90 pct opnieuw inzamelen. De maatregel maakt deel uit van Vlarema 7, het uitvoeringsbesluit van het Materialendecreet.

Organisatoren mogen hun drank wel nog aankopen in petflessen, glazen wegwerpflessen of blik, maar de drank moet in herbruikbare bekers aan de bezoekers geserveerd worden. Achter de toog geldt dan een sorteerverplichting voor deze wegwerpartikelen. OVAM wijst erop dat glazen retourflessen of dranken van de tap sowieso voor minder afval zorgen.

Het is aan de organisatoren om te bewijzen dat ze 90 procent van de materialenstroom inzamelen en recycleren. Vanaf 2022 zullen organisatoren die toch wegwerpbekers aanbieden moeten aantonen dat 95 procent van de materialenstroom opnieuw wordt ingezameld.

De regels zijn nog iets strenger voor evenementen die lokale besturen, Vlaamse agentschappen of Vlaamse overheidsinstellingen organiseren - scholen en ziekenhuizen vallen hierbuiten. Zij mogen vanaf 2020 voor hun eigen werking geen wegwerpbekers meer gebruiken. Wat wel nog mag zijn drankautomaten, maar enkel als er voldoende pmd-bakken zijn. Ook voor hun evenementen geldt een verbod op wegwerpverpakkingen.

Overheden mogen vanaf 2022 geen wegwerpborden en -bestek meer aanbieden.

De politie wordt ingezet voor de handhaving van de nieuwe regels. Zij kunnen een sanctie opleggen of een pv opmaken. Voor grotere evenementen staat de Vlaamse milieu-inspectie in voor de handhaving.

Ook kalveren verdoofd

Het verbod op onverdoofd slachten wordt begin 2020 uitgebreid naar kalveren. Bij het slachten van schapen, geiten en pluimvee was elektronarcose al verplicht sinds begin dit jaar.

De Vlaamse regering besliste in 2017 al om komaf te maken met het onverdoofd slachten. Voor kalveren en runderen stond de methode van de elektronarcose nog niet op punt toen het decreet tot stand kwam. Daarom werd voor deze grotere dieren de ‘post-cut stunning’ verplicht, een techniek waarbij het dier onmiddellijk na de halssnede verdoofd wordt. Het decreet gaf wel een mandaat aan de Vlaamse regering om elektronarcose ook te verplichten voor kalveren en runderen, zodra de techniek op punt zou staan.

Dat is intussen het geval voor kalveren. De volgende stap is een uitbreiding naar runderen.

Bijna alle kalveren die geslacht worden in België worden geslacht in Vlaanderen. Het gaat op jaarbasis om ongeveer 350.000 dieren in de Vlaamse slachthuizen.

Startende ondernemers kunnen btw sneller terugkrijgen

Startende vennootschappen kunnen vanaf 1 januari sneller een teruggave krijgen van de btw. Een starter zal daardoor veel sneller zijn geld terugkrijgen. Starters moeten nu vaak tot zes maanden wachten op de terugbetaling van de door hen betaalde btw, en moeten die periode dan financieel zien te overbruggen.

Starters die een maandelijkse aangifte doen, zullen hun btw-tegoed maandelijks terugkrijgen. Voor wie per kwartaal een aangifte indient, zal de administratie proberen de btw-teruggave te doen uiterlijk de tweede maand die volgt op het tijdvak van de kwartaalaangifte.

Dat regime geldt voor bedrijven die maximaal twee jaar bestaan.

Starters die de maandelijkse terugbetaling willen krijgen, moeten de maandaangifte uiterlijk de 20e van de maand volgend op de aangifteperiode indienen via Intervat.

Loopbaancheques kunnen pas na zeven jaar werken

Vlaamse werknemers zullen vanaf 1 januari pas na zeven jaar werken een loopbaancheque kunnen aanvragen. Eerder kon zo’n cheque al na één jaar werkervaring aangevraagd worden.

Werkenden die hun loopbaan een andere richtig willen geven, een betere kijk willen hebben op hun competenties of met twijfel en vragen zitten over hun job kunnen zich door de erkende loopbaancentra laten begeleiden. Ze kunnen zo hun positie op de arbeidsmarkt versterken.

Voor die loopbaanbegeleidingen kunnen werkenden gebruik maken van de loopbaancheque. Met die cheque betaalt de gebruiker maar een klein deel van de begeleiding, de rest betaalt de overheid.

Wie een beroep doet op loopbaanbegeleiding kan twee keer een loopbaancheque gebruiken. De eerste cheque is goed voor vier uur begeleiding, voor de tweede cheque gaat het aantal uur begeleiding van vier naar drie. Na zes jaar heb je opnieuw recht op twee cheques.

De prijs voor de gebruiker blijft gelijk op 40 euro. De Vlaamse overheid legt zelf 640 euro bij voor de eerste cheque en 470 euro voor de tweede. Voor 2020 is een totaalbedrag van 18,2 miljoen euro voorzien.

Kamer bespaart op zichzelf

De Kamer snoeit in de afscheidsvergoeding van de Kamerleden. De inhouding van 5 procent die al sinds 2012 geldt voor de parlementaire vergoeding, geldt vanaf 1 januari ook voor de afscheidsvergoedingen. Dat heeft het Bureau van de Kamer beslist. Vanaf 1 januari zullen Kamerleden die te vaak afwezig blijven bij stemmingen in de Kamercommissies daarvoor financieel bestraft worden.

Sinds 2012 besliste het Bureau 5 procent in te houden op de parlementaire vergoeding. De redenering was dat ook parlementsleden moesten bijdragen aan de budgettaire inspanningen. De Kamer heeft die inhouding half december opnieuw bevestigd en breidt ze uit naar de afscheidsvergoeding.

Die afscheidsvergoeding is een vergoeding voor Kamerleden die een punt zetten achter hun mandaat. Ze werd eerder al aan banden gelegd, door bijvoorbeeld een plafond in te voeren van 24 maanden. Vanaf januari 2020 wordt er dus ook 5 procent van afgehouden.

Kamerleden die te vaak afwezig zijn bij stemmingen in de plenaire vergaderingen kunnen al langer een inhouding op hun loon krijgen. Tijdens de vorige legislatuur besliste de werkgroep “politieke vernieuwing” dat dit ook voor de stemmingen in de commissievergaderingen moest kunnen. De vergoeding wordt met tien procent verminderd indien een parlementslid minder dan 80 procent van de zittingen heeft bijgewoond van de commissie waarvan hij een vast lid is.

Schoonmakers starten jaar met minder loon

De lage inflatie van de voorbije maanden heeft tot gevolg dat de arbeiders uit de schoonmaaksector - vele tienduizenden werknemers - het jaar dreigen te starten met iets minder loon. Dat blijkt uit berekeningen van hr-dienstverlener SD Worx.

De lage inflatie van vooral de maanden september, oktober en november leidt tot een negatieve indexering voor de arbeiders in de schoonmaaksector. Hun loon kan daardoor in januari heel licht zakken, met 0,02 procent. In dat paritair comité worden de lonen bovendien maar tweemaal per jaar geïndexeerd: in januari en juli. Gevolg: de negatieve indexering geldt voor de schoonmakers en -maaksters zes maanden lang.

De werkgevers zijn overigens niet verplicht om de negatieve index toe te passen. “Sommige werkgevers passen de negatieve indexering niet toe, omdat het uit hr-standpunt niet erg verstandig is. Ook al is de daling miniem, symbolisch is het belangrijk. Loon dat daalt, stuit immers op heel wat weerstand”, klinkt het bij SD Worx.

Voor alle duidelijkheid: het gaat niet om het personeel dat is tewerkgesteld met dienstencheques. Die vallen onder een ander paritair comité.

Tarieven elektriciteit en aardgas

De distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas, die een belangrijk deel uitmaken van de energiefactuur, dalen in 2020 opnieuw. Dat kondigde de Vlaamse energieregulator Vreg aan.

De distributienettarieven zijn de tarieven voor de aanleg en het onderhoud van de netten voor het vervoer van energie en voor de daarbij geleverde diensten. Ze maken een groot deel uit van de eindfactuur: 36 procent van de elektriciteitsfactuur en 24 procent van de aardgasfactuur.

Een gezin zal in 2020 gemiddeld 31 euro minder aan distributienettarieven voor elektriciteit en 10 euro minder aan distributienettarieven voor aardgas betalen. Voor gezinnen is het de derde daling op rij voor de tarieven voor elektriciteit.

Ook voor de bedrijven daalt de factuur. Een kmo met een standaardverbruik betaalt gemiddeld 369 euro minder aan distributienettarieven voor elektriciteit en 31 euro minder aan distributienettarieven voor aardgas. Voor grotere bedrijven op middenspanning dalen de elektriciteitsdistributienettarieven gemiddeld met 5 procent.

Ook het prosumententarief - het tarief dat eigenaars van zonnepanelen betalen voor het gebruik van het net - daalt: gemiddeld met 5 procent.

Gaat nog omlaag: het tarief voor de vervanging van een bestaande door een digitale meter op vraag van de klant. Dat tarief daalt sterk: van 274 euro in 2019 naar 88 euro in 2020. De vervanging van een bestaande door een digitale meter op initiatief van de distributienetbeheerder blijft gratis.

Pintjes duurder

Wie het nieuwe jaar wil inzetten met een bierfestijn, moet er rekening mee houden dat de pintjes duurder zullen zijn. Zowel marktleider AB InBev als concurrent Alken-Maes trekt de prijzen op.

AB InBev zegt dat het zijn prijzen voor pilsbier vanaf 1 januari verhoogt met gemiddeld 0,02 euro per glas. Die aanpassing geldt zowel voor de horeca als voor de supermarkten. De bierbrouwer zegt dat de prijzen omhoog moeten door verschillende factoren. Niet-alcoholische bieren blijven buiten schot.

Concurrent Alken-Maes trekt op 1 januari de prijzen van zijn producten in de supermarkt op, terwijl de horeca pas op 1 februari volgt. Die brouwer geeft geen details over de omvang van de prijsstijging. Aan de basis liggen hogere transport- en loonkosten, luidt het.

Geen premies voor elektrische wagens

Vanaf 1 januari geeft Vlaanderen geen premies meer voor elektrische wagens, omdat Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) oordeelde dat ze hun doel voorbij schoten.

De beslissing om de premie af te schaffen werd eind oktober genomen door de Vlaamse regering. De voornaamste reden was dat ze te weinig werd aangevraagd, en ook vooral voor duurdere wagens. Dat terwijl de premie (van maximaal 4.000 euro) bedoeld was om de aankoop van elektrische wagens te stimuleren, voor mensen voor wie de hoge aankoopprijs een drempel was.

Postzegels stuk duurder

Bpost maakt zijn postzegels op 1 januari opnieuw duurder. Gemiddeld stijgen de tarieven voor binnenlandse post met 5,1 procent, zegt Bpost. Maar sommige prijsverhogingen zijn veel forser: een vel van tien priorzegels zal 21,6 procent meer kosten.

Een vel priorzegels kost na Nieuwjaar 11,8 euro. Bij die zegels levert Bpost de brief de volgende werkdag. Met de goedkopere non-priorzegels (9,8 euro voor tien), die 6,5 procent duurder worden, komt de brief maximaal drie werkdagen later aan. Volgens Bpost kiest 80 procent van de klanten voor die laatste optie.

De Belgische postzegels zijn bij de duurste van Europa, zo bleek uit een rapport van postregulator BIPT. Bpost zegt dat de hogere tarieven de stijging van de vaste kosten deels opvangen, terwijl het volume daalt. In minder dan tien jaar heeft Bpost naar eigen zeggen een derde van zijn volume aan briefwisseling verloren.

Proximus trekt prijzen op

Veel klanten van Proximus moeten vanaf 1 januari meer betalen voor hun telecomdiensten. Onder meer de bundels Tuttimus en Familus worden duurder.

Net als vorig jaar trekt Proximus zijn prijzen met Nieuwjaar op. “We moeten jaarlijks massaal investeren om ons netwerk van de toekomst te bouwen, bijvoorbeeld voor fiber en binnenkort voor 5G”, legde het bedrijf in november uit.

Onder meer de populaire bundels zoals Internet+TV (+1 euro per maand) of de all-in-packs Tuttimus (+1,5 euro) en Familus (+1,5 euro) worden duurder, net als enkele oudere bundels. Ook bepaalde tarieven voor vaste telefonie gaan de hoogte in. Wie enkel internet of een mobiel abonnement afneemt, blijft buiten schot.

Woonbonus vervangen

Wie een nieuwe woonlening aangaat in Vlaanderen, kan vanaf 1 januari niet langer genieten van de woonbonus. In ruil worden de registratierechten verlaagd van 7 naar 6 procent.

De Vlaamse regering kondigde het einde van de woonbonus eind september aan. Het gaat om een belastingvermindering die mensen krijgen gedurende de looptijd van hun lening.

Wie al van de woonbonus geniet, behoudt het voordeel. Maar de belastingvermindering zal niet meer gelden voor nieuwe leningen.

Nadat de Vlaamse regering haar beslissing had bekendgemaakt, ontstond er een stormloop bij de notarissen. Want wie zijn akte voor het einde van het jaar nog kon laten ondertekenen door de notaris, kon de woonbonus toch nog meepikken. Voor aktes die worden verleden na 1 januari 2020, gelden de nieuwe, verlaagde registratierechten.

Volgens de Vlaamse regering had de woonbonus een pervers effect op de woningprijzen. Hij liet kopers toe om meer te lenen, maar dat extraatje werd in de prijzen verwerkt en huizen werden dus duurder. Volgens sommigen zouden de woningprijzen de komende jaren dan ook tot 10 procent kunnen dalen door de afschaffing van de woonbonus.

Lage-emissiezone in Gent

In Gent gaat op 1 januari de lage-emissiezone (LEZ) van start. Elders in het land, in Antwerpen en Brussel, worden al bestaande zones verder verstrengd. Nog vanaf 1 januari moeten gemotoriseerde tweewielers die nieuw op de markt komen voldoen aan de Euro 5-norm.

Vervuilende auto’s zullen vanaf 1 januari Gent niet meer binnen mogen rijden: bestuurders van dieselauto’s met een Euro 4-motor zullen per week 25 euro moeten betalen om de stad toch nog binnen te mogen. Wie met een oudere dieselwagen of een benzinewagen met Euro 1-motor (of ouder) rijdt, heeft een LEZ-dagpas nodig. Zo’n pas kan per jaar slechts acht keer aangekocht worden. In 2025 verstrengen de Gentse toelatingsvoorwaarden.

Gentenaars die de stad niet meer in mogen en een nieuwe auto moeten kopen en daarvoor niet over de financiële middelen beschikken, kunnen rekenen op financiële steun. Daarnaast komt er ook een lager tarief voor bestuurders met een bescheiden inkomen.

Wie niet aan de voorwaarden voldoet en toch zonder toelating de Gentse LEZ binnenrijdt, krijgt bij vaststelling een boete van 150 euro.

De LEZ die intussen twee jaar bestaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt vanaf 1 januari weer verstrengd. Vanaf dan zijn ook dieselvoertuigen met Euro 3-norm er verboden, al is er wel een overgangstermijn van drie maanden waarin voor die voertuigen geen boetes worden uitgeschreven.

In Antwerpen, waar de LEZ in 2017 werd ingevoerd, worden de toelatingsvoorwaarden ook verstrengd. Net zoals in Gent moeten dieselvoertuigen er minstens Euronorm 5 hebben, voertuigen op benzine minstens euronorm 2. Voor diesels met Euro 4-motor kunnen eigenaars een toelating tegen betaling krijgen.

Geneesmiddelen elektronisch voorgeschreven

Vanaf 1 januari 2020 wordt het elektronisch voorschrijven van geneesmiddelen voor ambulante patiënten verplicht. Het RIZIV stopt vanaf dat moment ook met het leveren van voorschriftenboekjes.

Het verplicht gebruik van het elektronisch voorschrift voor ambulante patiënten geldt zowel voor huisartsen als voor artsen-specialisten.

Artsen die ouder dan 64 jaar zijn worden hier echter van vrijgesteld. Ook op huisbezoek, tijdens een bezoek aan een instelling of in geval van overmacht mogen artsen nog op papier blijven voorschrijven.

Gecombineerde hoestsiropen van de markt gehaald

Geneesmiddelen tegen hoest en verkoudheid mogen vanaf 1 januari 2020 enkel nog met één actief bestanddeel verkocht worden. Samengestelde preparaten worden van de markt teruggetrokken, zo staat op de website van het FAGG.

De volgende siropen verdwijnen of zijn ondertussen al van de markt gehaald: Acatar, Broncho-Pectoralis Pholcodine, Inalpin, Longbalsem, Noscaflex Expectorans en Toplexil. De samengestelde formule van Pholco-Mereprine siroop blijft wel beschikbaar tot eind mei 2020.

Ook officinale bereidingen tegen hoest en verkoudheid mogen vanaf 1 januari 2020 nog slechts één actief bestanddeel bevatten. Combinatiesiropen op basis van planten blijven na 1 januari wel te verkrijgen. Consumentenorganisatie Test-Aankoop raadt hoestsiropen die bestaan uit een combinatie van verschillende actieve bestanddelen al jaren af.

Rampenfondsen voor landbouwers vervangen

De bestaande Vlaamse rampenfondsen, het Vlaams Rampenfonds en het Landbouwrampenfonds, worden samengevoegd en worden vanaf 2020 vervangen door een “brede weersverzekering” die landbouwers zelf moeten afsluiten. In de eerste jaren zullen ze daarvoor een subsidie krijgen.

De brede weersverzekering zal dekking bieden tegen de gevolgen van extreme weersomstandigheden, zoals ernstige droogte, vorst, storm, hagel en hevige regen.

In haar beleidsnota kondigde minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) aan dat de verzekering geëvalueerd en bijgestuurd zal worden waar nodig “om de weerbaarheid van de land- en tuinbouw te versterken”.

De vorige Vlaamse regering wilde al langer van de rampenfondsen af. Vandaag draagt de overheid alle risico’s, terwijl natuurrampen door de klimaatopwarming steeds vaker voorkomen, waardoor de financiële last toeneemt. Tegelijk is het voor landbouwers vaak lang wachten op een uitbetaling.

Landbouwers zullen zich zelf moeten verzekeren bij een privéverzekeraar. Als aanmoediging om zo’n weersverzekering af te sluiten, krijgen landbouwers tijdens de eerste drie jaar de premie voor maximaal 65 procent terugbetaald.

Rookmelders verplicht

Vanaf 1 januari zijn rookmelders wettelijk verplicht in elke woning in Vlaanderen. Dat mag evenwel geen ionisatierookmelder zijn, want vanaf 1 januari is het in heel België verboden om dergelijke rookmelder in huis te hebben.

Er zijn twee soorten rookmelders: optische rookmelders en ionisatierookmelders. Die laatste zijn rookmelders die werken op basis van een radioactieve bron en vanaf 1 januari verboden zijn. De meeste zijn intussen uit de omloop, maar het Federaal agentschap voor nucleaire controle (FANC) roept mensen toch op om te controleren of ze nog een ionisatierookmelder in huis hebben. In dat geval kunnen die gratis in een recyclagepark gedeponeerd worden.

Banken strenger voor woonkredieten

Banken en verzekeraars zullen vanaf 1 januari strengere normen moeten hanteren voor het toekennen van een woonkrediet. Vooral voor het toekennen van woonkredieten met een zeer hoge “loan to value”-ratio (kredietbedrag ten opzichte van de waarde van het huis, red.) moeten banken voorzichtiger worden. Daarnaast zal ook meer rekening gehouden worden met de reeds bestaande schuldenlast en maandelijkse aflossingslast.

De maatregelen zijn er gekomen op vraag van het Europees Comité voor Systeemrisico’s (ESRB) dat eerder al waarschuwde voor een oververhitting van de Belgische vastgoedmarkt. Die Europese waakhond pleitte zelfs voor wettelijke maatregelen, maar de Nationale Bank geeft de voorkeur aan duidelijke, zelfregulerende afspraken met de financiële instellingen.

Een van die afspraken is de nieuwe norm dat voor een eigen woning maximaal 90 procent van de waarde mag worden geleend. De koper moet de rest zelf op tafel leggen. Financiële instellingen kunnen hier wel, in beperkte mate, van afwijken, bijvoorbeeld voor startende kopers. Voor woningen om te verhuren, moet het maximale leenbedrag beperkt blijven tot 80 procent van de waarde van het vastgoed. Ook hier is een kleine afwijking mogelijk.

Banken zullen in de toekomst ook strenger toekijken op de aflossingslast van gezinnen of hun totale schuldenlast.

“In geval van niet-respect zal de betrokken bank of verzekeringsmaatschappij wel een goede verantwoording moeten kunnen voorleggen volgens het zogenaamde ‘comply or explain’-principe”, waarschuwde de Nationale Bank.

Strengere energie-eisen

Wie een nieuw huis bouwt in Vlaanderen, moet vanaf 1 januari rekening houden met strengere energie-eisen. Het maximale E-peil (een maat voor het energieverbruik van de woning, red.) wordt verlaagd van E40 naar E35. En het E-peil voor wie een doorgedreven renovatie uitvoert met energiemaatregelen (een zogenoemde ingrijpende energetische renovatie) daalt naar E70.

Het maximale E-peil voor nieuwe woningen is de voorbije jaren steeds strenger geworden. Van E100 in 2006 ging het naar E40 in 2018. Nu volgt een nieuwe stap, naar E35, alvorens in 2021 het maximale E-peil E30 wordt. Dat laatste peil staat gelijk aan BEN-wonen (waarbij BEN staat voor “bijna energieneutraal”).

In de praktijk zal de E35-eis niet zoveel gevolgen hebben. Want uit cijfers die begin 2019 werden verspreid, bleek dat het gemiddelde E-peil voor nieuwbouwwoningen toen al E28 bedroeg. Zes op de tien nieuwe woningen beantwoordden zelfs al aan de BEN-norm E30 (die pas vanaf 2021 zal gelden).

Ook het gemiddelde E-peil bij ingrijpende energetische renovaties ligt al duidelijk lager dan de nieuwe eis.

Daarnaast wordt vanaf 1 januari het energieprestatiecertificaat (EPC), een document dat aantoont hoe energiezuinig een gebouw is, verplicht bij de verkoop of verhuur van “kleine niet-residentiële eenheden”. Denk bijvoorbeeld aan een bakkerij, café, apotheek, een kantoor- of een praktijkruimte.

Nieuwe vennootschapswetgeving

De nieuwe vennootschapswetgeving geldt vanaf volgend jaar ook voor bestaande vennootschappen. Niet alle aanpassingen daaromtrent gaan al meteen in, maar op 1 januari worden wel enkele “dwingende bepalingen” uit de nieuwe wetgeving van kracht. Volgens Acerta heeft de nieuwe vennootschapswet een impact op 80 procent van de vennootschappen.

De nieuwe vennootschapswet brengt de vennootschapsvormen in België terug tot vier basisvormen: de besloten vennootschap (bv), de naamloze vennootschap (nv), de coöperatieve vennootschap (cv) en de maatschap. Daarnaast zijn er nog de vereniging onder firma (vof) en de commanditaire vennootschap (Commv).

Startende ondernemers kunnen meteen in het vereenvoudigde systeem beginnen, maar voor heel wat bestaande ondernemingen wordt het aanpassen.

De omschakeling moet voor 2024 gebeuren, maar enkele bepalingen gelinkt aan de vereenvoudiging waarvoor geen statutenwijziging nodig is worden sowieso op 1 januari van kracht.

Zo worden alle ondernemingen verondersteld voor hun vennootschapsvorm al de nieuwe benaming te gebruiken. Ook gaat de verbeterde alarmbelprocedure dan al in, de balans- en liquiditeitstest bij winstuitkering in de bv wordt dan al verplicht en de vereiste van het minimumkapitaal wordt voor de bv dan al vervangen door de voorwaarde van voldoende aanvangsvermogen. Voor de nv volstaat de balanstest en blijft het minimumkapitaal vereist.

Ook zullen heel wat vennootschappen de samenstelling van hun raad van bestuur moeten aanpassen, aangezien men niet meer kan zetelen als fysieke persoon en tegelijk als vaste vertegenwoordiger van een vennootschap die ook bestuurder zou zijn. Bovendien is men vanaf 1 januari verplicht om een vaste vertegenwoordiger aan te duiden indien een vennootschap het dagelijks bestuur zou waarnemen.

Raden van bestuur moeten diverser

De raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen moeten vanaf 1 januari niet alleen meer vrouwen tellen, ook de leeftijd en de ervaring van de bestuursleden moeten diverser. Dat bepaalt de nieuwe Belgische Corporate Governance Code 2020.

Nieuw in vergelijking met de vorige regels van deugdelijk bestuur is een “nog meer uitgesproken” belang dat wordt gehecht aan diversiteit binnen de raad van bestuur, zei Philippe Lambrecht, bestuurder bij de Corporate Governance-commissie, bij de presentatie in mei. De wet legt al op dat raden van bestuur voor een derde uit vrouwen moeten bestaan, maar de code gaat nog verder in die diversiteit. Er moet “voldoende diversiteit in competenties, achtergrond, leeftijd en geslacht” zijn, zo staat er.

“De tijd van raden van bestuur met mannen van 50 en 60 jaar is wel voorbij”, aldus Lambrecht over die diversere samenstelling. Hij denkt daarbij aan jongere bestuursleden en vooral mensen met digitale competenties. “Een moderne blik op de toekomst moet worden gegarandeerd”, legt hij uit.

Ook nieuw in de code: de extra aandacht voor integriteit en onafhankelijkheid van de bestuurders. “Een bestuurder moet een kritisch oog hebben, een eigen mening hebben en denken in het belang van de onderneming”, aldus Lambrecht.

De nieuwe code van deugdelijk bestuur is bindend voor de beursgenoteerde ondernemingen. Er kan enkel van worden afgeweken indien een maatregel niet wenselijk of zelfs schadelijk is voor de vennootschap, maar dan moet zo’n afwijking expliciet worden uitgelegd.

De nieuwe Code 2020 is een update van eerdere versies uit 2004 en 2009 en legt de regels van deugdelijk bestuur op aan beursgenoteerde ondernemingen in ons land.

Hoger minimumloon voor gedetineerden

Vanaf 1 januari krijgen gedetineerden die werken een hoger minimumloon. Ze zullen dan minstens 0,75 euro per uur verdienen, ook als stakende cipiers hen verhinderen te werken.

Ieder jaar presteren de gedetineerden binnen onze gevangenissen zo’n 6 miljoen werkuren, vooral handenarbeid. Het Rekenhof had echter kritiek gegeven op het feit dat de gemiddelde bedragen die worden uitgekeerd voor hetzelfde werk sterk uiteenlopen. Het klaagde ook aan dat de lonen al 15 jaar lang niet meer geïndexeerd werden.

Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) besliste dat werkende gedetineerden vanaf 1 januari minstens 0,75 euro en maximaal 4 euro per uur zullen verdienen. De nieuwe lonen liggen al hoger dan de minimumbedragen van 0,62 en 0,69 euro per uur die waren vastgelegd in 2004. Alleen voor “vakarbeiders” was destijds al in een minimumloon van 0,79 euro per uur voorzien.

Ook als gedetineerden niet kunnen werken door een staking van het gevangenispersoneel, hebben ze recht op een vergoeding. Ongeacht of het werk van de gedetineerde vergoed wordt per uur of per stuk, bedraagt de vergoeding 0,75 euro per uur dat hij gewerkt zou hebben, met als maximum 5,25 euro per dag.

Bedienden zien loon stijgen

Ongeveer 470.000 bedienden die deel uitmaken van paritair comité 200 - de grootste groep bedienden in ons land - gaan in januari 2020 hun loon met 0,8 procent zien stijgen. Dat blijkt uit berekeningen van hr-dienstverlener SD Worx.

Het statistiekbureau Statbel had maandag al bekendgemaakt dat de inflatie in december gestegen is van 0,39 naar 0,76 procent. Het was voor het eerst sinds maart dat een stijging van de inflatie werd opgetekend.

Dat inflatiecijfer is ook belangrijk voor de indexering van de lonen. Zo staat nu vast dat de bedienden uit PC 200 - een kwart van alle bedienden in België uit verschillende sectoren - hun loon in januari met 0,8 procent zien stijgen, zo stelt SD Worx. De indexering ligt daarmee wel een pak lager dan de voorbije jaren. In januari 2019 gingen de lonen van die bedienden nog met 2,16 procent omhoog, het jaar voordien met 1,83 procent.

Technisch gezien gaat het niet om opslag, maar om een aanpassing van de lonen aan de levensduurte. Voor de werkgevers betekent het wel een stijging van de totale loonkost.

De indexering van de lonen in ons land verschilt van sector tot sector. Voor sommige sectoren gebeurt dat bijna maandelijks, voor anderen per kwartaal, halfjaar of jaar. Voor het merendeel van de loontrekkenden gebeurt dat in januari.

Neutraal sigarettenpakje

Vanaf 1 januari zitten tabaksproducten allemaal in hetzelfde neutrale pakje. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) wil zo het aantal rokers in België verder doen dalen.

De neutrale verpakking wordt verplicht voor sigaretten, rol- en waterpijptabak maar ook voor aanverwante producten zoals vloeipapier, sigarettenhulzen en filters.

Vanaf de start van het nieuwe jaar mogen er geen merklogo’s of promotieteksten meer op de verpakkingen staan, en zijn andere kleuren dan groenbruin uit den boze. Enkel het merk, het type en de hoeveelheid van het product mag vermeld staan, en dat in slechts één soort lettertype. Net zoals voorheen moeten de tabakswaren ook voorzien zijn van een gezondheidswaaschuwing.

“De verpakking van rookwaren onaantrekkelijk maken is erg belangrijk in de strijd tegen tabak”, zei De Block eerder over de maatregel. “Dat blijkt ook duidelijk uit de buitenlandse voorbeelden: in landen die de neutrale sigarettenpakjes hebben ingevoerd, is het aantal rokers opvallend gedaald.”

Landen die de neutrale verpakking al invoerden zijn onder meer Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen en Australië. De FOD Volksgezondheid zal in ons land toezien op het naleven van de nieuwe regel.

Gebruik van onkruidverdelgers verboden

Het gebruik van synthetische onkruidverdelgers door particulieren is vanaf 1 januari verboden. Eerder was het gebruik van totaalherbiciden op basis van glyfosaat, zoals het omstreden Roundup, ook al verboden voor particulieren.

Ook wie nog een voorraad onkruidverdelgers staan heeft, mag die niet meer gebruiken. Het toezicht op het verbod zit vervat in het milieuhandhavingsbeleid. De gemeente en de lokale politie kunnen dus optreden.

Het verbod is er gekomen vanuit het voorzorgsprincipe. Synthetische onkruidbestrijdingsmiddelen bevatten een chemisch aangemaakte werkzame stof.

Op basis van dit besluit kunnen alleen onkruidbestrijdingsmiddelen met een laag risico of die een werkzame stof van natuurlijke oorsprong bevatten nog verkocht worden aan en gebruikt worden door niet-professionele gebruikers.

Voor de professionele gebruiker die beschikt over een fytolicentie is er echter geen verbod op het gebruik van totaalherbiciden of synthetische onkruidverdelgers.

Nieuwe systemen voor kinderbijslag

Zowel in Brussels als Wallonië treden op 1 januari nieuwe systemen voor de kinderbijslag in werking. In Vlaanderen werd het systeem begin 2019 al aangepast.

Het nieuwe systeem in Brussel zal gelden voor alle kinderen, of die nu voor of na 1 januari geboren zijn. Voor elk kind dat vanaf 1 januari geboren wordt, is er een basisbedrag van 150 euro. Voor kinderen die voor die datum geboren werden, is het nieuwe basisbedrag 140 euro. Voor kinderen die voor 2020 geboren zijn, geldt het nieuwe systeem echter enkel als het voordeliger is dan het oude. Is dat niet het geval, dan blijft de oude regeling gelden. De bedoeling is dat geen enkel Brussels gezin minder krijgt dan voorheen.

Bovenop dat basisbedrag kunnen toeslagen komen die variëren naar gelang het inkomen van het gezin en het aantal kinderen. Daarnaast kan nog een supplement toegekend worden op basis van de situatie van het kind (handicap, wees, hogere studies...).

Voor elke eerste geboorte of adoptie is er een premie van 1.100 euro, vanaf het tweede kind gaat het om 500 euro.

In Wallonië zal de kinderbijslag voor kinderen die vanaf 1 januari geboren worden 155 euro per maand bedragen tot hun 18e verjaardag. Daarna, en tot hun 25e levensjaar, bedraagt de bijslag 165 euro. In het oude systeem nam ook in Wallonië het bedrag toe met het aantal kinderen. In Wallonië zal het oude systeem blijven bestaan voor alle kinderen die voor 1 januari geboren zijn.

Bij de geboorte van elk kind, of bij elke adoptie, krijgen ouders in Wallonië een premie van 1.100 euro.

In Vlaanderen zullen in de loop van 2020 sommige bedragen van de kinderbijslag, in het oude systeem, niet geïndexeerd worden. Het nieuwe systeem in Vlaanderen geldt enkel voor kinderen die na 1 januari 2019 geboren zijn - wie voor die datum geboren is, valt nog in het oude systeem.

Experts sneller uitbetaald

Vertalers-tolken, psychiaters en andere gerechtsexperten zullen vanaf nu sneller betaald worden voor hun diensten. Vanaf 1 januari zullen dertien gerechtskostenbureaus een centraal aanspreekpunt zijn voor hun uitbetaling, waardoor de gemiddelde betalingstermijn volgens minister van Justitie Koen Geens (CD&V) van 154 in 2018 naar minder dan 60 dagen zal gaan.

Vertalers en collega-deskundigen moeten zich niet langer wenden tot een parketsecretariaat of de lokale griffie voor de betaling van hun facturen, maar tot het gerechtelijke arrondissement waar ze wonen. Daar zullen medewerkers die zijn opgeleid in overheidsboekhouding de betalingen afhandelen.

Tolken moeten voortaan slechts één kostenstaat per maand voorleggen met alle prestaties, en gerechtsexperts krijgen hun geld voortaan gemiddeld na minder dan 60 dagen. Het onderscheid tussen ‘dringende’ en ‘niet-dringende’ kosten verdwijnt, omdat die laatste categorie vaak vertraagd werd uitbetaald en voor misverstanden zorgde. Verder wordt het digitaal bezorgen van de vorderingen verplicht, tenzij er objectieve redenen zijn waarom dit onmogelijk is.

Tot slot moeten de gerechtskostenbureaus er ook voor zorgen dat de uitgaven in strafzaken beter beheerst worden. Zo zal de FOD Financiën gerechtskosten beter kunnen terugvorderen bij de veroordeelde, omdat er digitaal gewerkt wordt en er een betere informatie-uitwisseling is.

Nieuwe code voor apothekers

De Orde der Apothekers past vanaf 1 januari een nieuwe deonthologische code toe. De aanpassing komt er nadat de Belgische Mededingingsautoriteit de Orde in oktober een boete oplegde van 225.000 euro omdat ze het apothekers onmogelijk heeft gemaakt om reclame te maken of kortingen toe te kennen voor parafarmaceutische producten.

De belangrijkste wijziging in de code is de principiële toelating om publiciteit te maken, onder meer op sociale media, of gebruik te maken van betalende referentiëring zoals Google AdWords. “Deze toelating is echter niet absoluut en wordt onderhevig aan enkele voorwaarden. Het belang van de patiënt en de volksgezondheid blijven het allerbelangrijkste, net als de geloofwaardigheid van het beroep”, aldus de Orde der Apothekers.

De code zal regelmatig worden aangepast in functie van de evoluties in de sector en de wetgeving. Elke vijf jaar wordt ze geëvalueerd en indien nodig aangepast.

Volgens de Orde was er al sprake om de code aan te passen voor de boete van de Mededingingsautoriteit. De vorige hervorming van de deontologische code dateerde al van 2010 en het was dus tijd voor een nieuwe update.

Kilometerheffing

De tarieven van de kilometerheffing, die sinds 1 april 2016 in ons land in voege is voor vrachtwagens, worden in Wallonië op 1 januari 2020 geïndexeerd. In Vlaanderen en Brussel gebeurde dat op 1 juli. Vanaf 1 januari wordt er in Wallonië ook 22 kilometer weg toegevoegd aan het net van de kilometerheffing. Het gaat om korte bijkomende trajecten op de N224, de N246, de N5, en de N610. Dat meldt Viapass, het publiek orgaan dat de kilometerheffing coördineert en controleert in België.

De tarieven stijgen met 0,2 cent per kilometer voor alle vrachtwagens met euronorm 4 of hoger (hoe hoger, hoe recenter en milieuvriendelijker). In de categorieën van 12 tot 32 ton en van meer dan 32 ton stijgen de tarieven met 0,3 cent per kilometer voor oudere vrachtwagens met euronorm 3 of lager. Bij de lichtere vrachtwagens van 3,5 tot 12 ton blijft de tariefstijging voor de vrachtwagens met euronorm 3 of lager beperkt tot 0,2 cent. De recentste trucks blijven minder betalen dan de oudere.

In totaal leverde de kilometerheffing voor vrachtwagens in 2018 in België 712,7 miljoen euro op, waar dat een jaar eerder nog 676 miljoen euro was. In Vlaanderen bracht de tolheffing 449,4 miljoen euro op in 2018, tegenover 424,4 miljoen euro in 2017. In Wallonië was dat 253 miljoen euro (241,5 miljoen euro in 2017) en in Brussel 10,3 miljoen euro (10,1 miljoen euro in 2017).

Kroatië Europees voorzitter

Kroatië wordt op 1 januari 2020 voor de eerste keer Europees voorzitter. Zes maanden lang zullen de Kroatische ministers de vergaderingen met hun Europese ambtgenoten leiden. De inzet is hoog, zowel voor Kroatië als voor de EU.

Met ingang van het nieuwe jaar neemt Kroatië de voorzittershamer van de Raad van de Europese Unie over van Finland. De jongste lidstaat - die in 2013 tot de EU toetrad - zal de Raad door woelige wateren moeten leiden, want normaal gezien vindt eind januari de Brexit plaats. Voor het eerst zal een lidstaat dus de Unie verlaten.

Tegelijk krijgt Kroatië de onderhandelingen over de Europese meerjarenbegroting 2021-2027 in de schoot geworpen. Het belang van die gesprekken is groot, want liever vroeg dan laat moet de EU weten welke budgetten de komende jaren beschikbaar zijn. De begunstigden van het Europese landbouwbeleid staan op hun strepen, net als de landen die veel middelen uit de cohesiefondsen ontvangen. Tegelijk moet ook geld worden vrijgemaakt voor de prioriteiten van de nieuwe Europese Commissie. Op de achtergrond eist een handvol landen dat er maximaal 1 procent van het Europese bni naar het budget van de EU vloeit.

Verwacht wordt dat er pas tegen de zomer een akkoord kan worden gevonden over de meerjarenbegroting. Tegen dan moet ook duidelijk zijn of Polen zich als laatste lidstaat wil engageren tot klimaatneutraliteit tegen 2050.

Vanaf 1 juli wordt Duitsland zes maanden lang Europees voorzitter. België is in de eerste helft van 2024 opnieuw aan de beurt.

Door gjs, jvh, mtm
TOP 10 MEEST GELEZEN