Dit N+ artikel is exclusief voor jou als abonnee.

Abonnee worden? Kies je leesformule

02/01/2020 - Unknown
camera closecorrect down eyefacebook Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

  

Nico Dijkshoorn

Fijne zinnetjes

Lezer, ik wens u klein geluk. Groot geluk is makkelijk geluk. Bevallen van een kind, de loterij winnen, net niet naar beneden vallen als je iets te ver uit een raam leunt. Dat kan iedereen. Ik wens u talloze keren per dag een kort geluksstroompje. Vergelijk het maar met het stoten van uw elleboog, precies op de plek waar de aan- en uitknop van de elektriciteit in het menselijk lichaam zit.

Ik gun u al het kleine geluk in de wereld. Met de trein reizen en dan voor één keer niet naast een man zitten die zijn vuile wasgoed van de afgelopen maand in een plastic zak heeft gepropt. Eindelijk eens een machinist treffen die van zijn dienstmededelingen geen cabaret probeert te maken.

Ik hoop dat u de straat uitloopt, de hoek omslaat en dat er vlak achter u iemand hard hollend tot stilstand komt. U denkt aan een bedelaar of aan iemand die u een abonnement op het nieuwe tijdschrift Vrouwen Van Toen wil verkopen, maar het blijkt iemand te zijn die op uw schoenen wijst. “Mooi. De kleur past precies bij uw ogen.”

Zo een jaar wordt het. Ja, u moet wachten in een stampvolle winkel omdat iedereen voor u in de rij zijn cadeaus laat inpakken, maar tijdens het wachten hoort u nu eens hele fijne zinnetjes. Dus niet de gebruikelijke monologen, zoals: “Ik laat die man mijn voet zien en toen geloofde hij het pas: kalknagels tot aan mijn enkels” of de zin die ik zelf een paar dagen geleden nog hoorde: “Als ik ooit een konijn vang dan noem ik hem Schuitebever Romselaar De Kaboelen van Rodeleven”.

Dit jaar wordt dat allemaal anders. U hoort fijne zinnetjes op vervelende plekken. Bij de apotheek, terwijl u wacht op uw medicijnen, vlak naast u, een man met een hoed. “Ik keek hoe ze de stronk van een bloemkool haalde. Met haar handen. Ze had mooie handen. Ze streelde mij. Hier, in mijn nek.”