Abonnee worden? Kies je leesformule

“En allemaal op een toontje waarop je hen ­vervloekt en denkt dat ze hun gedacht mogen ­steken daar waar de zon niet schijnt.”

Lotte Debrouwere

“En allemaal op een toontje waarop je hen ­vervloekt en denkt dat ze hun gedacht mogen ­steken daar waar de zon niet schijnt.”

“Mama, Fons vond mijn tekening kriebelkrabbel.” Mijn dochter zit in de put. Haar liefje vond haar ­tekening maar niets. “Etje en bwaark”, waren nog dodelijke termen die haar geliefde in de mond had genomen. Dat is natuurlijk een dolk in haar peuterhart. “Vond jij het zelf mooi?”, vraag ik. Ze knikt. “Ik vond het echt mooi, mama. De zon had ik rood geschilderd en dat vond Fons ook stom. Maar de zon is soms rood, toch?” Ik knik en zeg dat het heel belangrijk is dat ze het zelf mooi vindt. Dat de zon ook groen als gras mag zijn of blauw als de wolken. Als zij het maar mooi vindt. En dat er nog honderd miljoen mensen in haar leven hun gedacht zullen zeggen. Vooral ongevraagd. En achteloos. Om ­zichzelf beter te voelen. Of gewoon uit een soort verveling. Dommigheid. “Ha, uw kind is niet ­gedoopt”, bijvoorbeeld. En dan laten ze een stilte vallen. Of: “Gij laat uw kind naar K3 luisteren?” Met dan weer een stilte. Of: “Ach, u bent met die man ­samen?” Het lief grinnikt. “Het is toch waar”, zeg ik. “En allemaal op een toontje waarop je hen ­vervloekt en denkt dat ze hun gedacht mogen ­steken daar waar de zon niet schijnt.” Mijn dochter kijkt op. “Waar schijnt de zon niet, mama?” vraagt ze.

AANGERADEN