“Als ik een paar dagen niet gespeeld heb, mis ik mijn mondharmonica’s al”

Gent - De Gentse muzikant Steven De bruyn leverde recent met The Eternal Perhaps en al een kwarteeuw dienst in het muzikantenvak, zijn eerste (bijna) soloplaat af. De bruyn, vooral bekend van El Fish en The Rhythm Junks, kreeg voor The Eternal Perhaps lovende kritieken van vijf, vier en drie sterren over zijn hoofd. Maandag 20 januari stelt Steven De bruyn, geflankeerd door bassist Jasper Hautekiet en zangeres Annelies Van Dinter, zijn plaat voor in De Handelsbeurs.

Zelf leerden wij Steven De bruyn kennen halfweg de jaren negentig, tijdens een concert in het toenmalige café Pane&Amore, op de hoek van de Lammerstraat en de Parijsberg. Wij waren toen nogal onder de indruk van De bruyn, ondermeer omdat hij toen een zwart-rood fluwelen etuitje ontrolde waar een redelijk indrukwekkend aantal mondharmonicatoestellen in zaten. Een mondharmonica is ondertussen het verlengstuk van Steven De bruyn geworden.

Herinner jij je nog hoe het allemaal begon?
“Ja. Als kind, ik moet ongeveer 12 geweest zijn, ontdekte in de schuif van mijn moeder die kleuterleidster was, een chromatisch mondmuziekje. Mijn moeder vond het eigenlijk niet leuk dat één van de kinderen daar op speelde, want het was haar instrument om op school aan de slag mee te gaan. Maar ik smokkelde het af en toe mee naar mijn kamer. Toen ik Leuven sociologie studeerde en in het voorbijgaan uit een café die klank van een bluesharp opnieuw hoorde, ben ik er mij zelf een gaan kopen. En vanaf toen ben ik elke dag beginnen oefenen. Nadat ik mijn licentiaatsdiploma sociologie behaalde ben ik nog een jaar in Hull (UK) gaan studeren. Ook daar zag en hoorde ik een groepje concerteren waarbij één van de muzikanten een mondharmonica bespeelde en besefte ik voor het eerst dat je met dat kleine instrument toch wel heel veel kon doen. Daar is de droom voor mij wel echt begonnen. Terug uit Hull werkte ik twee jaar als assistent-statistiek aan de universiteit en kwam ik via Pieter-Jan De Smet in contact met Roland. Iets daarvoor had ik mijn eigen groep El Fish opgericht. Toen we in 1996, met het nummer Copydog, dat ik bij wijze van spreken op 5 minuten maakte, in de Ultratop geraakten dacht ik: “als het zo simpel is, dan zeg ik mijn werk op, en probeer ik van de muziek te leven.”

En zo geschiedde: Steven De bruyn maakte met El Fish op 7 jaar tijd zes platen, om daarna tijdens goed 15 jaar met The Rhythm Junks vier albums te maken. En dan was er ook het project Fortune Cookie (ook al met Roland), en medewerking aan een aantal andere projecten zoals Sahara Blues of het Muze Jazz Orchestra. 

Maar nu ga je dus solo. Waarom?
“Ik heb altijd graag in een groep gespeeld. Muziek is op zich een sociaal gebeuren. En in een groep lanceer je een ideetje, en bouw je daar met zijn allen op verder. Ik ben nooit de man geweest die zijn eigen ideeën opdrong aan de anderen. Maar binnen een groep worden er ook veel ideetjes gelanceerd die dan om een of andere goede reden niet verder uitgewerkt worden. En ik wou nu wel eens uittesten waar ik toe in staat was als ik het allemaal alleen zou doen, zonder inbreng van derden. Ik vond dat als muzikant een heel interessante oefening om te ontdekken wat ik zelf honderd procent belangrijk vind. En mezelf te confronteren met mijn beperkingen.”
 

En dat met zeg maar één instrument? Terwijl wie goed luistert tal van instrumenten lijkt te horen, bovenop de baspartijen van Jasper Hautekiet. Violen? Cello? Wat nog allemaal?
“Na al die jaren heb ik ondertussen een vrij uitgebreide collectie mondharmonica’s, elk vaak met hun eigen klank. Ik ben ook iemand die  de technologie omarmt, en ben dus niet vies van effectpedaaltjes. Ook op mijn mondmuziekjes. En ik oefen veel en dagelijks. Ook als ik niet aan een nieuwe plaat werk speel ik elke dag wel op één van mijn vele mondharmonica’s. Daardoor lukt het mij ondertussen inderdaad om bvb de klank van een trombone, een cello, viool, didgeridoo, orgel en een balkanachtige fluit na te bootsen.”
 

Bespeel je ook andere instrumenten?
“Ja. Ik heb ook nog een kleine verzameling gitaren, synths, autoharp, omnichords, maar om al die instrumenten goed te beheersen moet je er wel heel veel tijd in steken. De woorden van de recent overleden Jules Deelder indachtig -die vond dat er binnen de box evenveel te beleven was dan buiten de box- ben ik er mij echt gaan op toeleggen wat ik allemaal uit een mondharmonica kon halen. Ik vind dat echt een heel fijne ontdekkingstocht. En die tocht duurt nog voort. Als ik een paar dagen geen mondharmonica tussen de lippen gehad heb, dan mis ik het al.”

Je was de bezieler van El Fish, The Rhythm Junks en Fortune Cookie. Nu speel je solo. Of toch bijna helemaal solo. Welk gevoel geeft dat?
“Ook al was ik de bezieler van eigen groepen, de mondharmonica stond er niet altijd of niet permanent mee op de voorgrond. Naast die eigen groepen werd ik ook vaak gevraagd als gastmuzikant in de studio of op podium. En als harmonicaspeler ben je dan meestal de kers op de taart. Misschien dat ik nu wel eens wilde proberen om niet enkel de kers op de taart te zijn, maar de taart ook zelf wilde maken. En kijken hoe die smaakt?”

Even terug naar je verzameling mondharmonica’s. Hoeveel heb je er ondertussen?
“Heel precies weet ik dat niet. Maar ik heb hier in huis wel een en ander liggen ja. Goed tweehonderd in totaal denk ik. In mijn beginperiode heb ik er door ontstuimigheid wellicht nogal wat kapot geblazen, tot 5 per maand. Ik speelde toen vooral electrische blues met een gitarist, bassist en drummer, en dat is nogal luide muziek. Harmonica’s zijn eigenlijk fragiel en bestaan uit talloze koperen lamelletjes die je doet trillen door er lucht door te blazen. In die kwarteeuw ben ik er ook wel bedreven in geraakt om die instrumenten ook te herstellen. Ik moest het wel zelf allemaal uitzoeken. Je vond er nauwelijks documentatie over. Nu puilt Youtube wel uit van allerlei instructiefilmpjes, maar dat was toen niet het geval.”

Hoeveel van die 200 neem je er mee naar een concert?
“Meestal achttien stuks. De ‘basismodellen”, een paar speciallekes en een basharmonica. En ja, ik draag daar goed zorg voor.  zal ze nooit achterlaten in de auto. En als ik in een bepaalde concertzaal meerdere dagen na elkaar moet spelen, zal ik ze daar ook niet achterlaten. Ik wil er altijd bij mij hebben, voor het geval ik een ingeving heb en iets wil uitproberen. Dan neem ik dat op met mijn gsm, om later op door te werken. Het nummer Onderweg #2 is zo ontstaan. Ik spoorde elke dag vanuit Gent naar de studio in Brussel. Op een bepaald moment drong het geluid van de rails tot me door, en deed dat me denken aan het geluid van sjamanistische fluiten. Ik ben dan beginnen improviseren en werkte het nummer in de studio verder af. Ik zou het ook niet goed kunnen verdragen dat iemand anders op mijn mondharmonica speelt. Het is tenslotte een heel persoonlijk instrument. Tijdens een caféconcert in Ierland was er eens een zatte Ier die één van mijn mondharmonica’s meegriste, er op speelde en het aan het hele café doorgaf. Dat exemplaar heb ik achteraf toch in de ontsmettingsalcohol gelegd!” (lacht)

Van de liveconcerten met je bands herinneren we jou als de muzikant die deels op de achtergrond blijft, soms de zangpartijen doet, en op herhaalde momenten vaak met hoekige, bijna spastische bewegingen over het podium beweegt, de lange gele of blauwe of rode microkabel over je schouder meetrekkend. The Eternal Perhaps is een veel rustiger, filmische plaat. Die concerten verlopen wellicht heel anders? Ik zie het al voor mij: jij op een barkruk of in een zetel, en het publiek languit in grote zitzakken op de grond?
“De eerste concerten vielen alvast heel goed mee. We speelden zowel staande concerten, als concerten waar de mensen op barkrukken zaten. Het concert in de Handelsbeurs was aanvankelijk voorzien in de foyer, maar is wegens grote belangstelling verplaatst naar de concertzaal. De plaat biedt mogelijkheden om live op diverse settings gespeeld te worden. Live speel ik samen met Jasper Hautekiet en kunnen we onze set aan de locatie aanpassen. Ik kijk heel hard uit naar het concert in de Handelsbeurs.”

Op de binnenkant van de hoes staat een uitspraak van Albert Camus: “Man is the only creature who refuses to be what he is”. Waarom staat die uitspraak er?
“Tja. De mens is het enige wezen dat weigert te zijn wat hij is. Ik weet dat ik een mondharmonicaspeler ben, en toch probeer ik soms een heel orkest te zijn, wat ik niet echt ben hé!”

Voor- en achterkant van de hoes is een schilderij dat gemaakt is door Jaco Stevo Sette. Je noemt jezelf ook wel eens Stevo Harpo. Wie is Jaco Stevo Sette?
“Dat is mijn oudste zoon. Die studeert aan het KASK in Gent, Hij had dat werk al gemaakt voor ik aan de plaat bezig was. Ik vond het wel mooi. Ik hou van onaffe dingen die toch heel mooi kunnen zijn. En Sette is de familienaam van mijn vrouw Katia en staat voor 7 in het Italiaans. Het artwork staat overigens op naam van Dries De bruyn, mijn jongste broer.”

Steven De bruyn. The eternal perhaps ligt nu in de platenhandels. Releaseconcert in de Handelsbeurs op maandag 20 januari. Ticketinfo via de site van de handelsbeurs.

 

 

 

 

  

Door Rudy Tollenaere
AANGERADEN