Veel buitenlanders, veel transfergeld en dure kaartjes bij Anderlecht: zo ziet de UEFA onze competitie

Een zitje in het Lotto Park behoort gemiddeld tot de twintig duurste van Europa. Foto: Photo News

De UEFA heeft haar jaarlijks rapport uitgebracht waarin het een evaluatie maakt van het Europese voetballandschap. Editie: het financiële jaar 2018. Interessant voor ons Belgen: dat ons land nog steeds sterk afhankelijk is van transferinkomsten. Dat en twee andere vaststellingen.

1. Het Belgische voetbal is afhankelijk van transferinkomsten

50 procent. Volgens de UEFA hebben transferinkomsten in de Jupiler Pro League gezorgd voor maar liefst de helft van de totale omzet gegenereerd in het jaar 2018. Een bijzonder hoog cijfer dat alleen door Portugal (61%) en Frankrijk (54%) overtroffen wordt. De UEFA houdt enkel rekening met de bruto transferinkomsten (het kijkt dus enkel naar het geld dat binnenkomt en houdt geen rekening met de bedragen die Belgische clubs neertellen voor inkomende transfers), maar dat de Belgische competitie zo afhankelijk is van transfergelden wijst er wel op dat er op andere vlakken nog veel beterschap mogelijk is. TV-gelden, bijvoorbeeld. 19% van de totale omzet kwam in 2018 uit de verkoop van de mediarechten, ver achter de cijfers die Engeland (53%), Italië (47%) of Spanje (42%) kunnen voorleggen. De bedoeling is dat het nieuwe TV-contract – dat vanaf volgend seizoen ingaat – dat percentage omhoog krikt. Voor de volledigheid: met 391 miljoen euro omzet prijkt België op plaats tien van competities die het meeste geld binnen zagen komen in 2018. Met 5,4 miljard ligt het wel mijlenver achter op leider Engeland

Veel buitenlanders, veel transfergeld en dure kaartjes bij Anderlecht: zo ziet de UEFA onze competitie
De Pro League hoopt in het nieuwe TV-contract de kaap van de honderd miljoen euro te overschrijden. Foto: Photo News

2. Het Belgische voetbal zit stevig in buitenlandse handen

Slechts twee UEFA-leden hadden in 2018 meer buitenlands eigenaars in hun hoogste competitie dan België: Engeland – twaalf stuks – en Frankrijk – zeven stuks. Met vijf op zestien clubs in handen van buitenlanders prijkt ons land samen met Italië op plaats drie van dat klassementje. Die vijf clubs waren – en zijn nog steeds – STVV, KV Kortrijk, Moeskroen, Eupen en Cercle Brugge. Met KV Oostende komt daar in de toekomst mogelijk nog een zesde bij. Een overname ligt trouwens helemaal in lijn met de Belgische trend. België tekende tussen 2017 en 2018 samen met Griekenland en Moldavië voor het hoogste aantal clubovernames.

Veel buitenlanders, veel transfergeld en dure kaartjes bij Anderlecht: zo ziet de UEFA onze competitie
STVV: big in Japan en ook in Japanse handen. Foto: Tom Palmaers

3. Het Belgische voetbal is gemiddeld duur (behalve in Anderlecht)

22 procent van de Belgische omzet kwam in 2018 voort uit ticketinkomsten. Een Belgische voetbalfan betaalde dat jaar gemiddeld 21,3 euro om een match in de Jupiler Pro League bij te wonen. Een gemiddeld cijfer – ons land staat daarmee tiende in de rangschikking van duurste bij te wonen competities – maar wel eentje dat stevig omhoog wordt getrokken door Anderlecht. Daar betaalden supporters in 2018 gemiddeld 41,8 euro voor een ticket. Paars-wit staat daarmee in de top twintig van duurste clubs in Europa. Met een gemiddelde prijs van 93,3 euro legt de fan van PSG trouwens het meeste geld op tafel. Let wel op: de UEFA pakt in haar berekening ook alle inkomsten uit hospitality mee. Versta: ontvangt een club meer etende VIP-fans, dan trekt dat de gemiddelde prijs meteen stevig de lucht in.

Door Guillaume Maebe
AANGERADEN