Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee

Abonnee worden? Kies je leesformule

De commerciële rusthuizen rukken op: “Winst en zorg gaan niet samen”

De commerciële rusthuizen rukken op: “Winst en zorg gaan niet samen”

In amper zeven jaar tijd is het aantal commerciële rusthuizen in Vlaanderen verdubbeld. Maar hoe ingeburgerd ze ook zijn, het wantrouwen in de rest van de sector blijft groot. Zeker nu die spelers steeds meer in buitenlandse handen komen. “Dit is heavy business, die ten koste van de zorg gaat.”

Karline Ballegeer
Bewoners die na een kortverblijf bij ons naar een commercieel woon-zorgcentrum verhuizen, smeken om te mogen terugkeren

ls ergens in Vlaanderen een nieuw rusthuis wordt gebouwd, is de kans groot dat daar een privébedrijf achter zit. Deze commerciële spelers zijn in de ouderenzorg veruit de sterkste groeiers. Bij de jongste telling vorig jaar waren er al 253 commerciële rusthuizen, wat liefst 131 meer is dan zeven jaar voordien. Drie bedrijven zijn dominant: Senior Living Group, Armonea en Orpea. Zij baten samen 58 procent van de commerciële rusthuizen uit, of bijna een vijfde van alle rusthuizen in Vlaanderen.

Deze drie groepen zijn de voorbije jaren bovendien allemaal door grote Franse internationale groepen overgenomen, waardoor één op de vijf rusthuizen vandaag wordt aangestuurd vanuit een hoofdkwartier in Frankrijk. Een evolutie die in de rest van de sector veel argwaan wekt. “Het management in die internationale hoofdkwartieren lijkt veraf te staan van de realiteit”, zegt Olivier Remy, vakbondssecretaris bij ACV Puls. “Bovendien ligt de nadruk op de financiële doelen, waardoor de zorg voor de bewoners en het oplossen van de werkdruk ondergeschikt dreigen te worden.”

LEES OOK. DE RUSTHUISWIJZER. Vergelijk hier alle rusthuizen: hoeveel kosten ze, wat krijg je en wat zeggen de bewoners? (+)

Het is een vrees die velen delen. “Winst en zorg leven op gespannen voet”, zegt Nathalie Debast, woordvoerster van de Vereniging van Vlaamse Steden en ­Gemeenten, die de OCMW-rusthuizen overkoepelt. “Een model dat de kwaliteit van de zorg ondergeschikt maakt aan de dividenden van de aandeelhouders, is niet het model dat de beste zorg levert.” Margot Cloet, gedelegeerd ­bestuurder van Zorgnet-Icuro, met 312 vzw-rusthuizen de grootste koepelorganisatie, stelt het nog scherper: “Dit is heavy business waar alles om geld draait. En het probleem is dat er beknibbeld wordt op de zorg ten voordele van de aandeelhouders.”

De commerciële rusthuizen rukken op: “Winst en zorg gaan niet samen”

“Nul euro winst”

Is deze vrees terecht? Krijgen bewoners in commerciële rusthuizen slechtere zorgen omdat alles om geld zou draaien? Tot nog toe is er geen enkele studie die dat zwart op wit aantoont. De commerciële woon-zorgcentra moeten aan ­dezelfde kwaliteitseisen van de overheid voldoen en ze krijgen dezelfde personeelssubsidies. Wel zijn er af en toe verontrustende signalen. Zo heeft de Vlaamse overheid vorig jaar een lijst opgesteld van vijftien rusthuizen die onder “verhoogd toezicht” staan wegens té slechte kwaliteit, en dertien daarvan behoorden tot de commerciële sector.

LEES OOK. Het rusthuispersoneel kraakt onder de werkdruk: “Het was mijn droom, maar ik ben gedegouteerd vertrokken” (+)

“Bewoners die na een kortverblijf bij ons naar een commercieel woon-zorgcentrum verhuizen, smeken om te mogen terugkeren”, zegt Karline Ballegeer, directeur van Hof ter Engelen in Lokeren. “Ze missen niet alleen het eten dat hier beter is, maar ook de warme zorg die wij kunnen bieden omdat we meer volk inzetten.” Personeelsleden uit commerciële rusthuizen schetsen ook een opvallend negatiever beeld van hun werkgever dan hun collega’s in de ­publieke sector, zo blijkt uit onze ­gesprekken. Ze hebben het over besparingen die de bewoners treffen en over “naam en faam” die ­belangrijker zijn dan de kwaliteit van de zorg.

LEES OOK. Mag je als koppel samen naar het rusthuis, ook als één wederhelft nog geen zorg nodig heeft? En betaalt de gezonde partij dan evenveel? (+)

In een reactie ontkent Geert Uytterschaut, de Belgische directeur van ­privégroep Orpea, dat met klem. “Op de zorg wordt nul euro winst gemaakt”, zegt hij. “De marges zitten in de huisvesting en in extra dienst­verlening. We mogen het blijkbaar wel normaal vinden dat apothekers en artsen-specialisten goed hun boterham verdienen, maar voor rusthuizen is dat plots een taboe.”

Blind en doof

De commerciële rusthuizen rukken op: “Winst en zorg gaan niet samen”

De commerciële spelers voeden dat wantrouwen zelf voor een stuk omdat ze nauwelijks informatie vrijgeven over hun businessmodel. Een overzicht van de inkomsten en uitgaven, zoals dat voor de vzw-rusthuizen bestaat (zie grafiek hiernaast), willen ze niet geven. Daardoor kan ook niemand nagaan welk aandeel van de maandelijkse rusthuisfactuur naar zorg gaat en welk naar de (buitenlandse) aandeelhouders.

“Zolang dat niet duidelijk is, hebben we een probleem”, zegt directeur Nils Vandenweghe van de Vlaamse Ouderenraad, de koepel van senioren­verenigingen. Toch wil geen enkele van de grote commerciële spelers z’n winstcijfers vrijgeven. Van de Armonea-groep bijvoorbeeld weten we dat die begin dit jaar voor 550 miljoen euro door de Franse groep Colisée werd overgenomen, en we weten ook dat het bedrijf voor die overname een brutowinst van 42 miljoen had, maar voor de rest is Armonea blind en doof voor onze verdere vragen hierover.

De groep Orpea laat iets meer in zijn kaarten kijken, maar wanneer het over de concrete cijfers gaat, wil ze enkel de internationale cijfers geven: een nettowinst van 220 miljoen eind 2018, maar dat gaat dan over alle activiteiten van de groep in de hele wereld. Voor ­Senior Living Group ten slotte, de grootste commerciële aanbieder, krijgen we pas na lang aandringen de Belgische cijfers: een omzet van 436 miljoen, maar nog steeds geen winstcijfer.

LEES OOK. 6 euro voor drie maaltijden: in onze rusthuizen vind je geen haute cuisine (+)

Volgens Vlozo, de koepel van commerciële woon-zorgcentra, heeft dat niks met een gebrek aan transparantie te maken. “Doordat zij deel uitmaken van een grotere groep zijn geen aparte gegevens beschikbaar”, zegt gedelegeerd bestuurder Véronique De Schaepmeester. “Ik kan alleszins verzekeren dat er op de zorg voor de bewoners geen winst wordt gemaakt.”

De Vlaamse regering wil in elk geval komaf maken met de geheimdoenerij en heeft in haar regeerakkoord bepaald dat er een “transparante sectorspecifieke boekhouding” moet komen. Met andere woorden: dat voor iedereen duidelijk is wat het onderscheid is tussen woon-, leef- en zorgkost.

Het gebrek aan transparantie is ook merkbaar in De Rusthuiswijzer op onze website. Hiervoor stuurden we een vragenlijst naar alle Vlaamse rusthuizen. Ruim de helft van alle woon-zorgcentra nam daaraan deel (432), maar daarin zitten amper 42 commerciële rusthuizen. De meer dan tweehonderd andere commerciële voorzieningen hebben het bevel van hun hoofdkwartieren opgevolgd en weigerden inzicht te geven in onder meer hun kameroppervlakte en maaltijden.