Koppels die ‘babytaal’ tegen elkaar spreken hebben meer seks

Foto: Shutterstock

“Gaan we straks naar ons nestje, zwoelie?” of “Haasje, wil je mijn rugje krabben?” Spreken jij en je partner soms met een hoog, schattig stemmetje tegen elkaar? Gebruiken jullie vaak onderling woordjes of uitdrukkingen die niemand anders begrijpt? Schaam je dan vooral niet. Wie soms ‘babytaal’ spreekt, is gelukkiger in zijn relatie, kust en knuffelt vaker en heeft meer seks.

Als we tegen baby’s spreken, doen we dat op een andere toon dan tegen volwassenen. Toch gebruiken velen die ‘babytaal’ ook tegen hun partner. En daar moeten we ons niet om schamen, zo blijkt nu.

Seksuologe Audrey Aerens (KU Leuven) deed er voor het eerst in twintig jaar onderzoek naar en kwam tot de vaststelling dat “babytaal goed is voor je relatie en een teken is dat het nog goed zit.”

Van de 1.142 mensen die ze ondervroeg voor haar onderzoek, blijkt dat twee op de drie soms met hun partner praten zoals ze dat tegen een baby zouden doen. Geen ‘tatata’ of ‘agoedigoedigoedi’ maar korte zinnetjes, veel verkleinwoorden en uitdrukkingen die alleen zij begrijpen.

“Mensen die lieve woordjes gebruiken in een relatie, vertonen de hoogste scores op relatiegeluk, op hechting en affectiegedrag. Bovendien knuffelen en kussen ze vaker en hebben ze meer seks”, zegt Aerens.

Niet tijdens de seks

Opvallend is wel dat de deelnemers aan het onderzoek aangaven dat ze babytaal in een seksuele context “ongepast” vinden. Wel ervoor en erna, maar niet tijdens de daad dus.

Door tg