Dit N+ artikel is exclusief voor jou als abonnee.

Abonnee worden? Kies je leesformule

26/01/2020 - Jupiler Pro League
camera closecorrect down eyefacebook Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

Gille Van Binst en Robbie Rensenbrink in de sofa, een van de weinige keren dat hij binnen mocht roken van zijn vrouw Corrie. Marc Herremans - Mediahuis

Anderlecht-watcher Jürgen Geril ging

twee keer thuis op bezoek bij Robbie Rensenbrink

Samen op de sofa met een wereldvoetballer

Zelf zag ik Robbie Rensenbrink nooit live voetballen. Zijn weergaloze dribbels en zijn goals in Europese finales ken ik slechts van op tv, alsook zijn nog legendarischere bal op de paal in de WK-finale van 1978. Maar ik zat wel twee keer bij hem thuis in de sofa. Uit alle anekdotes en verhalen bleek toen hoe groots de Slangenmens was.

Stel het u even voor. Een bank, een oude videocassette en twee Heinekens. Op die bank zitten lurken twee zestigers aan een sigaretje, terwijl ze kijken naar beelden van Anderlecht-Austria Wien uit 1978. Die twee oudjes zijn Robbie Rensenbrink en Gille Van Binst, beiden scoorden ze toen twee keer in die 4-0 zege in die Europa Cup II-finale. RSCA won de Cup, 25.000 man werd gek. Voor mij voelde het net alsof je nu even bij Eden Hazard zou binnenspringen om eens één van zijn legendarische matchen te herbekijken.

Robbie Rensenbrink gaf niet graag interviews. Dan werd hij altijd herinnerd aan die ene rotte bal op de paal tegen Argentinië uit de WK-finale van 1978, maar er was één manier om hem steeds te overtuigen. Zijn oud Anderlecht-ploegmaat Gille Van Binst meebrengen naar Nederland. Dan zwaaide de deur altijd open. Het was ook een moment dat Rensenbrink van zijn vrouw Corrie toch een keertje binnenshuis mocht roken. For old times sake.

Heimwee naar RSCA

De dribbelaar woonde niet in een kast van een villa met drie badkamers - zoals veel profvoetballers tegenwoordig - maar in een bescheiden huis in Oostvaan, nabij Amsterdam. Hij voelde zich geen ster. Verre van. Nochtans had Rensenbrink in 1976 ook twee keer gescoord in de Europa Cup II-finale tegen West Ham en telkens de linkspoot bij Anderlecht-voorzitter Constant Vanden Stock langs ging, kwam hij buiten met twee valiezen vol cash geld. Dat terwijl zijn teamgenoten hooguit een attachékoffertje kregen. Zo geliefd was hij.

Toch stak Van Binst altijd de draak met zijn zogenaamde enorme gierigheid of zijn rol als immer voorbeeldige echtgenoot van Corrie. “Hopelijk heb je biertjes gekocht Robbie, anders krijg ik hier altijd thee godbetert. Vroeger als je mee ging stappen, betaalde je ook nooit”, klonk het dan steevast bij Van Binst. “Oei Rob, je vrouw is erbij. Dan moet ik opletten wat ik zeg over die avondjes zeker.”

Corrie was altijd op haar hoede als de ouwe vriend langskwam. Zij noemde Van Binst consequent

Robbie Rensenbrink (onderaan, uiterst rechts) bij Anderlecht in 1976. Gille Van Binst staat bovenaan met de aanvoerdersband. BELGA

bij diens echte voornaam Gilbert en niet bij zijn koosnaam Gille. Alsof Corrie toch achterdochtig was - wat spookte jij uit met mijn man - maar Robbie genoot van zijn gezelschap. De liefde was groot. Toen Gille dik tien jaar geleden zijn boek Circus Voetbal schreef, kwam Rensenbrink zelfs speciaal voor hem naar Brussel en bleef hij bij Van Binst slapen. Gewoon om nog eens goed te kunnen doorzakken en te ouwehoeren over vroeger. Het werd een zware avond.

Want Van Binst respect voor Rensenbrink was - ondanks alle grapjes - enorm. Dankzij dit duo leerde ik als journalist bijvoorbeeld ook Beerschot-verdediger Julien van Opdorp kennen. “Die moest Robbie eens in het oog houden, maar na die match keek Julien voor eeuwig scheel”, luidde het. Volgens Van Binst was Robbie Rensenbrink zelfs beter dan Paul Van Himst. Iedereen werd in de krant De Nieuwe Slangenmens genoemd - van Bryan Ruiz tot Arjen Robben - maar er was maar één echte Slangenmens die zich zo kon plooien rond een tegenstander: Rensenbrink zelf.

Rob trok dan even aan zijn sigaretje en inhaleerde tegelijkertijd alle complimenten. Toen besefte

hij al dat hij een spierziekte had die ongeneselijk was, maar hij vergat het even. Rensenbrink voegde er zelf aan toe dat hij in 1974 naar Ajax, naar Inter en Real kon, maar dat Anderlecht hem aan zijn 7-jarig (!) contract hield. Eigenlijk had Robbie heimwee naar paars-wit. Daar ben ik heilig van overtuigd. De manier waarop hij in 1980 Anderlecht dan toch ruilde voor Portland Timbers is altijd een kras op zijn ziel geweest. Na al die successen, zwaaide alleen verzorger Fernand Beeckman hem uit op Zaventem. Van RSCA kreeg hij toen zelfs geen bloemen, want hij liet hen in de steek voor het geld en na een conflict met Arie Haan. Dat afscheid hield hem lang weg uit het Astridpark, terwijl het zijn ploeg was. Véél meer dan Club Brugge waar hij ooit ook voetbalde.

Op de paal

De bezoekjes van Van Binst bij Rensenbrink duurden vaak uren en vaak werd één anekdote meermaals opgerakeld. Ik kende ze glad van buiten, maar bleef ernaar luisteren. Hoe Rensenbrink bijvoorbeeld alleen “zijn smoking” aantrok voor galamatchen. Voor een verplaatsing naar Beringen gaf hij niet thuis. Vandaar dat hij slechts twee titels won met Anderlecht, maar wel twee Europa Cups en twee Europese Supercups. Het tweetal was het erover eens. In de jaren 70 had Anderlecht het meest uitgebalanceerde team van Europa. Met Coeck en Haan centraal, Swatje Van der Elst tussen de linies, Vercauteren en Rensenbrink... Frank Vercauteren liep de longen uit zijn lijf tot hij een longonsteking had om Rensenbrink te kunnen bedienen. Dat wil wat zeggen...

Er was maar één waar Rensenbrink en Van Binst niets van moesten weten: Arie Haan. Die was jaloers op wat Robbie verdiende en liep veel te veel naast zijn schoenen. Toen Rensenbrink hem eens zei dat zijn twee goals op het WK 1978 “ mooie schoten waren, maar dat de keeper stond te slapen” zat het er bovenarms op. Het kwam nooit meer goed.

En zo draaide uiteindelijk elk gesprek met Rensenbrink uit op het WK 1978. Toen hij in de finale bij 1-1 tegen Argentinië in de 90ste minuut en vanuit een quasi onmogelijke hoek op de paal schoot. Robert Rensenbrink had Oranje toen tot wereldkampioen kunnen kronen, maar dat lukte niet. In de verlengingen scoorden Kempes en Bertoni nog voor Argentinië en die luttele seconden zouden hem zijn hele carrière achtervolgen.

Op dat moment stak Van Binst zijn zevende sigaret op en zei: “Kom Robbie. Laat ons nog eens naar Anderlecht-Austria Wien kijken.”

Gille Van Binst en Robbie Rensenbrink in aanloop naar het WK van 2014. Marc Herremans - Mediahuis