Abonnee worden? Kies je leesformule

“Mama, wil je nog een kindje maken?”

Lotte Debrouwere

“Mama, wil je nog een kindje maken?”

“Mama, wil je nog een kindje maken?”, vraagt mijn dochter. Het is acht uur ’s ochtends. De winterzon strekt haar stralen uit, beneden jankt de kat en mijn dochter kruipt met haar veel te koude voeten tussen ons in bed. Het lief ligt nog halfdood, moeder wou dat ze zeven jaar kon slapen. “Waarom moet mama nog een kindje maken?”, vraag ik vertwijfeld. Zou mijn dochter een broertje of een zusje missen? “Omdat Anouk van mijn klas grote zus is geworden en ze in de klas een kroon op haar hoofd mocht zetten.” Moeder haalt opgelucht adem. Een kroon dus. “Anouk kreeg ook nog twee snoepjes. Dus wil je alsjeblieft nog een kindje maken?” Twee snoepjes dus. Moeder zegt dat ze ook gewoon naar de bakker kan gaan en pistoletjes kan kopen. Daar krijgt mijn dochter altijd twee snoepjes en de gevolgen van die actie zijn toch iets minder ingrijpend voor moeder. Ze mag er niet aan denken dat ze nog eens door alles heen moet. “Ja maar, dan heb ik nog geen kroon. Dus je zal toch een kindje moeten ­maken”, zegt mijn dochter koppig. Het lief staat op. Kwieker dan ooit. Sneller dan ooit. “Kom, we gaan naar de bakker. En daarna maken we samen een kroon.”