Raadkamer stelt zaak over doorverwijzing verdachten aanslagen Brussel en Zaventem uit

Bron © BELGA, YB

Vandaag moest de raadkamer beslissen over de eventuele doorverwijzing van de beklaagden die zouden deelgenomen hebben aan de aanslagen in Brussel van 22 maart 2016. Die beslissing is echter voor onbepaalde tijd uitgesteld omdat de drie advocaten van de verdachten bijkomende onderzoeksdaden hebben gevraagd.

Voor de vermeende daders en slachtoffers van de aanslagen van Zaventem en Maalbeek was het de eerste grote bijeenkomst met oog op het assisenproces. De onderzoeksrechters moesten vandaag hun rapport bekendmaken aan alle partijen. De betrokken partijen mochten dan vragen voor bijkomende onderzoeksopdrachten. Dat is ook gebeurd door de advocaten van de vermeende daders.

Het zijn Stanislas Eskenazi, die verdachte Mohamed Abrini verdedigt, en Jonathan de Taye, de advocaat van Ali El Haddad Asufi, die de bijkomende onderzoeksdaden hebben aangevraagd. Eskenazi zou meer duidelijkheid willen over de redenen die een aantal Belgische jongeren ertoe hebben aangezet om naar Syrië te vertrekken om zich daar aan te sluiten bij een terroristische organisatie. De Taye zei enkel dat hij een twintigtal extra onderzoeksdaden heeft gevraagd.

Beslissing kan aangevochten worden

De onderzoeksrechters gaan nu onderzoeken of ze die bijkomende opdrachten willen uitvoeren. Daar krijgen ze een maand de tijd voor. De beslissing van de onderzoeksrechters kan nadien aangevochten worden bij de kamer van inbeschuldigingstelling.

De raadkamer moet dan beslissen over de doorverwijzing van de verdachten. Het federaal parket wil acht verdachten laten terechtstaan voor het hof van assisen. Voor twee verdachten vraagt het parket de doorverwijzing naar de correctionele rechtbank. Voor nog eens drie verdachten wordt de buitenvervolgingstelling gevraagd. Het gaat om de voorlaatste procedurele fase voor het tot een proces komt.

“Hoop om klein hoofdstuk af te sluiten”

Philippe Vansteenkiste, voorzitter van slachtofferorganisatie V-Europe en nabestaande van een slachtoffer van de aanslagen op 22 maart, zei dat hij had gehoopt dat al een “klein hoofdstuk” kon afgesloten worden. “Maar we moeten de wetten respecteren die geleidelijk aan opgebouwd zijn in ons land. Anders zouden we de democratie aantasten, en dat is net wat de terroristen willen.”

Omdat de zitting werd uitgesteld, konden slachtoffers of nabestaanden van slachtoffers zich er geen burgerlijke partij stellen. Maar volgens Vansteenkiste is er voor de burgerlijkepartijstellingen op dit moment sowieso weinig reden tot zenuwachtigheid en kunnen die zelfs nog tijdens het proces, dat naar verwachting in het najaar van 2021 zou plaatsvinden.

Door yb
AANGERADEN