RECENSIE. ‘Fantasy island’ van Jeff Wadlow: Toveren voor dummy’s *

Foto: ISOPIX

Michael Peña (The mule) is de ceremoniemeester op een magisch eiland dat dromen doet uitkomen. Wat als een stomdronken idee klinkt, was eind jaren 70 al een langlopende tv-reeks. Een reboot staat na het zien van deze slappe film nergens op ons wenslijstje.

De ene wil een wild feest, de andere verlangt naar wraak op een oud-klasgenoot. Een derde droomt ervan soldaatje te spelen. Aan zijn ultieme fantasie leer je de mens kennen. “Ga door de deur en je staat opnieuw in het restaurant waar je vijf jaar geleden het aanzoek afwees dat je nu betreurt.” Met truken à la David Copperfield denkt de film de kijker van zijn sokken te blazen, maar het verhaal is een gatenkaas van onwaarschijnlijkheden. De bochten zijn er enkel om te verhinderen dat we wegdromen. Het groots opgezette mysterie krijgt geen verklaring die ertegen opweegt.

Met zijn budgetarme huiver schiet het Amerikaanse Blumhouse steeds vaker mis ( Truth or dare) dan raak ( Get out). Net als de simpele zielen in hun films kan roekeloosheid uiteindelijk ook hen duur komen te staan.

‘Fantasy island’

Van: Jeff Wadlow

Met: Lucy Hale, Maggie Q, Michael Peña, Michael Rooker

(110 min.)

Door Ruben Aerts