Dit N+ artikel is exclusief voor jou als abonnee.

Abonnee worden? Kies je leesformule

23/02/2020 - BV & Co
camera closecorrect down eyefacebook Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

  Sebastian Steveniers

Het Zesde Metaal lonkt ondanks dialect ook naar Nederland

Niet altijd even goed begrepen, maar: “Versta jij wat Bob Dylan zingt op een concert?”

“Vlaamse dialectrock vol sagen, verwondering en misère”: zo wordt Het Zesde Metaal aangeprezen in de Utrechtse muziekclub Ekko. De zaal was al maanden voor het concert uitverkocht, maar betekent dat ook dat de band het in Nederland aan het maken is?

De mensen hangen in Utrecht aan de lippen van Wannes Cappelle wanneer hij zingt hoe hij soms door het donkerste van de nacht doolt (Dicht bie mie) of hoe we ‘alles uit­zwijgen’ (De onvolledigen). Een beetje vreemd, want Cappelle zingt in tamelijk ongekuist West-Vlaams. Daar hebben onze noorderburen geen kaas van gegeten. Toch?

Antje Ludewig, in het publiek, heeft wel een idee van Cappelles zielenroerselen. Eerder heeft ze het cd-boekje doorgenomen, waarin de teksten naar het algemeen Nederlands zijn omgezet. Even een korte test West-Vlaams afleggen? Dat doet ze niet goed. Woorden als ‘nievers’ (nergens), ‘twope’ (samen), ‘junder’ (jullie) – toch kernwoorden op planeet-Cappelle – klinken haar als Latijn in de oren. ‘Goeste’ (goesting) doet wel een bel rinkelen, ‘gèren’ (graag) dan weer niet.

Maar ging het niet om de muziek? “Ik heb de band ontdekt op een festival in Vlieland”, zegt ze. “Ik vind dat ze mooie songs hebben, en dat heeft ook met dat dialect te maken. Dat vind ik zacht en … bloemrijk. Ook een beetje laconiek gebracht soms. Je hoort dat soort muziek hier niet op de radio, maar we hebben Spotify, en Studio Brussel is hier via het internet best wel populair.”

Toegangspoort

Cultuurpodium en eetcafé Ekko is een bekende stek voor Vlaamse bands die Nederland willen inpalmen. Wannes Cappelle staat er intussen al voor de vierde keer, waarvan twee keer solo. Zijn toetsenman Tom Pintens passeerde al vele keren, als muzikant en soms voorman van zeker vijf bands – een nieuwe zit in de pijplijn. Hij noemt de club, waar zo’n 250 mensen plaats vinden, een ‘toegangspoort’.

“Ik heb van in het begin veel in Nederland gespeeld”, zegt Cappelle voor het concert. “Zeker vijftig keer in de eerste twee jaar, ook solo en met Roosbeef. Ik heb altijd het gevoel gehad dat het kon werken. Maar onze boekingsagent ging failliet en het Nederlandse verhaal lag jaren stil, tot Calais verscheen, onze vierde cd. Sindsdien toeren we opnieuw in dit soort clubs in Nijmegen, Utrecht, Amsterdam, Middelburg, Groningen en Leeuwarden. Er is veel interesse. Alles is uitverkocht.”

Maar helpt dat de band verder? “Nederland heeft geen radiozenders zoals Radio 1 en Studio Brussel, die een brug slaan tussen het live-circuit en de airplay”, zegt Tim Van Oosten, de Utrechtse drummer van de band. “Daarom is het live-circuit dé manier voor Vlaamse bands om voet aan de grond te krijgen in Nederland.” Hij omschrijft het publiek als dertigers en veertigers met jonge kinderen, die in een muziekzaal graag ‘betere’ muziek horen. “Belgische bands hebben wat dat betreft een goeie reputatie.”

Ster die in de bladen kan

“Ons is het nooit gelukt”, herinnert Stijn Meuris zich als we hem bellen. “Maar ik moet toegeven dat we destijds met Noordkaap ook niet gestructureerd, planmatig toerden in Nederland. De respons op de concerten was goed, maar er werd geen promo opgebouwd, de radio volgde niet. Maar wie heeft het wél klaargespeeld? Nederlandse artiesten maken een goed gemanaged product. Daarbij hoort vaker een uitgesproken frontman of -vrouw, zoals Anouk. Een ster die in de bladen kan. Belgische bands zijn toch anders: er zit vaak een hoekig randje aan.”

Stijn Meuris is het met Noordkaap nooit helemaal gelukt om voet aan de grond te krijgen in Nederland.  Raymond Lemmens

Is Wannes Cappelle zo’n uitgesproken frontman? Op het podium zingt hij zijn songs met veel passie en een bezwerende lichaamstaal, en de ‘two guitar army’ van Tom Pintens en Filip Wauters ondersteunt hem met hakkend, dan weer wenend, en vaak woedend spel. Zelfs als je niet weet dat Calais over vluchtelingen gaat, voel je de diepmenselijke verontwaardiging in de rauwe outro van die song.

Maar ‘star quality’ heeft hij niet. En verstaan doen ze hem ook niet. “Ik heb gemengde gevoelens over mijn dialect”, zegt Cappelle. “Het is een barrière, en ik moet harder knokken om de mensen te overtuigen. Maar versta jij wat Bob Dylan zingt op een concert? Mijn taal valt ook op en ze maakt mensen nieuwsgierig. Het Zesde Metaal wordt als authentiek en wat exotisch ervaren. Hier spelen veel bands uit de popschool, die het vak geleerd hebben en attitude zat hebben, maar niet per se iets te melden hebben. Dat heb ik wel. Ik zing wat ik meen in mijn eigen woorden, en dat is voelbaar.”

Meezingen

Het leukste moment van het concert is Naar de wuppe, een song die onlangs gecoverd werd door Gerard van Maasakkers als Noar de knoppen. Cappelle hoort het publiek massaal meezingen in zijn dialect – “doe moar voort” – wat hem zichtbaar deugd doet. Ier bie oes, nog steeds het moment ­suprême van deze band, raast daarna als een orkaan over het publiek, dat geen woorden nodig heeft om te voelen dat deze zanger iets elementairs doorgeeft.

Maandag begint hun Vlaamse tournee, die ook uitverkocht is. “We hopen nu op wat festivals in Nederland”, vertelt manager Bram Bostyn. “En in het najaar komen we terug, ook in Utrecht, in De Helling.” Dat is een grotere zaal waar de komende maanden ook de belpopbands Taxiwars, Vive La ­Fête en Millionaire spelen. Toch een groeiverhaal dus.