Politie noteert namen van ‘klaugmieren’ tijdens Aalst Carnaval, groep onder vuur “omdat ze de joden met insecten vergelijkt”

Foto: Photo News

Aalst -

Er zijn tijdens Aalst Carnaval geen groepen uit de stoet verwijderd. Dat meldt burgemeester Christoph D’Haese. De politie noteerde wel de namen van de leden van één groep, de vereniging die ook wereldwijd het meeste kritiek kreeg “omdat ze joden met insecten vergelijkt”.

“We hebben geen groepen uit de carnavalsstoet laten weghalen, ook niet voor antisemitisme”, aldus burgemeester Christoph D’Haese zondagavond. “We hebben ook geen klachten ontvangen tot hiertoe. Wel heeft de politie de namen van de klaugmieren genoteerd.” Dat gebeurde mogelijk om hen makkelijk te kunnen opsporen mocht er toch een klacht volgen.

Die groep, die eigenlijk de “Kalisjekloesjers” heet, had zich verkleed als joodse mieren. Maar “klaugmier” betekent ook “klaagmuur” in het Aalsterse dialect. Volgens de carnavalisten zelf verwijzen hun “mieren”-pakken dus naar “muur”, en beelden ze eigenlijk “klaagmuren” uit. Ze droegen ook zo’n muur met zich mee in de stoet. Maar de carnavalisten geven ook zelf al aan dat ze dit moeilijk uitgelegd krijgen aan buitenlandse journalisten.

Wereldwijd onder vuur

Dat bleek ook: op Twitter kon de groep op de hardste internationale kritiek rekenen “omdat hij joden met insecten vergeleek”.

Volgens het American Jewish Committee zetten de kostuums “aan tot haat, het verspreiden van complottheorieën en het ridiculiseren van joodse gebruiken en tradities”. De organisatie verwijst in haar tekst naar “kostuums van orthodoxe joden als levensgrote insecten, inclusief schilden en poten van papier-maché, die doen denken aan de ontmenselijking van joden als ongedierte tijdens het naziregime”. “Het is onbegrijpelijk dat 75 jaar na de bevrijding van Auschwitz zulke walgelijke uitingen van antisemitisme mochten plaatsvinden in het hart van Europa”, zegt AJC-directeur Daniel Schwammenthal.

Het AJC vraagt de Europese Unie dan ook een onderzoek te starten naar België. “De EU moet een duidelijk signaal geven dat dit gedrag geen plaats heeft in de EU”, aldus Schwammenthal. Artikel 7 van het verdrag van de EU voorziet in een procedure om op te treden tegen een lidstaat wanneer die “de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en van de rechtsstaat, op ernstige en voortdurende wijze schendt”.

Door jse, cds, jvh