Geboren in Drongen, wonend in Geel: 89-jarige is de enige echte Gentenaar die ooit de Omloop Het Nieuwsblad won

Gent / Drongen -

De Omloop Het Nieuwsblad is historisch vergroeid met de stad Gent en de voormalige Gentse krant Het Volk, naar wie de wedstrijd jarenlang werd genoemd. Ook nu nog start de wedstrijd aan het Gentse Kuipke. En toch won in de voorgaande 74 edities slechts één keer een geboortige Gentenaar de Vlaamse openingswedstrijd. De communicatiedienst van de stad Gent ging op zoek naar de 89-jarige René Van Meenen, 57 jaar geleden de trotse winnaar. Ze vonden hem, kloek en gezond, in het Kempense Geel.

Op 29 februari is Gent weer even het epicentrum van de wielerwereld. Heel wat koersliefhebbers verzamelen in het Gentse Kuipke om voor het eerst dit seizoen hun wielerhelden aan het werk te zien. De Omloop Het Nieuwsblad viert dit jaar zijn 75ste verjaardag. Toch kon slechts één Gentenaar de ‘eerste koers van het jaar’ ooit in de wacht slepen. René Van Meenen, nu 89 jaar, spurtte in 1963 naar de overwinning in zijn thuisstad.

Wist je dat je de enige Gentenaar bent die ooit de Omloop heeft gewonnen? Neen, ik wist het niet. Maar ze zouden mij dus eigenlijk een standbeeld moeten geven (lacht).

Was de Omloop de mooiste overwinning uit je carrière? Zeker en vast, het is en blijft een klassieker. Ik won ook een rit in de Ronde van Spanje, maar als Drongenaar, Gentenaar, kunnen winnen in je eigen streek. Dat is toch specialer.

Werd er in Vlaanderen toen ook al zo hard toegeleefd naar de Omloop? Absoluut, weken op voorhand werd daar al over gepraat. Er werden pronostieken gemaakt. Mijn supporters dachten wel dat ik er in die editie dichtbij zou zijn, maar winnen is nog iets anders. Dat is niet simpel.

Wat herinner je je nog van die bewuste Omloop? Het was erg koud die dag. Het had vier graden onder nul gevroren en er lag her en der sneeuw langs de wegen. Ik hield wel van dat weer. Ik kende het parcours goed en wist waar ik moest zitten. Ik was ’s morgens al met de fiets naar de start gereden vanuit Drongen en merkte ook dat het gevoel goed was.

Stond je als kopman aan de start? Helemaal niet. Ik moest rijden voor Benoni Beheyt, maar het koersverloop zorgde ervoor dat ik vooraan kwam te zitten. Het peloton scheurde in twee stukken na een valpartij in Aalter. Ik zocht naar mijn kopman, maar hij was niet te zien. Ik ben dan met een groepje naar voren gereden. Uiteindelijk reden we met vier renners Gent binnen en ik heb de anderen kunnen kloppen in de sprint aan de Zuid.

Was je een sprinter? Nee, ik koerste in de eerste plaats op de macht, stampen op de pedalen. Maar ik koerste ook met het hoofd. Ze zeiden van mij “René Van Meenen, het hoofd en de benen”.

Klopt het dat de Omloop voor het eerst live op televisie werd uitgezonden in 1963? Inderdaad. Het laatste uur was integraal te volgen. Het was een soort testuitzending voor het wereldkampioenschap dat later dat jaar zou plaatsvinden in Ronse.

Werd je overwinning speciaal gevierd? Ik mocht langskomen op het stadhuis. In 1954, na mijn overwinning in de Ronde van Egypte, ben ik wel eens door Drongen gereden in een cabrio. Dat was heel speciaal. Er was een fanfare om het extra feestelijk te maken, maar het vroor zodanig hard dat de trompettisten hun vingers te verkleumd waren om te kunnen spelen. De fanfare bestond dus eigenlijk enkel uit een handvol trommelaars (lacht).

Wat is je mooiste anekdote? Na mijn overwinning in de Omloop reed ik naar huis in mijn DKW’tje. Toen ik in Gent aan de Dampoort kwam, zag ik een vrouw liften. Normaal nam ik nooit lifters mee, maar ze zag er heel sympathiek uit, dus liet ik haar instappen. Ze moest naar Waasmunster. Ik heb haar thuis afgezet en iedere keer dat we daar later passeerden tijdens een koers, stond ze aan de deur met een bidon drinken voor mij.

Had je veel supporters? In Drongen werd er een supportersclub opgericht. De leden betaalden maandelijks 10 frank en daar kon ik dan mijn materiaal mee kopen. Nu krijgen de profs uiteraard hun materiaal, maar dat was in mijn tijd niet zo evident.

Wanneer en hoe ben je beginnen te koersen? Op mijn zestiende. Het was de vader van Walter Godefroot, ook een Drongenaar, die vroeg of ik eens wilde meerijden. Dat was nog met een gewone fiets met daarop een krom stuur gemonteerd. Vader Godefroot zag dat ik goed kon rijden en ik kreeg een koersfiets. Later was hij ook mijn masseur.

Welke koers was er nog speciaal voor jou? Ik ben op plaatsen geweest waar anderen niet mochten of konden komen in die tijd. Tijdens de Vredeskoers (Warschau-Berlijn-Praag) bijvoorbeeld, achter het IJzeren Gordijn. Daar mocht niemand naartoe reizen, maar wij wielrenners wel. Ik won er een etappe met aankomst in een stadion, gevuld met 80.000 mensen.

Volg je het wielrennen nog? Ja natuurlijk, ik sla geen enkele koers over. Het eerste wat ik doe ’s morgens is de krant uit de brievenbus halen en het koersnieuws lezen, maar ook over veldrijden bijvoorbeeld.

Rijd je nog vaak met de fiets? Als het niet regent, rijd ik nog iedere dag 40 of 50 kilometer. In je zetel zitten is gemakkelijk, maar daar doe ik niet aan mee. Ik stop al eens onderweg om iets te drinken, of om een babbeltje te slaan. Dat is mijn lang leven, en ik hoop dat ik het nog lang kan doen. Ik heb twee jaar geleden zelfs nog een gloednieuwe, moderne koersfiets gekocht.

Kom je nog geregeld terug in Gent? Jaarlijks kom ik nog eens op bezoek bij mijn broer en zus tijdens Drongen kermis. Dan blijven we een weekend logeren.

Tot slot, wie wint de Omloop dit jaar? Moeilijk. Er zijn veel kanshebbers en mannen die al in goede vorm verkeren. Maar het zou mooi zijn mocht er naast mij nog eens een Gentenaar op de erelijst prijken.

Dit artikel en deze video kwamen tot stand dankzij Maarten Delaere en Simon Van De Gejuchte van de communicatiedienst van de stad Gent

AANGERADEN