Abonnee worden? Kies je leesformule

02/03/2020 - Onze Stemmen
camera closecorrect down eyefacebook Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

Hand

“U bent al heel lang samen met uw vrouw”, zei de presentator tegen de Nederlandse schrijver en dichter Bertus Aafjes. En toen kwam de clichévraag. “Wat is het geheim?” Ik stelde die vraag vroeger ook, in interviews. “Veel water bij de wijn doen”, was bijna altijd het antwoord. En dan riep de partner vaak smalend vanuit de keuken: “Jaja, zoveel water tot er bijna geen wijn meer over is.” En dan werd er gelachen, koffie ingeschonken en nog een koekje gegeten. Met vaak een Chinese vaas aan het raam, een zwart-witte trouwfoto boven de deur en een wandklok met een gong die je om het uur een beroerte bezorgde.

Maar het geheim van Bertus Aafjes was iets anders. Dat vertelde Kurt Van Eeghem me in een interview over de liefde. “We slapen bij elkaar”, zei de oude Aafjes met zijn perkamenten gezicht in een blitse tv-studio. “En als het ochtend wordt, moet ik altijd eerst lang nadenken: is het nu mijn hand die ik voel of die van haar. Ik moet de delen van ons lichaam weer herverdelen aan elkaar. Weer weten wat van wie is.”

Dat is het, dacht ik. Het is in de donkere uren als de gure wind je wakker waait en je malende hoofd je wakker houdt, dat je die hand gaat zoeken. En die dan vastpakt. Pas dan kan je weer wegzinken in de nacht. Pas dan ben je niet meer bang in het donker. Je weet dat de ander er is, ook al zie je hem niet. En als het ochtend wordt, dan ben je zo dicht bij elkaar.

Ik denk aan Bertus Aafjes’ vrouw. Tine Wesseling heette ze. Ze schilderde onder de naam Francisca Aafjes. Ook in hun naam werden ze een beetje van elkaar. Bertus stierf eerst. Francisca overleefde hem. Acht jaar lang. Acht jaar lang sliep ze alleen. In dat grote bed in het donker, zonder haar man aan haar zijde. Zonder zijn hand. Misschien heeft ze het altijd een beetje gevoeld. Misschien vroeg ze zich elke ochtend af: “Is dat nu mijn hand die ik voel, of de zijne?”

Afwisselend geven Lotte Debrouwere en Nico Dijkshoorn hun eigen kijk op de actualiteit.

Hoofdpunten