Dit artikel is exclusief voor jou als abonnee

Abonnee worden? Kies je leesformule

“Hoe heet die?”, vraagt ze onvermoeibaar. Ik lees luidop: “De concessie is vervallen.” Ze schudt het hoofd. “Wat is concessie een rare naam.”

Lotte Debrouwere

“Hoe heet die?”, vraagt ze onvermoeibaar. Ik lees luidop: “De concessie is vervallen.” Ze schudt het hoofd. “Wat is concessie een rare naam.”

Sepulture. Dat zeg ik. Luidop. Sepulture. Er wonen mensen met vreemde namen op het kerkhof. Ik ben er met mijn dochter. Ze wil dat ik alle namen van alle doden luidop zeg. “Wie ligt er hier mama”, vraagt ze. Georgette en Norbert, zeg ik. En hier? Lucrèce en Evarist. En zo gaat het maar door. Graf na graf. Bij elke naam die ik luidop zeg, voelt het alsof ik de doden een eer betoon. Hun namen worden op het kerkhof wellicht nooit meer luidop gezegd. Enkel misschien nog gefluisterd door een moeder die het gemis, dat gat in haar buik, maar niet kan dichten. Gepreveld door een zoon die dezelfde doorgroefde werkmanshanden heeft als zijn vader. Of gesnikt door een zus die nog “let op”, riep voor haar broertje onder een rijdend log beest terecht kwam.

Soms geeft mijn dochter commentaar. “Die heeft helemaal niets. Geen bloemen en geen foto”, zegt ze dan onverbiddelijk. Alsof de doden het kunnen horen, verzacht ik dan haar harde woorden. “Ja, maar hij ...