Abonnee worden? Kies je leesformule

08/04/2020 - Wegwielrennen
camera closecorrect down eyefacebook Het Nieuwsblad nextprevquote share twitter video

Fabio Jakobsen won de voorbije twee edities van de Scheldeprijs. GOYVAERTS/GMAX Agency

De Scheldeprijs

Diamant tussen twee vuren

Het zal je maar overkomen: geprangd zitten tussen de twee meest tot de verbeelding sprekende wielermonumenten. In pre-coronavirus-jaren ging het dan zo: tot dinsdag nagenieten van de Ronde van Vlaanderen en vanaf donderdag reikhalzend uitkijken naar Parijs-Roubaix. Ertussenin: de Scheldeprijs. Een dankbare pauze tijdens de heilige wielerweek. Ook voor de journalisten. Even uitpuffen.

De Scheldeprijs verdient beter. Het is de oudste klassieker van Vlaanderen. Vier jaar meer geschiedenis dan de Ronde van Vlaanderen en grijzer dan Luik-Bastenaken-Luik, dat zich nochtans de ouderdomsdeken noemt – La Doyenne. Toen chocoladefabrikant Alfred Martougin in 1907 de wedstrijd organiseerde, betrof het een zomerkoers. Vaak net na de Tour, soms voor het BK en zelfs even als voorbereiding op het WK in september. Met succes. Merckx, De Vlaeminck, Van Looy, Maertens en Didi Thurau pronken allen op de erelijst.

Pas vanaf 1987 zou hét sportevenement van Schoten naar de lente verhuizen: net na Parijs-Roubaix. Niet aanlokkelijk voor de klassieke renners, de sprinters waren steevast aan zet: Cipollini, Nelissen, Zabel, McEwen... Toch waren er enkele uitzonderingen. In 1994 boekte Peter Van Petegem er zijn eerste profzege na een solo in de slotronde. Twee jaar later schudde de 21-jarige Frank Vandenbroucke er een solo van vijftien kilometer uit zijn jonge dijen, terwijl hij nooit meer dan tien seconden voorsprong kreeg. Voor de eeuwigheid.

In 2010 werd de Scheldeprijs opgeslorpt door ­Flanders Classics en kreeg hij zijn huidige plek op de kalender. De eerste edities verschenen de klassieke toppers er wel nog aan de start om nog kilometers te malen in functie van Roubaix, maar dat stopte snel. De wedstrijd bleef een sprintfestival, met de klemtoon op de laatste ­lettergreep. Elk jaar opnieuw was het prijs op de Churchilllaan. Niet zelden spectaculair. In 2012 werd er zelfs nog honderd meter na de aankomst gevallen, een persfotograaf liep daarbij een oogkasbreuk op. Het belette de Scheldeprijs niet een prachtige erelijst uit te bouwen: Petacchi, Kristoff, Cavendish (3x) en vijf keer Kittel. Allen waren ze tuk op de diamant die de winnaar mee naar huis krijgt. Het leverde de Scheldeprijs de officieuze titel WK van de sprinters op.

In 2018 wijzigde echter de startplaats van Antwerpen naar het Nederlandse Terneuzen, met als doel de wind en de smalle wegen in de polders op te zoeken. Drang naar spektakel, met een averechts effect. Topsprinters Ewan, Gaviria, Groenewegen en Viviani bleven weg.

Toch zal de Scheldeprijs ook deze impasse overleven. Diamant is het hardste materiaal op aarde, de wedstrijd een instituut. Johan Museeuw hing er zijn koersfiets aan de haak en tweevoudig winnaar Tom Boonen betwistte er zijn laatste koers op Belgische bodem. Voor zulke momenten hebben andere organisatoren meer dan een pink veil. Dat geldt tevens voor de datum, tussen Vlaanderens Mooiste en de Hel van het Noorden. Want ook geprangd tussen twee vuren voel je nog de gloed.

Toen chocoladefabrikant Alfred Martougin in 1907 de Scheldeprijs inrichtte, betrof het een zomerkoers. Vaak net na de Tour, soms voor het BK en ook als laatste voorbereiding op het WK in september. Merckx, De Vlaeminck, Van Looy, Maertens en Didi Thurau... Ze pronken allen op de erelijst.

Pas vanaf 1987 zou het sportevenement van Schoten naar de lente verhuizen. Net na Parijs-Roubaix. Niet aanlokkelijk voor de klassieke renners, dus waren de sprinters steevast aan zet: Cipollini, Nelissen, Zabel, McEwen... Met enkele uitzonderingen: In 1994 boekte Peter Van Petegem er zijn eerste zege bij de profs na een solo in de slotronde. Twee jaar later schudde de 21-jarige Frank Vandenbroucke er een solo van vijftien kilometer uit zijn jonge dijen, terwijl hij nooit meer dan tien seconden voorsprong kreeg. Voor de eeuwigheid.

In 2010 werd de Scheldeprijs opgeslorpt door Flanders Classics en krijgt het zijn huidige plek tussen de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. De eerste jaren verschenen de klassieke toppers er nog wel aan de start, maar dat stopte snel. Cancellara en co wilden niet langer hun kansen voor Roubaix hypothekeren. De wedstrijd bleef een sprintfestival, maar met de klemtoon op de laatste lettergreep. Elk jaar opnieuw was het prijs op de Churchilllaan. Niet zelden spectaculair. In 2012 werd er zelfs nog honderd meter na de aankomst gevallen en liep een persfotograaf daarbij een oogkasbreuk op.

Het belette de Scheldeprijs niet een mooie erelijst uitbouwen: Petacchi, Kristoff, Cavendish (3x) en vijf keer Marcel Kittel. Allen waren ze tuk op de diamant, die de winnaar mee naar huis kreeg. Het leverde de Scheldeprijs de officieuze titel: het WK van de sprinters op.

In 2018 wijzigde echter de startplaats van Antwerpen naar het Nederlandse Terneuzen met als doel de wind en de smalle baantjes in de polders op te zoeken. Drang naar spektakel, met een averechts effect. Topsprinters Ewan, Gaviria, Groenewegen en Viviani bleven weg. Toch zal de Scheldeprijs ook dit overleven. Diamant is het hardste materiaal op aarde, de wedstrijd een instituut. Johan Museeuw hing er zijn fiets aan de haak en tweevoudig winnaar Tom Boonen betwiste er zijn laatste wedstrijd in België. Alleen al daarvoor zouden andere organisatoren meer dan een pink voor veil hebben. Dat geldt ook voor de datum tussen Vlaanderens Mooiste en de Hel van het Noorden.

AANGERADEN