Oudste winnaar van de Ronde van Vlaanderen vannacht thuis overleden

Roger Decock is niet meer. De 93-jarige Aarselenaar overleed in de nacht van zaterdag op zondag, even na middernacht. De West-Vlaamse flandrien was de oudste nog levende winnaar van de Ronde van Vlaanderen. In 1952 klaarde hij in Wetteren de klus, maar ‘Cockske’ was veel méér dan dat. Met zijn overlijden verdwijnt ook een fantastische verteller over het wielrennen van tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Roger Decock wordt als oudste winnaar automatisch opgevolgd door de Fransman Jean Forestier die in 1956 won en in oktober negentig wordt.

De vorige winter nog heel fitte Decock genoot ervan om op het Gala van de Nieuwsblad-Flandrien tussen de coureurs van nu te struinen. Met een wijntje in de hand sloeg hij een babbel met de Belgische toppers die hij thuis in West-Vlaanderen door zijn tv-beeld zag rijden. “Mag ik volgend jaar opnieuw komen?”, vroeg hij altijd toen zijn schoonzoon en ex-prof Jackie Coene hem kwam ophalen om naar Aarsele te rijden. “Zolang je dat wenst”, was ons standaardantwoord.

Met tube rond de schouder

Decock vertelde terecht graag over die zondag 6 april 1952 toen hij won van de Italiaan Loretto Petrucci en Briek Schotte. Ze kregen uitzicht op de zege toen aanvaller Louison Bobet op acht kilometer van de streep zijn versnellingsapparaat brak. “Er was geen afspraak tussen Briek en ik. We wilden alle drie winnen. Die Ronde van Vlaanderen leverde me toen alles samen 29.000 frank op (725 euro). 6000 frank voor de zege, 3000 omdat ik als tweede over de top van de Muur was gegaan en mijn Bertin-ploeg gaf me een premie van 20.000 frank erbovenop. Al heeft de ploegleider het zelf niet gezien want hij was ontgoocheld afgedraaid omdat onze kopman Valère Ollivier die dag nergens was.”

Straffer was zijn verhaal van Parijs-Nice van een jaar eerder, waar hij ook de eindzege pakte en 43.000 frank kreeg (bijna 1100 euro). Hij was niet enkel de jongste van de Bertin-ploeg. Toen hij na de tweede rit leider werd, waren al zijn ploegmaten al afgestapt. “Dat bedrag was groter dan wat ik zou moeten betalen om mijn ouderlijk huis in Menen te kopen.” Een smakelijk lachje volgde dan telkens hij over zijn koersjaren vertelde.

Het was de tijd dat de renners een tube rond de schouder en onder het zadel mee namen en dat bij de start in de Ronde van Vlaanderen de rugzak met wasgerief aan een camion werd afgegeven die alles dan afzette aan de zwemkom in Wetteren. En brak je de duim, dan probeerde je dat zoals Cockske eigenhandig te herstellen met plakband.

Oudste winnaar van de Ronde van Vlaanderen vannacht thuis overleden
Foto: Archief Mark Van Hamme

Koersen met voetbalbroekje

Het wielrennen ontdekte hij via Vicente Trueba. “Dat was een Spaanse klimmer die in 1935 een criterium kwam rijden in Menen. De beste klimmer ooit, maar hij kon niet dalen. Ik ben eigenlijk tijdens de oorlog beginnen koersen. Eerst met een voetbalbroek van Royal Football Club de Menin aan. Ik kon maar een vijftiental wedstrijden per jaar rijden, maar dat is ook mijn geluk geweest. Tegenwoordig beginnen ze eraan als miniem en zijn veel te vlug opgebrand.”

Nadat hij zijn deel kon als onafhankelijke (een categorie die al lang niet meer bestaat) werd hij net voor het einde van het seizoen 1949 prof en won toen de Grote Prijs Briek Schotte in Desselgem en was hij vertrokken voor een lange carrière. Uiteindelijk bleef hij tot 1961 prof.

‘Cockske’ was een allrounder. Naast zeges in de Ronde van Vlaanderen (“Ik kon meerdere keren hebben gewonnen”), de Scheldeprijs (1954) en het Kampioenschap van Vlaanderen in Koolskamp (1952), werd hij ook nog zesde in Luik-Bastenaken-Luik (1952), Parijs-Roubaix (1953) en de Ronde van Lombardije (1956). “Hoe lastiger, hoe sneller ik was aan de meet.” Hij won ook nog Putte-Kapellen in 1957 en drie etappes in de Ronde van België in 1954.

De beschermengel van Wim van Est

De Tour reed hij maar twee keer: in 1951 en 1952. Bij zijn eerste deelname was hij zeventiende in Parijs, maar van ‘Petje Decock’ zullen we vooral onthouden als de man die de hulpdiensten verwittigde toen de Nederlander Wim van Est in de ravijn dook. “Hij droeg toen de gele trui. Ik stond vijfde. Ik klom niet zo goed als Louison Bobet of Gino Bartali, maar ik kon mijn deel. In de rit naar Tarbes lagen Van Est en ik op de top van de Aubisque achterop. In de afdaling schoof Wim al bij de eerste twee bochten onderuit, maar bij de derde was het goed prijs. Hij vloog zeventig meter diep in de ravijn. Ik probeerde iedereen te verwittigen dat Van Est zwaar was gevallen, maar niemand stopte”, vertelde hij jaren geleden. “Tot mijn ploegleider Sylvère Maes halt hield en vroeg wat ik daar stond te doen. Ik vertelde hem dat Van Est daar beneden lag, dat hij dringend hulp nodig had. Maes zei me dat het in orde zou komen en dat ik verder moest rijden. Door te wachten verloor ik wel 25 minuten, maar wat kon het me schelen. Ik vond een mens in nood belangrijker.” Van Est bleef Roger Decock zijn leven lang dankbaar voor zijn menselijk gebaar van toen.

Oudste winnaar van de Ronde van Vlaanderen vannacht thuis overleden
Foto: DVH

Volksmens

Decock was in zijn tweede leven ook een heel bekende cafébaas. Eerst in Izegem, waar hij in 1949 met zijn ouders verhuisde en café Tabora veranderden in Sportclub. Waarna hij naar Tielt trok, waar hij eerst café Sportclub (het interieur van toen is te bezichtigen in de tentoonstelling Heeren, vertrekt! in Gent) en vanaf 1961 café De Wildeman op de Markt openhield. In juni 1987 trok hij naar Aarsele. Daar overleed hij thuis na een kortstondige ziekte. Met deze sociaal betrokken, hoogbejaarde volksmens verdwijnt een hoofdstuk authentieke Vlaamse wielergeschiedenis. In zijn sappig West-Vlaams dialect kon hij machtig en heel gedetailleerd vertellen over de tijd van toen. Zijn levensverhaal is opgetekend door kleindochter en ex-renster Veronique Coene en Guido Van Cauwenberghe in het boek ‘Roger Decock, sluw en slim’.

Tot zijn allerlaatste dag hield hij vurig van sport en wielrennen in het bijzonder. Hij was een heel grote fan van Greg Van Avermaet. Dat was zijn man, al kon hij ook genieten van Sagan. De koers was zijn lang leven. Maar toen er geen koers meer was, ook niet op tv, verdween in deze coronatijden ook beetje bij beetje het leven uit de winnaar van de Ronde van Vlaanderen 1952. Rust zacht, Roger.

Door Hugo Coorevits
AANGERADEN