Wanneer niemand in het gezin werk heeft: werkloosheidsgraad daalt, behalve in de meest kwetsbare groepen

Het aandeel Vlamingen met een job is het voorbije decennium beduidend toegenomen. Toch blijft de armoede ongeveer gelijk. Hoe dat komt? Vooral mensen met een al werkende partner vonden een job, terwijl de ‘baanloze gezinnen’ ter plaatse trappelen. “Dat zijn ook de eersten die de gevolgen van de coronacrisis zullen voelen”, zegt professor Sarah Vansteenkiste (KU Leuven).

Valt u even mee achterover? Precies 242.600 Vlamingen leven vandaag in een gezin waar niemand werk heeft. In één op drie gevallen gaat het om alleenstaanden zonder kinderen, maar in vier op tien van die baanloze gezinnen groeien kinderen op. De bevindingen staan in een analyse van het Steunpunt Werk.

De onderzoekers wilden in kaart brengen wie die mensen in baanloze gezinnen precies zijn, omdat vooral zij moeilijk aan het werk te krijgen zijn. De voorbije tien jaar groeide het aandeel Vlamingen met een job van 71,5 procent in 2009 naar 75,5 procent nu, terwijl de groep baanloze gezinnen slechts heel beperkt daalde. Geen wonder dus dat al die jaren ongeveer één op de tien Vlamingen in armoede is blijven leven.

Duidelijk is dat het om heel kwetsbare mensen gaat. Velen zijn laaggeschoold, tussen de 50 en 59 jaar, kampen met ziekte of een handicap en ontvangen geen werkloosheidsuitkering omdat ze niet zijn ingeschreven bij de RVA of VDAB. Velen moeten het stellen met wat ze van het OCMW krijgen en zijn niet actief op zoek naar werk.

Dagelijkse stress

“Het zijn mensen die in precaire omstandigheden leven”, zegt armoede-expert en medeauteur Wim Van Lancker (KU Leuven). “Ook voor de kinderen heeft dat grote gevolgen. Leven in armoede is leven in dagelijkse stress, met meer ruzies binnen het gezin. De kinderen doen het ook minder goed op school omdat ze geen eigen kamer hebben om te studeren of ouders die hen kunnen helpen. Als beide ouders niet werken, ontbreekt bovendien een rolmodel.”

De kans dat de armoede van generatie op generatie wordt doorgegeven, is dus reëel. Om die vicieuze cirkel te doorbreken is het volgens de onderzoekers noodzakelijk dat het beleid die baanloze gezinnen probeert te bereiken. “Zeker omdat zij de eersten zijn die de gevolgen van de coronacrisis zullen voelen”, zegt Sarah Vansteenkiste, coördinator van het Steunpunt Werk. “De VDAB heeft nu de opdracht gekregen om ook in te zetten op inactieven, terwijl dat vroeger enkel werkzoekenden waren. Dat is een goede zaak, maar het zal een hele uitdaging zijn om hen ook daadwerkelijk aan het werk te krijgen precies omdat ze zo kwetsbaar zijn.”

Een tussenstapje kan de sociale economie zijn. “Dat zijn gesubsidieerde werkplaatsen voor kansengroepen, maar ze zijn goed voor hun sociale relaties, hun mentale gezondheid én ze krijgen een loon dat hen uit de armoede kan helpen”, zegt Van Lancker.

Door Jens Vancaeneghem en Tom Le Bacq