Minder elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in 2019

Bron © BELGA

Foto: BELGA

In Vlaanderen was vorig jaar 33,69 procent van de geleverde elektriciteit “groen”, met andere woorden afkomstig van hernieuwbare energiebronnen. Dat was iets minder dan in 2018 (toen: 35,61 procent), zo blijkt vrijdag uit cijfers van de Vlaamse energieregulator Vreg.

De grootste bron van de in Vlaanderen geleverde elektriciteit was kernenergie (38 procent), fossiele energiebronnen waren goed voor 28 procent.

Meer dan de helft van de groene stroom werd opgewekt door waterkracht, bijna 23 procent door windenergie en ruim 12 procent door biomassa. Ruim 30 procent procent van de groene stroom was afkomstig uit België (14,4 procent uit Vlaanderen), de belangrijkste importlanden (voor garanties van oorsprong) waren Noorwegen, Italië en Frankrijk. De Vlaamse productie van groene stroom was vorig jaar goed voor 4,84 procent van alle geleverde stroom.

Eerste daling sinds 2014

Het was de eerste keer sinds 2014 dat het aandeel groene stroom daalde. Sinds 2014 was het opgelopen van 28 procent naar 36 procent in 2018.

Voordien, in 2010, 2011 en 2012, was meer dan de helft van afkomstig uit hernieuwbare energiebronnen. De reden daarvoor is dat “groene stroom destijds vrijgesteld was van een deel van de federale bijdrage op de elektriciteitsprijs en dus een prijsvoordeel genoot bij de levering aan eindafnemers”, aldus de Vreg.

Nog volgens de Vlaamse energieregulator had eind vorig jaar 44,89 procent van de Vlaamse elektriciteitsafnemers een groen contract (voor 100 procent groene stroom). Eind 2018 was dat 41,46 procent.

AANGERADEN