Langetermijneffect van lockdown op mobiliteit zal “niet spectaculair” zijn

Bron © BELGA

Themabeeld Foto: Photo News

In de eerste maanden van de coronacrisis hebben de Belgen hun mobiliteitsgedrag massaal aangepast, maar op lange termijn zal die aanpassing “niet spectaculair” zijn. Dat besluit de FOD Mobiliteit uit een bevraging bij 2.000 Belgen, naar hoe ze zich verplaatsen voor, tijdens en na de lockdown.

Ja, vele Belgen hebben zich voorgenomen om meer te fietsen en wandelen, maar dat vertaalt zich eerder in extra recreatieve verplaatsingen. De vervoersmodi die we gebruiken voor de meer essentiële verplaatsingen, zullen globaal dezelfde zijn als voor de crisis, al zal er inderdaad wel een lichte stijging zijn van fietsers en voetgangers, en dat ten nadele van het openbaar vervoer.

Thuiswerk

Een van de opvallendste effecten van de lockdown was de plotse stijging van telewerk, met belangrijke gevolgen voor de mobiliteit. Bijna 2 op de 3 mensen die konden telewerken, wil het aantal dagen waarop ze van thuis werken, verhogen. De positieve ervaring met telewerken is dan een grotere motivatie dan de schrik om op het openbaar vervoer of de werkplek besmet te worden.

Voor de lockdown gingen werknemers 4,6 dagen per week naar het werk. Tijdens de lockdown was dat nog 2,1 dagen. De respondenten werd gevraagd wat hun voorspelling en wat hun wens is voor na de crisis: de voorspelling ligt gemiddeld op 4,3 dagen, de wens op 3,9 dagen. Een daling naar 4,3 dagen lijkt niet spectaculair, merkt de FOD op, “maar zou toch een niet te onderschatten impact op het verkeer betekenen”.

Openbaar vervoer

Tijdens en kort na de lockdown veranderde het mobiliteitsgedrag al, zoals ook al bleek uit eerdere onderzoeken. Het percentage werknemers dat het openbaar vervoer neemt naar het werk is gedaald van 25 naar 11 procent, en dat ten voordele van zowel de auto (van 56 naar 65 procent) als zogenaamd actieve modi (van 16 naar 22 procent).

Een aanzienlijk deel van de respondenten beschouwt het openbaar vervoer niet langer als veilig, in tegenstelling tot auto en de fiets. Als ze naar hun wensen gevraagd worden, dan zou het aandeel fietsers stijgen van 11 naar 15 procent. Die stijging wordt in alle gewesten opgetekend, maar is meer uitgesproken in Brussel dan in Vlaanderen of Wallonië.

Door jvh