Pedro Facon: “Complexe bevoegdheidsverdeling heeft veel energie gekost op zeer precair moment”

Bron © BELGA

Foto: Jimmy Kets

In de coronacommissie van het Vlaams Parlement liet de secretaris van de interministeriële conferentie Volksgezondheid Pedro Facon vrijdagmiddag zijn licht schijnen over het verloop van de gezondheidscrisis. Volgens Facon was vooral de complexe bevoegdheidsverdeling in het land een probleem, en heeft die “veel energie gekost op een zeer precair moment”. Facon betreurde ook dat er niet meer interfederale coördinatie van de crisis was, bijvoorbeeld in de woonzorgcentra.

Het Vlaams parlement buigt zich in de coronacommissie, officieel de “Commissie ad hoc voor de Evaluatie en Verdere Uitvoering van het Vlaamse Coronabeleid”, over de aanpak van de epidemie in Vlaanderen. In eerste instantie gaat het dan over de woonzorgcentra, maar ook het bredere plaatje komt aan bod. Vrijdagmiddag was het de beurt aan Pedro Facon, de directeur-generaal Gezondheidszorg bij de FOD Volksgezondheid en de secretaris van de interministeriële conferentie Volksgezondheid, en professor Emmanuel André.

Die laatste was een tijdlang interfederaal woordvoerder voor de coronacrisis bij Sciensano en was in de beginfase de coördinator voor de test- en tracestrategie. Tegenwoordig maakt hij nog altijd deel uit van de GEES, de expertengroep die de Nationale Veiligheidsraad adviseert over de afbouw van coronamaatregelen.

Moeilijk

Facon had het vrijdag vooral over de soms moeilijke coördinatie van de crisis, die volgens hem vooral te wijten is aan de ingewikkelde bevoegdheidsverdeling. “Ik geloof wel dat de ministers op elk niveau hun werk goed wilden doen, maar ik denk dat de structuur van dit land maakt dat individuen minder goed functioneren”, zei hij. “Als er één iets is wat de crisis heeft geleerd, dan is het dat het bevoegdheidssysteem moeilijk werkbaar is en dat dat in een crisis dubbel zo hard een impact heeft.” Facon pleit ervoor om toch een structuur op poten te zetten waarbinnen één iemand als een soort piloot de coördinatie en verantwoordelijkheid op zich kan nemen, ook al is gezondheidszorg de facto een gedeelde bevoegdheid. “Het status quo is weinig wenselijk, en dan druk ik mij nog voorzichtig uit.”

De voorzitter van de IMC Volksgezondheid verwees in dat opzicht ook naar een gebrek aan interfederale samenwerking op sommige vlakken. Zo is eind maart aan de Vlaamse en Waalse ministers voorgesteld om de coördinatie van de crisis in de woonzorgcentra interfederaal te coördineren, maar hebben Vlaanderen en Wallonië dat afgeketst, zei hij. “Het antwoord was dat ze verkozen om zelf te coördineren. Ik vind dat jammer en heb daar vanalles over te vinden, maar ik ben daarvoor niet bevoegd.”

Probleempunt

Voor Emmanuel André was vooral de testingstrategie een probleempunt. Op een bepaald moment waren er genoeg testen beschikbaar, maar was er nog discussie over wie nu wel of niet getest moest worden op het virus, waardoor de capaciteit in eerste instantie verre van volledig werd gebruikt. André benadrukte dat er bij een eventuele tweede golf meteen extra aandacht moet gaan naar kwetsbare groepen, zoals mensen in woonzorgcentra. “Regelmatig testen is dan denk ik sowieso nodig. Ik zou niet graag in een situatie zitten waarin voetballers twee keer per week getest worden, maar mensen met een extra kwetsbaarheid niet.”

Volgens Facon zijn we intussen wel beter voorbereid op een tweede golf dan we waren op de eerste uitbraak van het virus in maart. “We hebben het contactopvolginssysteem met het callcenter en op federaal niveau is er intussen een grote stock aangelegd voor de federale doelgroepen”, zei hij. Maar toch zijn er ook nog werkpunten. “We moeten nog meer lokaal kunnen sturen, zodat we gericht bestuurlijke of sanitaire maatregelen kunnen nemen zonder dat we een heel land in lockdown moeten plaatsen”, klonk het. Ook op vlak van uitbraakmanagement is er volgens Facon nog werk aan de winkel.