“Want dat doen we graag. Mensen afzeiken. Maar soms zit er zoveel meer achter een Miss België-deelname”

Mahdia was veertien. Een machtige, veel oudere man wou met haar trouwen. Vroeg haar hand. Maar haar vader weigerde haar uit te huwelijken aan iemand die al drie, vier vrouwen had. Hij had een open geest, wou zijn dochter laten studeren.

Dat zinde de machtige man niet, dus vermoordde hij de vader. Mahdia was niet meer veilig. Moest met haar broer vluchten, weg van Afghanistan. Met de hulp van mensensmokkelaars. Nu ja, hulp. Ze waren een maand onderweg. Via Iran, Turkije en Griekenland. Daar waar haar bootje bijna zonk, vlak voor de haven.

Ze moesten stiekem reizen. Met de bus, trein, auto, te voet. Soms hurkend of staand slapend in een kruipkot. Als meisje van veertien tussen veertig, vijftig onbekende mensen. Het lijkt een slecht sprookje. Maar nu is ze hier. En wil Mahdia een soort prinses worden. Ze dingt mee naar het kroontje van Miss België.

We kunnen wel schamper doen over dat kroontje, dat is makkelijk. Een bende hersenloze dametjes die met hun kont staan te draaien en niet eens weten dat Brugge de hoofdstad is van België. Of was het Brussel. En hop, daar schuift er eentje onderuit, van de trappen af. Bulderlach en van je “hoho” en “haha”. Want dat doen we graag. Mensen afzeiken. Dat doet onze eigen miserie vergeten. Maar soms zit er zoveel meer achter een deelname. Erkenning. Aandacht. Of gewoon: rug recht. Hier ben ik.

Het was als klein meisje Mahdia’s droom om ooit te schitteren met een kroontje op haar hoofd. Zoals die prinsessen in Miss World. Dus zal ze schitteren. Hoe dan ook. En zal ik braaf zwijgen over de hele Miss België-verkiezingen. Want voor haar is dat een mooi sprookje. Ze wil het land dat haar een toekomst biedt, vertegenwoordigen. Mahdia Karimy, nu negentien. Moge ze nog lang en gelukkig leven. Als Belgische prinses uit Afghanistan.

AANGERADEN