Rector KUL schrijft open brief over zaak Reuzegom: “Dat beeld van een stoet over de grond kruipende besmeurde jongvolwassenen is niet meer van deze tijd”

Foto: Patrick Hattori

/ Leuven -

In een open brief heeft Luc Sels, rector van de Ku Leuven, opnieuw gereageerd op de kritiek over hoe de universiteit de ex-leden van Reuzegom heeft aangepakt. Hij spreekt onder andere over de “zwartste bladzijden in de geschiedenis” en roept andere universiteiten en hogescholen op om mee na te denken over mogelijke alternatieve initiatieven voor de doop.

Vanuit alle hoeken komt er kritiek op de manier waarop de KU Leuven de ex-Reuzegommers heeft aangepakt. Want voor velen is een werkstraf en een paper geen gepaste straf voor wat er met Sanda Dia gebeurd is tijdens het doopritueel in december 2018. Ook Rik Torfs en heel wat andere medewerkers van de KUL reageerden met forse kritiek op de aanpak van de universiteit. Nu komt Luc Sels met een open brief waarin hij vertelt hoe diep geraakt hij was door de dood van Sanda Dia.

“De feiten hebben me toen, in december 2018, naar de keel gegrepen. Dat eerste bericht over een uit de hand gelopen doop. De rilling en de tranen toen iemand me – ver weg op de Belgische ambassade in Tokyo – kwam toefluisteren dat Sanda het niet gehaald had. Het beeld van gebroken vrienden tijdens de uitvaartplechtigheid. De veelzeggende stilte in het gesprek met de familie”, schrijft de rector.

Tegelijkertijd roept hij op om de trots op de universiteit niet te laten varen. “Dat beeld dat vandaag gecreëerd wordt? Neen, daar verzet ik me tegen. Ik roep jullie allen op om dat ook te doen. Met luide stem. We zijn een universiteit die leert uit fouten, elke dag opnieuw. We zijn een democratische organisatie, één van de weinige in onze maatschappij die verkiest wie haar mag leiden en die vasthoudt aan collegiaal bestuur. We zijn open voor de samenleving en realiseren in hechte samenwerking met de associatiehogescholen een netwerk van kansen. We zien het als onze opdracht om ons onderzoek en onderwijs ten dienste te stellen van de samenleving, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren. Neen, dit is zomaar geen steriele tekst. Dit is onze opdrachtverklaring. Dit is een missie die leeft. Velen van jullie maken ze elke dag waar..”

LEES OOK. Stadsbestuur Leuven gaat nog nauwer toezien op doopactiviteiten: “Vadsigheden kunnen echt niet” (+)

LEES OOK. Vrienden van Sanda Dia spreken voor het eerst: “Telkens als ik de Reuzegommers terugzag, was mijn dag om zeep” (+)

Nieuwe alternatieven

Opvallender is Sels’ oproep aan andere universiteiten en hogescholen om samen op zoek te gaan naar alternatieve initiatieven. “Vandaag moeten we een stap verder gaan. Dat beeld van een stoet over de grond kruipende besmeurde jongvolwassenen is niet meer van deze tijd. In essentie is een doop een verwelkoming. Bij een doop krijg je een peter en een meter, word je opgenomen in een gemeenschap. Een doop moet een steun zijn voor een nieuwkomer en dat staat haaks op het soort alfa-prestatie die het vandaag geworden is. Vanuit onze traditie begrijpen we dit maar al te goed.”

“Ik roep alle kringen en studentenvertegenwoordigers daarom op om, over de grenzen van universiteiten en hogescholen heen, samen met ons na te denken over alternatieve initiatieven die duurzaam kunnen bijdragen aan inclusie, aan echte steun in een periode waarin zoveel studenten kampen met isolement en soms op de grenzen stoten van hun mentale weerbaarheid. Soms bereiken we een punt waarop we met tradities moeten durven breken. Ook dat is heruitvinden.”

Lees hier de open brief:

Beste collega’s,

Beste (toekomstige) studenten,

Beste alumni,

Beste ouders, vrienden, sympathisanten,

De voorbije maanden schreef ik u regelmatig aan omdat de KU Leuven zich, geraakt door de pandemie, op erg korte termijn moest heruitvinden. Ik heb u bij herhaling en met klem gevraagd om elkaar te steunen: zorg goed voor uzelf en voor elkaar.

Vandaag schrijf ik u aan omdat we, getroffen door het relaas van de weerzinwekkende dood van Sanda Dia, die steun ook nodig hebben en bij elkaar te rade moeten gaan. Sanda’s dood dwingt ons om terug te gaan naar de kern van onze opdracht, en ze zo nodig opnieuw uit te vinden.

Zwarte pagina

Ik schreef eerder dat de Reuzegomdoop de zwartste pagina uit het boek van drie jaar rectoraat vult. Ik voeg eraan toe dat ze tot de zwartste bladzijden in de geschiedenis van onze universiteit behoort. Niemand begrijpt hoe een groep jongvolwassen mannen kan overgaan tot daden die aan foltering doen denken. Niemand kan het totale gebrek aan normbesef vatten. De lafheid. De hoogmoed. Die drang om te vernederen. Tot de dood erop volgt. Het totale gebrek aan gevoel voor menselijke waardigheid is ronduit weerzinwekkend. Het is ook beangstigend.

Na deze tragedie hebben we begin 2019 komaf gemaakt met de studentendoop als vernedering. Het doopcharter dat reeds met de Leuvense partners, de politie, de hogescholen, en de erkende studentenverenigingen was uitgewerkt, werd begin 2019 meteen aangescherpt. We hebben er toen voor gezorgd dat, na jaren gebakkelei met ongrijpbare clubs, zij dit nu ook als kader hebben aanvaard. Omdat ze begrijpen dat ze allen student zijn van instellingen waar ze zich in hun gedragingen engageren tot eerbied voor de menselijke persoon.

Maar vandaag moeten we een stap verder gaan. Dat beeld van een stoet over de grond kruipende besmeurde jongvolwassenen is niet meer van deze tijd. In essentie is een doop een verwelkoming. Bij een doop krijg je een peter en een meter, word je opgenomen in een gemeenschap. Een doop moet een steun zijn voor een nieuwkomer en dat staat haaks op het soort alfa-prestatie die het vandaag geworden is. Vanuit onze traditie begrijpen we dit maar al te goed.

Ik roep alle kringen en studentenvertegenwoordigers daarom op om, over de grenzen van universiteiten en hogescholen heen, samen met ons na te denken over alternatieve initiatieven die duurzaam kunnen bijdragen aan inclusie, aan echte steun in een periode waarin zoveel studenten kampen met isolement en soms op de grenzen stoten van hun mentale weerbaarheid. Soms bereiken we een punt waarop we met tradities moeten durven breken. Ook dat is heruitvinden.

Een universiteit die er staat

De feiten hebben me toen, in december 2018, naar de keel gegrepen. Dat eerste bericht over een uit de hand gelopen doop. De rilling en de tranen toen iemand me – ver weg op de Belgische ambassade in Tokyo – kwam toefluisteren dat Sanda het niet gehaald had. Het beeld van gebroken vrienden tijdens de uitvaartplechtigheid. De veelzeggende stilte in het gesprek met de familie.

Net zo heeft de recente reconstructie van de feiten me naar de keel gegrepen. Ook nu was er die rilling en kwamen de tranen. Natuurlijk begrijp ik goed dat wie voortgaat op de informatie van vandaag onze beslissingen van toen laks, zwak of fout vindt. En ja, ik heb de voorbije dagen veel geleerd uit allerlei opinies en reacties. Ze hebben kanten getoond die ik nog onvoldoende zag. Ze maken me beter in wat ik probeer te doen. Daar ben ik van overtuigd. Ze maken ons beter in waar de KU Leuven voor staat. Dank daarvoor, aan al wie me daar met oprechte bezorgdheid op aangesproken heeft en in bijstuurt.

Tegelijkertijd roep ik u allen op om de trots op onze universiteit niet te laten varen. Wie haar niet welgezind is, maakt vandaag misbruik van die zwarte pagina om de KU Leuven neer te zetten als een elitair machtsblok van witte mensen. Ik weet dat we nog een weg te gaan hebben, en dat geldt bij uitbreiding voor de maatschappij waar we deel van uitmaken. Ik weet dat we het werk aan inclusie, diversiteit en anti-discriminatie verder moeten aanscherpen, dat we het vorig jaar opgestarte werk aan de herziening van tuchtprocedures en gedragscodes moeten versnellen. De vele reacties van de voorbije dagen sterken me in die ambitie.

Maar dat beeld dat vandaag gecreëerd wordt? Neen, daar verzet ik me tegen. Ik roep jullie allen op om dat ook te doen. Met luide stem. We zijn een universiteit die leert uit fouten, elke dag opnieuw. We zijn een democratische organisatie, één van de weinige in onze maatschappij die verkiest wie haar mag leiden en die vasthoudt aan collegiaal bestuur. We zijn open voor de samenleving en realiseren in hechte samenwerking met de associatiehogescholen een netwerk van kansen. We zien het als onze opdracht om ons onderzoek en onderwijs ten dienste te stellen van de samenleving, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren. Neen, dit is zomaar geen steriele tekst. Dit is onze opdrachtverklaring. Dit is een missie die leeft. Velen van jullie maken ze elke dag waar..

Ik verwijs graag naar de openingsrede van dit academiejaar. Ik had het daar over de unieke positie van de KU Leuven in de mondiale top van leidende onderzoeksuniversiteiten. Uniek omdat ze, in tegenstelling tot de universiteiten waarmee we ons kunnen meten en vergelijken, vertrekt van excellence by inclusion en opteert voor brede toegankelijkheid. We doen dat niet omdat onze samenleving dat oplegt. We doen dat omdat we ervan overtuigd zijn dat we pas echt een excellente bijdrage voor een betere maatschappij leveren wanneer brede lagen van de bevolking betrokken worden bij en kunnen genieten van onze wetenschap.

Ja, we hebben werk. Ja, ik neem de handschoen op en ik nodig jullie allen uit om hetzelfde te doen. Want dit is geen opdracht van een rector alleen. Dit is een opdracht voor elk van ons, studenten, alumni, professoren, onderzoekers, medewerkers. We moeten dat waarmaken in hoe we met elkaar omgaan, in onze aandacht voor persoons- en maatschappijvorming, in de klemtonen van ons onderzoek, in het maatschappelijk engagement dat ons drijft.

U zal het zien, we komen hier sterker uit. Eerder vroeger dan later. Maar vergeet daarbij niet: trots en fierheid op wat we zo goed doen, vormen de beste basis om nog beter te doen waar we goed in zijn.

Vergeven en straffen

Mag ik jullie nog even confronteren met een heel moeilijke vraag? Ik leg ze voor, omdat ze ons geleid heeft in de aanpak die we gevolgd hebben na die gruwelijke feiten. Hier komt ze: hoe kunnen we, naast alle terechte afkeuring en begrijpelijk afgrijzen, ook de beklaagden nabij blijven als mensen die kunnen groeien en vergeving waard zijn?

Ik besef dat de universiteit en de maatschappij niet helemaal klaar zijn voor en met deze vragen. En u mag het weten, ik worstel er zelf mee. Maar vanuit mijn rol en vanuit onze opdracht om een kritische stem te zijn in de maatschappij moet ik u deze vraag stellen. Neen, werken aan vergeving betekent niet dat zij geen straf zouden krijgen. Neen, het sluit evenmin een zware straf uit. Die twee kunnen en moeten samengaan.

Want ja, wij vermoedden vanaf de eerste dag dat er mogelijk strafbare feiten in het geding waren. Maar we konden en mochten geen onderzoeksdaden stellen. Geen bezoek aan de crime scene(s). We hadden niet de middelen om te bepalen wie schuld heeft en of er verschillen zijn in schuldgraad. Dat is waarom we zo steunen op de kracht en het vermogen van de institutie die daarvoor in het leven is geroepen: de rechterlijke macht. Om de rechtsgang niet in gevaar te brengen, hebben we ons in het bepalen van onze strafmaat beperkt tot wat we met zekerheid wisten: dat elk van de betrokkenen deelgenomen had aan een mensonwaardige activiteit. Dat heb ik verduidelijkt in opiniestukken (zie VRT en De Standaard).

Daarnaast heeft de universiteit – en dat vergt moed – gekozen voor een aanpak die steunt op het moeizaam zoeken naar betekenisgeving en herstel. Zo zijn er tal van individuele gesprekken en groepsgesprekken met de Reuzegommers geweest, er is actie ondernomen ten aanzien van de clubs en veel overlegd met de studentenkringen, er zijn duidelijke signalen gegeven aan het interne beleid – aan onszelf dus - en er zijn professoren geweest die deze problematiek verwerkt hebben in hun colleges. Dat is geen ‘lakse’ of zwakke aanpak, maar een aanpak die complementair is aan de rol van de officiële justitie.

De essentie van tucht

Dit brengt me bij de essentie van tucht. Onze tuchtprocedure dient niet om misdrijven te onderzoeken, te vervolgen en te veroordelen. Nogal wat opiniemakers maken dat onderscheid onvoldoende en roepen de universiteit in feite op om zich ook rechterlijke macht toe te eigenen en de betrokkenen dadelijk het recht op onderwijs te ontnemen. Maar een rector is geen rechter.

Tucht gaat overigens niet over uitsluiting, tucht gaat in essentie over inclusie. Ik weet dat het vreemd klinkt, maar het is zo. Het gaat over wat we kunnen en moeten doen om leden van onze gemeenschap die dwalen, weer in die gemeenschap te kunnen opnemen. En ja, het gaat ook over het stellen van grenzen die bij overschrijding (tijdelijke) uitsluiting uit die gemeenschap rechtvaardigen.

Dat laatste is inderdaad niet ondenkbaar. Neen, de betrokken Reuzegomleden kunnen niet onder alle omstandigheden lid blijven van deze universiteit. Welk signaal zouden we daarmee aan alle studenten en collega’s immers geven? Dat het er allemaal niet toe doet wat het onderzoek uitwijst of de strafrechter beslist? Natuurlijk doet dat ertoe, maar dan moeten we daar wel eerst zicht op krijgen.

Vooraleer we zo’n zwaarwichtige beslissingen nemen en iemand uitsluiten van onze instelling, wil ik glasheldere informatie en een goed zicht op hoe het gerecht de individuele verantwoordelijkheid inschat. We hebben als universiteit precies als missie om onderwijs en vorming te verstrekken voor wie dat het meest nodig heeft. Daar springen we dus best niet lichtzinnig mee om.

Steun

U hoeft me geen gelijk te geven. U mag van mening verschillen en dat kenbaar maken. U hoeft uw rector niet te steunen, al zijn het de vele steunbetuigingen die me de voorbij dagen rechtgehouden hebben.

Wat ik u wel vraag is om de universiteit te steunen. Steun ze in het waarmaken van haar opdracht en het aanscherpen van haar ambities. Steun elkaar.

Steun vooral ook de familie en vrienden van Sanda. Een jongeman, geliefd en begaafd, die hen ontnomen is. Een jongeman die onze universitaire gemeenschap ontnomen is.

Hartelijke groet,

Luc Sels, rector

Door Laurence Torck
AANGERADEN
Meest recent