Rekenhof: “Personeelsbeleid van War Heritage Institute is een puinhoop”

Bron © BELGA

Het Rekenhof Foto: Photo News

Inzake het personeelsbeheer van het War Heritage Institute (WHI) heeft het Rekenhof vastgesteld dat personeelsdossiers meermaals onvolledig waren, waardoor de controle ervan werd bemoeilijkt, zoniet onmogelijk gemaakt. In enkele gevallen stelde het Rekenhof onregelmatigheden vast op het vlak van de bezoldiging. Ook is de facturatie van Defensie aan het WHI om de loonkost te recupereren van personeelsleden die zijn gedetacheerd naar het WHI, onvoldoende transparant om een adequate controle mogelijk te maken. Dat blijkt allemaal uit een rapport van het Rekenhof over het War Heritage Institute. Het Rekenhof is een parlementaire instelling belast met de externe controle op de financiële verrichtingen van staatsinstellingen.

Het War Heritage Institute (WHI) werd opgericht op 1 mei 2017 in het kader van de redesign van de federale overheid en als een fusie van vier bestaande organismen: het Instituut voor Veteranen-Nationaal Instituut voor Oorlogsinvaliden, Oud-strijders en Oorlogsslachtoffers, het Koninklijk Museum voor het Leger en de Krijgsgeschiedenis, het Nationaal Gedenkteken van het Fort van Breendonk en de Historische Pool van Defensie.

Het Rekenhof stelt vast dat er, drie jaar na de oprichting van het WHI, nog heel wat lacunes bestaan op juridisch vlak, wat een coherent en adequaat personeelsbeleid bemoeilijkt. Ook op het vlak van het personeelsbeheer stuitte het Rekenhof op een aantal onvolkomenheden.

Het Rekenhof heeft vooreerst vastgesteld dat, drie jaar na de oprichting, het WHI in meerdere opzichten nog niet volledig juridisch-institutioneel is geregeld, zoals voorgeschreven in de oprichtingswet. Het beheerscontract van het WHI met de Staat is nog niet gesloten. Er is tot dusver evenmin een taalkader gepubliceerd, waardoor aanwervingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet kunnen plaatsvinden.

Daarnaast leidde de fusie van de vier bestaande organismen tot een taalkundig onevenwicht dat in de komende jaren moet worden afgebouwd. Er ontbreekt ook een formele rechtsgrond om de statutaire personeelsleden van het WHI bij hun opruststelling een overheidspensioen toe te kennen. Tot slot stelt het Rekenhof vast dat de huishoudelijke reglementen van het directiecomité en van de wetenschappelijke raad nog niet werden goedgekeurd.

Voorts wees het onderzoek op een problematische werking van de HR-dienst sinds de oprichting van het WHI, door een permanent krappe bezetting en een groot personeelsverloop. Daardoor kan de HR-dienst niet al zijn taken naar behoren uitvoeren. Het Rekenhof wijst er ook op dat de praktijk om gepensioneerde militairen in halftijdse leidinggevende functies aan te stellen, niet kan worden beschouwd als goed personeelsbeleid.

Door jvh
AANGERADEN