RECENSIE. ‘The painted bird’ van Václav Marhoul: De horror, de horror, de Holocaust ***

Petr Kotlár speelt de jongen

Meer dan een halve eeuw na het controversiële boek is de verfilming van ‘The painted bird’ haast onbekijkbaar gruwelijk.

Toen de roman The painted bird in 1965 uitkwam, werd hij onthaald als een literair meesterwerk over de gruwelen van de Holocaust. Zelfs toen de autobiografische claims van de Joods-Poolse schrijver Jerzy Kosinski vals bleken, bleef de status van het boek overeind. Want als het niet waar was, dan was het nog altijd verdomd goed geschreven. Ook geruchten over plagiaat deden niets af aan het straffe boek. De verfilming werd een jaar geleden dan ook onthaald als een meesterwerk op het filmfestival van Venetië. De helft van de gechoqueerde aanwe­zigen was dan wel de zaal uitgerend, maar dat kon de status van de film ­alleen maar doen groeien. De oorlogsjaren in Oost-Europa waren nu eenmaal geen ponykamp.

The painted bird begint met het in brand steken van een fret, die als een lopend vuurtje krijsend rondjes draait tot hij de geest geeft. Het is de eerste pesterij die het hoofdpersonage, een jongen die de fret als huisdier hield, moet ondergaan. Zijn misdaad is dat hij er Joods uitziet, of anders wel Roma, in een verder niet gespecificeerd Oost-Europa. Regisseur Václav Marhoul is Tsjech; de ­auteur was een Pool die eind jaren 50 naar de VS emigreerde. Marhoul liet de personages ‘Interslavisch’ praten, een artificiële taal over de grenzen heen, zoals Esperanto. De suggestie is dat Joods uitziende jongetjes in heel Oost-Europa een gelijkaardig lot ondergingen. Ook als dat lot volstrekt verzonnen is.

Zonder mededogen

De jongen is door zijn ouders naar zijn tante gestuurd om er te schuilen voor vervolging. Wanneer ze sterft, steekt de jongen van het schrikken de hele boerderij in de fik en zet het op een lopen. Van dan af start een tocht vol ontberingen, vernederingen en gruweldaden.

Udo Kier is maar een van die verschrikkingen op zijn pad – een acteur die al zoveel rotzakken heeft gespeeld dat hij een wandelend omen is geworden. Een oud vrouwtje concludeert dat de jongen een vampier is en graaft hem in tot aan zijn hoofd, waarna de kraaien hem ei zo na de ogen uitpikken.

Het is een prachtig beeld, in een film die de horror van de Holocaust gruwelijk mooi in beeld brengt. De film stapelt die gruwel op zonder enig mededogen voor de personages, laat staan voor de kijker, maar wel altijd in prachtig zwart-wit. De jongen zwerft door een platteland dat middeleeuws aandoet, vol bijgeloof, ­armoede, oog om oog en tand om tand. De mensen zijn overgeleverd aan de natuurelementen en, het ergste van al, elkaar.

Wat is daar de bedoeling van? Zijn wij die ‘genieten’ van deze eindeloze opstapeling van gruwel net als de jongetjes die de fret in brand staken? Is al die beeldschone gruwel een poging om de kijker te ontmaskeren als een sadist?

Genieten? The painted bird laat je vooral afgestompt, moedeloos en uitgeteld achter. Het houdt niet op, bijna drie uur lang. Dat het een gewaagde, indrukwekkende film is, staat buiten kijf, maar of het een meesterwerk is? Het ligt in elk geval zwaar op de maag. Soms wou je dat je je eigen ogen kon laten uitpikken.

‘The painted bird ‘

Van: Václav Marhoul

Met: Petr Kotlár, Stellan Skarsgård, Udo Kier, Harvey Keitel

Door Jeroen Struys
Meest recent