Naar adem happen binnen de vier minuten: componist Arvo Pärt brengt in Gent een eresaluut aan Van Eyck

Foto: Frederiek Vande Velde

Gent -

Na de wereldpremière dinsdagavond in de Sint-Baafskathedraal, weerklinkt het nagelnieuwe werk ‘Für Jan van Eyck’ van de wereldberoemde componist Arvo Pärt deze week ook enkele keren in de Sint-Jacobskerk. We waren erbij op woensdagavond in deze iets intiemere setting voor een echte muzikale blind date.

Neen, een verhuiswagen was niet nodig om de instrumenten van Sint-Baafskathedraal naar Sint-Jacobs te voeren. Arvo Pärt en Collegium Vocale Gent trokken voor deze avond immers de kaart van de menselijke stem en het kerkorgel. Het werd een intense en gebalde avond vol weerzien en nieuwe ontmoetingen.

Er was de terugkeer van het vermaarde ensemble van Philippe Herreweghe. Collegium Vocale Gent viert dit jaar op onverwachte wijze haar vijftigste verjaardag. Heel wat feestelijke plannen moesten in de ijskast. Gelukkig voor het ensemble kon tijdens de zomer alvast ‘hun’ Crete Senesi festival in Toscane wel doorgaan. En nu viert het Collegium verder tijdens het creatief vertimmerde Gent Festival van Vlaanderen.

Geen grote gebaren

Philippe Herreweghe is niet de dirigent van de grote gebaren. Systematisch kleine hand- en armbewegingen. Een uitzonderlijke aangehouden vinger of een weidsere arm. Steeds die immense concentratie en intieme connectie met de 12 zangers en zangeressen voor hem.

Het deed deugd om te zien en te horen dat de corona afstand tussen de koorleden geen afbreuk deed aan de versmelting van de stemmen en zanglijnen. Hoe de allerlaatste maat van het Kyrie van Claudio Monteverdi (uit Missa a quattro voci da cappella) de harten open trok!

Het tedere, sacrale maar ook troostende Locus iste van Anton Bruckner toonde terug de ingehouden kracht van het Collegium Vocale Gent. Wat dan weer mooi contrasteerde met de letterlijk grotere decibels in Os justi van dezelfde componist.

Maar eerlijk is eerlijk, Arvo was on our mind. De avond draaide immers rond de wereldberoemde, hedendaagse componist uit Estland die ondertussen voldoende heeft aan zijn voornaam. De 85-jarige Arvo Pärt is niet weg te slaan uit lijstjes met geliefde klassieke muziek. In de Klara top 100 scoorde Pärt vorig jaar nog de zilveren medaille met Spiegel im Spiegel. En het einde van zijn opmars is nog niet in zicht. Zijn contemplatieve muziek doet ademhaling en hartslag vertragen. En dat in een tijdperk waarin alles kolkender lijkt te worden.

Compositieopdracht

De componist die de verdichting opzoekt, voelde zich al langer aangetrokken tot het thema van het Agnus Dei (Lam Gods). Dat bleek ook uit de opener van de avond, zijn orgelwerk Annum per annum. Daarom was het meesterlijk van de Stad Gent (trouwens een zusterstad van Tallinn) om net aan deze kunstenaar een compositieopdracht te geven naar aanleiding van het themajaar OMG! Van Eyck was here, met een centrale plek voor De Aanbidding van Lam Gods. Door zijn wonderlijke ‘ja’ op deze vraag, heeft de muziekwereld er nu een nieuwe Arvo bijgekregen.

Het korte Für Jan van Eyck werd geschreven voor koor en orgel. De gelaagde opbouw waarbij de stemmen zich tussen de orgelklanken nestelen, leidt al snel tot het Lam. En dat alles in nauwelijks vier minuten.

Eén overrompelend vertolkte noot door sopraan Annelies Brants deed ons (onder ons mondmasker) naar adem happen. De noot op het woord Agnus was niet alleen verscheurend hoog. Ze vertolkte ook het ontzag en diepe respect van Pärt voor het Lam Gods en de artistieke vertaling ervan door Van Eyck. Pärt schreef hierover in een persoonlijke boodschap aan het publiek dat hij dit werk ziet “als solitaire en nederige buiging voor een van de grootste kunstwerken van het christelijke Avondland en voor een kunstenaar die die daarmee iets bereikt heeft dat voor de eeuwigheid geschapen is.”

Voorbij

En toen was het nieuwe stuk voorbij. Echt voorbij. Net zoals na een Bach première in de achttiende eeuw, bestond het nieuwe werk na de opvoering enkel nog in herinneringen. Geen Spotify, geen Klara top 100 vermelding. Of nog niet. Een bijzonder gevoel.

Hoorden we wat we dachten te horen? In elk geval bleef ook na het massieve en tegelijkertijd speelse, afsluitende orgelwerk van Messiaen (Dieu parmi nous) die ene, bezwerende noot hangen. Een ontroerend eresaluut van een kunstenaar aan een collega-kunstenaar, over zes eeuwen heen.

An Rosiers

www.gentfestival.be

AANGERADEN