Minder dan helft van Belgische laaggeschoolden heeft een job

Bron © BELGA

Foto: Jimmy Kets

Laaggeschoolden in België staan voor grote uitdagingen. Minder dan de helft van de laaggeschoolden in de leeftijdscategorie 20- tot 64-jarigen had in 2018 een job. En dat is een pak lager dan in de buurlanden. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

In 2018 had slechts 47 procent van de laaggeschoolde 20- tot 64-jarigen in België een baan. In Frankrijk is dat 52 procent, in Duitsland 61 procent en in Nederland 63 procent.

Volgens de OESO is het nog verontrustender dat de arbeidsparticipatie van laagopgeleiden in België naar 51 procent daalde, terwijl deze in Duitsland en Nederland steeg. Op basis van de huidige trends zou de arbeidsparticipatie van laagopgeleiden tussen nu en 2030 met 7 procentpunt verder kunnen dalen. In Nederland en Duitsland zal die volgens de verwachtingen van de OESO stijgen.

Bovendien zal de werkgelegenheid in sectoren die van oudsher hoogwaardige banen verschaften aan laagopgeleiden, zoals de industrie, verder afnemen, terwijl deze naar verwachting zal groeien in sectoren met een lagere kwaliteit van banen, zoals de dienstensector.

De onderzoekers van de OESO vermelden dat de studie afgenomen werd in 2018, dus voor de coronacrisis. Toch benadrukken ze dat hun aanbevelingen door de coronacrisis alleen maar dringender zijn geworden. Door de crisis moeten er volgens de OESO tijdelijke maatregelen worden genomen, zoals aanwervingssubsidies, maatregelen op het gebied van veiligheid en gezondheid op het werk, en meer flexibele werkregelingen.

Op langere termijn moeten de investeringen in onderwijs en levenslang leren worden gestimuleerd. Bovendien moeten de arbeidskosten, die tot de hoogste in de OESO-landen behoren, worden verlaagd.

AANGERADEN