Abonnee worden? Kies je leesformule

“Ik sta dicht genoeg bij mijn renners als het nodig is, maar ik zal er ook ver genoeg af staan als het nodig is”

Patrick Lefevere

“Ik sta dicht genoeg bij mijn renners als het nodig is, maar ik zal er ook ver genoeg af staan als het nodig is”

Misschien moesten we deze week de naam van deze column maar veranderen. Niet: LEFEVERE. Wel: PATJE. Ik heb er eens goed om gelachen deze week. Ik zat in de Giro toen ik Lampaert na zijn zege in De Panne op tv Tim Declercq hoorde feliciteren met zijn tweede plek: “Ge gaat godverdomme met Patje mogen bellen.” Patje. Ik heb er geen probleem mee. Ik zeg altijd: Ik sta dicht genoeg bij mijn renners als het nodig is, maar ik zal er ook ver genoeg af staan als het nodig is. Dat gaat over respect, niet over hoe je iemand aanspreekt. Nieuwkomers in de ploeg hebben daar soms moeite mee. Zij zien mij als Meneer Lefevere, de grote manager. ‘Meneer is niet thuis’, repliceer ik dan. ‘Zeg maar Patrick.’ Er zijn er zelfs bij die van ontzag amper iets durven zeggen tegen mij. Dan komen ze op de service course in Wevelgem, zit ik op mijn kantoor op het eerste verdiep en hoor ik achteraf dat ze geen goedendag zijn komen zeggen. “Ja maar, ik wilde je niet storen”, stamelen ze dan. Terwijl, één, ik nog nooit iemand van de trap heb gesmeten en, twee, ik het wel zal zeggen als ze mij storen. De deur van Patje staat voor iedereen open.

Nieuwkomers zien mij als Meneer Lefevere, de grote manager. ‘Meneer is niet thuis’, repliceer ik dan

Ik kon de euforie woensdag bij Yves en Tim wel verstaan. Zondag na de Ronde van Vlaanderen zaten we allemaal samen in een B&B in Castrum. Omdat de restaurants dicht moesten, had onze eigen kok voor een ...

AANGERADEN