“Liever tien schuldigen vrij dan één onschuldige in de gevangenis” stelt de verdediging van verdachte Alinda Van der Cruysen

Bron © BELGA

Foto: BELGA

Tienen -

“Liever tien schuldigen vrij dan één onschuldige in de gevangenis.” Voor het hof van assisen van Vlaams-Brabant in Leuven hebben de advocaten van de verdediging woensdag de onschuld van Alinda Van der Cruysen gepleit.

Zij traden de stelling van de wetsarts bij dat de dubbele moord in Tienen een hate crime is. “Onze cliënte komt daarvoor niet in aanmerking, want zij koesterde niet de minste haat tegen haar familieleden.”

Alinda Van der Cruysen (47) wordt beschuldigd van dubbele moord op een bejaard echtpaar in Tienen. Ze zou Jules Bogaerts (81) en Jeannette Jacobs (78) met extreem geweld om het leven hebben gebracht in hun woning op 9 december 1991. De beschuldigde is een ver familielid van de slachtoffers.

Raadsman Nick Heinen verwees in zijn pleidooi over de schuldvraag naar de stelling van de wetsarts dat geld niet het motief was. “Volgens dokter Van de Voorde hebben we hier te maken met een hate crime, een daad van vernietiging. Dat leidde hij af uit het ritmische steken met het mes, de poging tot amputatie van de handen en de verminkingen. Die daden wijzen op een enorme haat tegen de slachtoffers. Alinda koesterde geen wrok. Ze vond hen lieve mensen, die ze een drietal keer per jaar zag.”

Focus op de jeansbroek

Volgens advocate Anouck Pasquier werden in het huis meer dan twintig voorwerpen veilig gesteld voor onderzoek. Toch ging de focus naar de jeansbroek. “Die werd gedragen door een zwaarlijvig persoon. Dat stemt niet overeen met de fysionomie van Alinda.” Ook de vondst van de vrouwenschoenen roept bij Pasquier vragen op. De rechterschoen werd gevonden in december 1991, de linkse in maart 1992. “Die linkerschoen lag er niet op het moment dat de andere gedumpte voorwerpen ontdekt werden. Op die plaats was nochtans zeer zorgvuldig gezocht.” Ook de schoen werd gedragen door een zwaargebouwde vrouw. De afgesleten hiel was voor herstelling binnengebracht bij een schoenmaker in Tienen, ver verwijderd van Deurne, woonplaats van Van der Cruysen. Katelijne Bottin, de vroegere hoofdverdachte, was klant bij die schoenmaker.

Pasquier uitte bedenkingen bij het DNA-onderzoek, vooral in de tweede fase van het onderzoek. “Op vraag van de beschuldigde voerde het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) een tegenexpertise uit. Daaruit bleek dat er op de jeansbroek DNA van vier andere personen zat. We weten niet om wie het gaat. De speurders stellen dat het bierglas gemanipuleerd werd door een vrouwelijke dader. Van wie is dat DNA? Ook dat is nooit opgelost.”

Tunnelvisie

Volgens de twee raadsmannen is in de loop van het onderzoek een tunnelvisie ontstaan. “Er zijn zoveel onopgeloste vragen. Zoals over de tweede dader, met de hypothese van een onbekende man. Vanaf het moment dat Van der Cruysen in beeld kwam, heeft men niets anders meer willen onderzoeken. Wij hebben het gevoel dat het dossier snel afgehandeld moest worden, met het oog op de verjaring in 2024.”

Nick Heinen stelde dat zijn cliënte niet de ijskoude psychopaat is die het openbaar ministerie van haar wil maken. “Ik vraag de jury om haar niet schuldig te verklaren. Om vier redenen. Ze had geen motief. Alinda beschikt over een sluitend alibi. In de woning werd geen DNA van haar gevonden. Ze heeft niet het psychologische profiel van een moordenaar. Vrijspraak is de enige mogelijkheid.”

AANGERADEN
Meest recent