Vijfde dag van het proces tegen Alinda Van der Cruysen voor het hof van assisen: keuze tussen ordinaire moord of “hate crime”

Bron © BELGA

Foto: Olivier Matthys

Leuven / Tienen -

Op de vijfde dag van het proces tegen Alinda Van der Cruysen voor het hof van assisen van Vlaams-Brabant in Leuven hebben het openbaar ministerie en de verdediging de jury woensdag voor de keuze gesteld. Het doden van het bejaarde echtpaar was ofwel een ordinaire moord voor het geld ofwel een door wrok ingegeven “hate crime”. Alleen voor de eerste versie komt de beschuldigde in aanmerking.

Alinda Van der Cruysen (47) wordt beschuldigd van dubbele moord op een bejaard echtpaar in Tienen. Ze zou Jules Bogaerts (81) en Jeannette Jacobs (78) met extreem geweld om het leven hebben gebracht in hun woning op 9 december 1991. De beschuldigde is een ver familielid van de slachtoffers.

In zijn vordering over de schuldvraag stelde procureur Hans Van Espen dat de beschuldigde gedreven werd door uitsluitend financiële motieven, ook al bleek er niets gestolen en hadden de slachtoffers zeker 5 en misschien wel 6 miljoen oude Belgische frank in huis. “Ik stap daar niet vanaf”, herhaalde de procureur tijdens de replieken.

De advocaten van de verdediging volgden de versie van de wetsdokter dat de dubbele moord een daad van vernietiging was. Voor zo’n “hate crime” komt hun cliënte niet in aanmerking. “Alinda koesterde geen wrok tegen haar familieleden.”

Katelijne Bottin

De verdediging opende opnieuw de piste naar Katelijne Bottin en haar toenmalige echtgenoot Marc Lenaerts, de hoofdverdachten tijdens het eerste onderzoek in de jaren negentig. De advocaten hadden bedenkingen bij de buitenvervolgingstelling, op voorzet van onderzoeksrechter Raymond Decoux. “Bottin, van wie DNA-sporen in de woning werden teruggevonden, werd bij de herneming van het onderzoek zelfs niet opnieuw verhoord.”

De juryleden buigen zich morgen/donderdag over de schuldvraag. De algemene verwachting is dat het beraad veel tijd in beslag zal nemen.

AANGERADEN
Meest recent