Auto blijft belangrijkste vervoermiddel van de Vlaming

Bron © BELGA

Themabeeld Foto: Shutterstock

De Vlaming legt dagelijks gemiddeld 36 kilometer af in het verkeer en doet daar zo’n 71 minuten over. Vijfenzestig procent van alle verplaatsingen gebeurt met de auto, 14 procent per fiets (waarvan bijna 3 procent elektrisch) en 12 procent te voet. Twintig procent van de gezinnen bezit nu minstens één elektrische fiets. Dat zijn de belangrijkste vaststellingen in het vrijdag gepubliceerde Onderzoek VerplaatsingsGedrag 2019-2020 van het Departement Mobiliteit en Openbare werken, het vijfde in de reeks en laatste vóór de coronapandemie.

De Vlaming vanaf 6 jaar verplaatst zich gemiddeld 2,4 keer per dag. Ook mensen die zich niet verplaatst hebben, zitten in de cijfers vervat. Wie zich verplaatst, brengt gemiddeld 71 minuten door in het verkeer.

De auto blijft hoofdvervoermiddel: 65 procent van alle verplaatsingen gebeurt met de auto, 14 procent per (elektrische) fiets en 12 procent te voet. Circa 7 procent van alle verplaatsingen wordt met het openbaar vervoer afgelegd: lijnbus, tram, (pre)metro en trein. Voor zeer korte verplaatsingen tot 1 km gaan we meestal te voet of met de fiets.

Door zijn comfort en flexibiliteit is de auto ook populair voor middellange en korte afstanden, zelfs van minder dan 1 km. Iets meer dan de helft van onze verplaatsingen zijn korte verplaatsingen tot 5 km, en 52 procent daarvan gebeurt met de auto, als bestuurder en passagier.

Fiets

Eén op de vijf gezinnen bezit minstens 1 elektrische fiets (speedpedelec of e-fiets). De Vlaming gebruikt de elektrische fiets niet alleen voor afstanden van 5 tot 15 km, en langer, maar ook voor korte afstanden tot 5 km. De elektrische fiets is vandaag al goed voor bijna 3 procent van het totaal aantal verplaatsingen en dat stijgt elk jaar. Elf procent van de dagelijkse verplaatsingen gebeurt met de niet-elektrische fiets. In 2019 bezat de Vlaming gemiddeld 2,3 (elektrische) fietsen per gezin.

Verplaatsingen

De Vlaming verplaatst zich voor functionele verplaatsingen, onder meer werken en onderwijs (31 procent), winkelen en diensten (26 procent) en recreatieve verplaatsingen (28 procent). In het woon-werkverkeer staat de auto afgetekend op kop. De auto is het hoofdvervoermiddel voor bijna 7 op 10 werknemers. Zeventien procent gaat met de (elektrische) fiets naar het werk en 11 procent gebruikt het openbaar vervoer, in hoofdzaak de trein.

Twee derde van de verplaatsingen naar school gebeurt op een duurzame manier. De fiets (28 procent) is het populairst om naar school te gaan. Drieëentwintig procent gebruikt het openbaar vervoer en 14 procent gaat te voet. Een op de 3 scholieren/studenten neemt de wagen naar school.

Nog opvallend: slechts 8 procent van de verplaatsingen gebeurt met een combinatie van meerdere vervoersmiddelen. Hoe hoger het netto gezinsinkomen, hoe meer kilometers er met de auto gereden worden. Bijna 30 procent van de gezinnen met een laag gezinsinkomen legt jaarlijks minder dan 5.000 autokilometers af. Voor de gezinnen met een hoog gezinsinkomen bedraagt dat slechts 4 procent.

Volgend jaar wordt een nieuw onderzoek opgestart met enkele belangrijke wijzigingen. Het aantal deelnemers in Vlaanderen vervijfvoudigt naar 8.000. Verder werkt ook het Brussels Hoofdstedelijk Gewest mee waardoor ook 8.000 Brusselaars deelnemen.

Door jvh
AANGERADEN
Meest recent