Iets meer dan 1 Belg op de 10 kon in 2020 ‘gangbare levensstandaard’ niet betalen

Bron © BELGA

In 2020 werd 10,9 procent van de Belgische bevolking geconfronteerd met een situatie van materiële en sociale deprivatie. Dat blijkt uit de voorlopige resultaten van de EU-SILC-enquête die werd afgenomen door het statistiekbureau Statbel. Daarmee blijven de cijfers, ondanks de coronacrisis, ongeveer op dezelfde hoogte als in 2019.

Materiële en sociale deprivatie houdt in dat personen zich geen “gangbare levensstandaard” kunnen veroorloven. Daarvoor moeten ze zich minstens vijf van een lijstje van dertien materiële bezittingen of sociale handelingen niet kunnen veroorloven. Het gaat dan onder meer om een week met vakantie gaan, rekeningen op tijd betalen of wekelijks een bedrag opzij kunnen zetten.

Uit de gegevens van Statbel, die de komende maanden nog aangevuld zullen worden met monetaire indicatoren, blijkt dat er grote regionale verschillen zijn. Zo bevindt in Brussel meer dan één op de vijf (21,7 procent) zich in een precaire situatie. In Wallonië ligt dat cijfer op 15,5 procent, terwijl dat in Vlaanderen 6,3 procent is.

Ongeveer een kwart van de Belgen kon zich vorig jaar geen onverwachte uitgave veroorloven, terwijl 17 procent van de huishoudens de eindjes niet aan elkaar kon knopen, tegenover 19 procent in 2019. Voorts blijkt uit de gegevens dat alleenstaande ouders en hun kinderen het het zwaarst te verduren krijgen: 27,4 procent van hen bevond zich in een siuatie van materiële en sociale deprivatie. Daarnaast schatte 10 procent van de bevolking dat hun totale inkomen in 2020 is gedaald ten opzicht van het jaar ervoor. Zes procent verwacht dat hun totale inkomen in de komende twaalf maanden zal dalen.

Tot slot, concludeert Statbel dat de cijfers ten opzichte van 2019 relatief stabiel gebleven zijn. “De impact van de COVID-19-crisis is niet merkbaar in deze subjectieve indicatoren”, luidt het.

Door blg
AANGERADEN