Belgische Staat krijgt 434 dagen meer om plan-Wathelet te schrappen

Bron © BELGA

Foto: BELGAIMAGE

De Belgische Staat krijgt van de milieustakingsrechter 434 dagen extra om de aanpassingen aan de vliegroutes van en naar Brussels Airport die in de periode 2012-2014 in het kader van het plan-Wathelet werden doorgevoerd, te schrappen en een “Staten-Generaal van de nationale luchthaven” te organiseren.

Dat meldt de persrechter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. Diezelfde milieustakingsrechter stelt ook vast dat de overheid nog geen enkele poging gedaan heeft om dat plan te schrappen of zo een Staten-Generaal te organiseren.

In een vonnis van 30 mei 2018 had de milieustakingsrechter, op vordering van de noordrandgemeenten Machelen, Vilvoorde, Grimbergen, Meise en Wemmel, geoordeeld dat fases 1 tot 5 en 7 van het zogenaamd “plan-Wathelet” met betrekking tot het luchtverkeer van en naar de nationale luchthaven van Zaventem, gestaakt moesten worden, en dat er een “Staten-Generaal van de nationale luchthaven” moest georganiseerd worden om met de gewesten en de gemeentebesturen van Vlaams- en Waals-Brabant en Brussel een akkoord over de vliegroutes te bereiken.

90 weken

“In de praktijk kwam dat erop neer dat de Belgische Staat de vliegroutes en het gebruik van de luchthaven volledig diende te herinrichten”, zegt persrechter Els De Breucker. “De Belgische Staat had daartoe 90 weken de tijd gekregen, en als het vonnis na die 90 weken niet zou uitgevoerd zijn, dan zou de Belgische Staat een dwangsom van 50.000 euro per week vertraging moeten betalen.”

Ondertussen zijn deze 90 weken verstreken, en de noordrandgemeenten hadden een deurwaarder naar de Belgische Staat gestuurd om de betaling van de dwangsommen te eisen.

“De Belgische Staat heeft hierop de milieustakingsrechter opnieuw gevat, met de vraag om de dwangsommen af te schaffen, of minstens deze te verminderen of te plafonneren”, gat de persrechter verder. “De milieustakingsrechter heeft die vordering gedeeltelijk toegekend. Zo heeft de rechter aanvaard dat de Belgische Staat dit vonnis niet kon en mocht uitvoeren tijdens de periode van lopende zaken, en heeft dus de termijn van 90 weken om het vonnis van mei 2018 uit te voeren, verlengd met 434 dagen.”

De rechter verwierp wel de argumenten van de Belgische Staat dat 90 weken te weinig waren om het vonnis uit te voeren, en dat het vonnis in de praktijk onuitvoerbaar was.

“Tenslotte heeft de rechter geweigerd om de dwangsommen te verminderen of te plafonneren, stellende dat de Belgische Staat sinds het vonnis van 30 mei 2018 blijkbaar geen enkele poging gedaan heeft om het vonnis uit te voeren, of zelfs maar te beginnen aan de uitvoering ervan, ook niet tijdens de periodes buiten lopende zaken”, aldus nog de persrechter.

Door cevt
AANGERADEN