CD&V wil ouders van ongeboren kinderen meer rechten en ondersteuning geven

Bron © BELGA

Foto: An Nelissen

Ouders die tijdens de zwangerschap hun kindje verliezen, moeten recht hebben op meer erkenning en ondersteuning. Dat zegt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (CD&V). Zij werkte een conceptnota uit met een reeks voorstellen, gaande van een betere registratie tot het toegankelijk maken van moederschapsrust en kraamgeld voor meer ouders van levenloos geboren kinderen.

“Het overlijden van een ongeboren kindje wordt door de samenleving en de regelgeving niet altijd in dezelfde mate beschouwd als een verlies”, zegt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (CD&V).

De CD&V-politica doet in een conceptnota een aantal voorstellen om die ouders meer erkenning en ondersteuning te geven.

Sinds 2014 hebben ouders al het recht om hun levenloos geboren kindje te begraven of te cremeren, ongeacht de duur van de zwangerschap. Heel wat lokale besturen voorzien hiervoor op hun begraafplaatsen aparte plekken, denk maar aan sterretjesweides of vlinderbomen. Schryvers wil nog meer steden en gemeenten aanmoedigen om daar echt werk van te maken en “om ouders van levenloos geboren kindjes desgewenst mee te betrekken bij het aanplanten van geboortebossen”.

Schryvers wil ook dat meer vrouwen die bevallen van een doodgeboren kindje recht hebben op moederschapsrust en geboorteverlof. Nu ligt die grens op 180 dagen zwangerschap. Schryvers wil die grens verlagen naar 140 dagen. “Al vanaf 140 dagen spreken de WHO en het Agentschap Zorg en Gezondheid van een geboorte. Ouders zouden dan ook minimaal vanaf dit moment recht moeten kunnen hebben op bevallingsrust of geboorteverlof”, aldus Schryvers.

Ook voor het recht op het eenmalige startbedrag (het vroegere kraamgeld) wil Schryvers de grens verlagen van 180 dagen zwangerschap naar 140 dagen.

De CD&V-politica vraagt ook dat de Vlaamse overheid nog meer werk maakt van (psychologische) ondersteuning van ouders en familieleden. “Vlaanderen moet richtlijnen uitwerken voor Vlaamse ziekenhuizen over de wijze waarop zij ouders van levenloos geboren of niet-levensvatbare kinderen moeten begeleiden en eventueel doorverwijzen naar psychologische hulp”, meent Schryvers.

AANGERADEN