Indrukwekkende Mathieu van der Poel: “Strade Bianche stond al lang op mijn lijstje, dus ik ben heel gelukkig”

 

 ©  BELGA

Vorig jaar werd hij nog op tien minuten gereden, maar deze keer was het Mathieu van der Poel die als eerste over de streep kwam in de Strade Bianche. De Nederlandse kampioen bleek de sterkste van een elitegroep. Alaphilippe, Bernal, Van Aert, Pidcock, Pogacar: allen gingen ze voor de bijl in Siena.

Bram Vandecapelle

LEES OOK.Superieure Van der Poel wint Strade Bianche, Wout van Aert mist beetje ritme om mee te doen voor winst

“Ik voelde me heel goed. Ik lanceerde een aanval op de laatste strook en reed dan met Alaphilippe en Bernal op kop. We reden alle drie een zeer sterke koers en ik voelde dat ik nog wat in de benen had op het einde om in de laatste klim alles op alles te zetten”, vertelde Van der Poel.

“Ik denk dat Julian Alaphilippe moe was op het einde. Hij zei dat zijn benen niet meer goed waren. Normaal gaat hij altijd vol gas, maar nu hield hij zich soms in, dus ik wist dat hij niet blufte. Bernal gaf vandaag een heel goede indruk, zeker bergop, maar ik wist dat de laatste strook mij heel goed lag. Ik hoop dat dit de opening is van een heel mooie campagne.”

Je probeerde voor de slotklim naar Siena nog solo te gaan. Was je onzeker over jouw kansen op de slotklim?

“Neen, maar ik zag dat Bernal en Alaphilippe een beetje naar elkaar begonnen te loeren en ik besloot om op kousenvoeten te proberen wegglippen. Bernal dichtte echter snel de kloof, dus het had weinig nut. Maar ik was niet onzeker van mijn mogelijkheden op de slotklim.”

Je was de beste op de laatste grindstrook van Le Tolfe en ook op de slotklim naar Siena, maar toch koerste je voor de laatste vijftien kilometer naar jouw doen vrij defensief.”

(Grinnikt).

Was dat omdat je dacht niet de beste man in koers te zijn?

“Ik heb mij een hele dag goed gevoeld, maar deze koers is zodanig lastig dat je spaarzaam moet zijn met je krachten. Toen de finale begon, voelde ik het kriebelen, maar ik prentte mezelf in dat er nog enkele zeer lastige stroken volgden en ik dus beter wat energie kon sparen. Dat is gelukt.”

 

 ©  BELGA

Het blijft toch straf dat iemand die vijf weken geleden wereldkampioen veldrijden werd, de Strade Bianche wint. Hoe heb je dat aangepakt?

“Zeer rustig. Na het WK heb ik een weekje rust genomen en nadien ben ik een week op trainingskamp getrokken naar Benicassim. Van daaruit ging het bijna in rechte lijn naar de UAE Tour, die dan na één dag voor ons in het water viel. Ik was blij dat ik toch nog Kuurne-Brussel-Kuurne en de GP Samyn kon rijden. Dat had ik nog nodig voor mezelf. En nu zitten we hier.”

Heeft deze zege voor jou de betekenis van een monument?

“Dat vind ik moeilijk om te zeggen. Zo heeft ook de Amstel Gold Race een grote waarde voor mij, maar dat is ook geen monument. Maar je kan wel zeggen dat deze koers een van de moeilijkste is om te winnen, met al die toppers aan de start.”

Met Bernal, Pogacar, Alaphilippe, Van Aert, Pidcock en jij zaten zo veel verschillende kampioenen van een ander type voorin in een eendagskoers. Dat gebeurt niet veel.

“Dat maakt het net zo moeilijk om deze koers te winnen. Als je de kopgroep van acht bekeek die wegreed na de Santa Maria… de helft ervan staat niet aan de start in de Belgische klassiekers. In deze koers nemen alle toprenners het tegen elkaar op, waaronder winnaars van grote rondes zoals Bernal en Pogacar. Dat ik hen in een rechtstreeks gevecht kan verslaan, geeft deze zege extra waarde.”

De Strade Bianche is geen monument en Parijs-Roubaix heb je nog nooit gereden, maar denk je op termijn te kunnen dromen van zeges in alle vijf de monumenten?

“Eerlijk, daar heb ik nog geen seconde aan gedacht. Zeker omdat ik na vorig jaar besef dat het parcours van de Ronde van Lombardije te zwaar is voor mij. Ook Luik-Bastenaken-Luik is limiet, maar misschien zou het daar in de toekomst eens lukken indien alle puzzelstukjes goed vallen. Maar om de vraag te beantwoorden: dat is geen ambitie. Ik heb ook nog maar één monument gewonnen.”

 

 ©  BELGA

Hoe ga je deze zege vieren?

“Niet speciaal. In deze fase van het seizoen zou het dom zijn om al in feestmodus over te gaan.”

Een ijsje kan er toch af?

“Ik heb vrijdag al een ijsje en een tiramisu gegeten, dus het is niet dat ik er naar verlang. Ik zie wel wat we doen, maar het zal niet veel zijn. Het is wel leuk dat we niet snel de vlieger op moeten naar huis. We blijven nog even hier in Toscane, waar ik vanaf woensdag aan de start sta van de Tirreno-Adriatico.”

Wat zijn jouw ambities in de Tirreno-Adriatico? Ga je voor ritwinst of de eindzege?

“Ik heb eerlijk gezegd het parcours nog niet bekeken, maar een klassement nastreven zal zeker niet gebeuren. Ik start er eigenlijk zonder specifieke doelen, maar als ik een kans ruik op een ritzege, zal ik die niet laten liggen.”

Ook in de massasprints?

“We hebben ook Tim Merlier in de ploeg, dus in de massaprints trekken we normaal zijn kaart.”

LEES OOK.Wout van Aert tevreden met vierde plek in Strade Bianche: “Ik wil altijd winnen, maar dat zat er vandaag niet in”

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.

Nu in het nieuws