Hof van beroep spreekt zich tegen 30 april uit over juridische basis van coronamaatregelen

Bron © BELGA

Foto: Sebastian Duda - Fotolia

De advocaten van de Belgische overheid hebben het hof van beroep van Brussel maandag gevraagd om de beslissing van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg te herzien. Die oordeelde op 31 maart dat de Belgische overheid binnen de dertig dagen een eind moest maken aan de coronamaatregelen, op straffe van een dwangsom van 5.000 euro per dag vertraging.

De Nederlandstalige en Franstalige Mensenrechtenliga’s stapten enkele weken geleden naar de rechtbank met een verzoekschrift, om de overheid het ministerieel besluit van 28 oktober, en zijn latere wijzigingen, te laten schorsen.

De verdediging had aangevoerd dat deze besluiten “gebaseerd zijn op ontoereikende rechtsgronden en systematisch worden onttrokken aan de Raad van State onder het mom van hoogdringendheid”. Volgens de advocaten is die hoogdringendheid, na een gezondheidscrisis die nu al een jaar duurt, slechts een excuus om een parlementair debat over de maatregelen uit de weg te gaan.

Volgens de advocaten van de overheid is de wettelijke basis van de ministeriële besluiten voldoende voor de coronamaatregelen.

LEES MEER. Na uitspraak rechter over coronamaatregelen: mogen we weer bij iedereen op bezoek? En kan ik geld van coronaboete terugkrijgen?

Bovendien halen ze aan dat er heel wat problemen zijn met het bevel van de rechtbank van eerste aanleg. Ten eerste is er al een kwestie van rechterlijke bevoegdheid. ““Enkel de Raad van State is bevoegd om een administratieve handeling nietig te verklaren”, klinkt het. “De Mensenrechtenliga’s hadden aanvankelijk beroep ingesteld bij de Raad van State, die het verwierp.”

De advocaten van Nederlandstalige en Franstalige Mensenrechtenliga’s antwoordden daarop dat de rechter niet in de plaats trad van de Raad van State, aangezien hij de maatregelen niet nietig heeft verklaard, maar de regering heeft opgedragen er een einde aan te maken.

AANGERADEN