Amerikaans geneesmiddelenagentschap laat vaccinfabriek van Johnson & Johnson (opnieuw) sluiten

Foto: AFP

Het Amerikaanse geneesmiddelenagentschap FDA heeft de productie van Johnson & Johnson-vaccins in een fabriek in de stad Baltimore laten stilleggen.

De ‘Emergent BioSolutions’-fabriek in Baltimore, aan de Amerikaanse oostkust, was al langer een zorgenkindje: in maart moesten 15 miljoen vaccins er in de vuilnisbak gegooid worden, nadat bleek dat werknemers de ingrediënten van AstraZeneca- en Johnson & Johnson-vaccins vermengd hadden. Het geneesmiddelenagentschap FDA greep daarop in, en gaf Johnson & Johnson twee weken geleden de controle over de fabriek.

Een controle afgelopen week bracht echter opnieuw een waslijst problemen aan het licht: zo zou het personeel ontoereikend opgeleid worden, en wordt afval niet veilig afgevoerd. Daarop werd beslist om de productie er voorlopig stil te leggen “in afwachting van een nieuwe inspectie en remediëring van de vastgestelde problemen”.

Wat met productie?

De beslissing van de FDA is een nieuwe klap voor Johnson & Johnson. Eerder kwam het vaccin van de Amerikaanse farmareus wereldwijd al onder vuur te liggen, toen bleek dat het middel een risico op bloedklonters inhield. En nu kampt Johnson & Johnson mogelijk ook met productieproblemen. De fabriek in Baltimore is namelijk slechts één van drie in de hele wereld die de basis voor het J&J-vaccin produceren. Verder zijn er ook een fabriek in India (maar dat land perkt de export van vaccins sinds kort zwaar in), en één in het Nederlandse Leiden. Die laatste is de facto dus de enige die nog Johnson & Johnson-vaccins voor Europa kan produceren.

Een woordvoerder van het bedrijf wil voorlopig niet speculeren over de gevolgen voor de productie en distributie van de contractueel beloofde vaccins.

Door jvh
AANGERADEN