Marcel Vanthilt kijkt uit naar dat eerste glas op ’t terras: “Maar wie weet zijn we straks alweer aan het klagen over een te dure rekening”

Foto: Wim Kempenaers

Antwerpen / Oostende -

“Ik heb meer dan één stamcafé”, zegt Marcel Vanthilt (63). “Een van mijn favorieten is het Manuscript in Oostende. Dat is er eentje van de zeldzame soort.” Wat hij met zeldzaam bedoelt? “Een donkerbruin café waar de muziek luid mag staan en waar het zweet al eens van het plafond druipt. En geen Tomorrowland-muziek, maar echt gitaarwerk.”

Wanneer Vanthilt niet in zijn favoriete badstad vertoeft, zit hij thuis, in Antwerpen. “Ik woon in het centrum van de stad en het bulkt hier van de goede cafés en restaurants. In normalere tijden is het hier heel toeristisch, maar door corona was het plots rustig”, zegt Vanthilt. “Ik heb ontdekt dat je zo je buren leert kennen, want ook de uitbaters hadden nu tijd voor een babbel.” Een van zijn vaste stekken in het Antwerpse is Café Cabron, vlak bij de Grote Markt. “Dat is een geweldige trekpleister voor jong en oud. Het is een hang-out voor alle soorten mensen, zeer geestig om er te vertoeven. En het bewijs dat niet alles een hippe koffiebar moet worden.”

Op 8 mei gaat Vanthilt meteen profiteren van de heropening van de horeca. Al zal dat nog niet in de Cabron zijn. “In Antwerpen heb je ontzettend veel goede Italianen, ik ga dus op het terras van een Italiaans restaurant zitten, samen met mijn zus en haar man. Een stevige Siciliaanse wijn in goed gezelschap, dat heb ik toch ook gemist.” Al zal het allemaal wat bevreemdend aanvoelen. “De eerste keer iets bestellen bij een échte ober, dat zal toch bijzonder zijn. En wie weet zijn we straks alweer aan het klagen over een te dure rekening of het lange wachten op een maaltijd.” (lacht)

Door evdg
AANGERADEN